Schotland 2018 reisverhaal

Reisverhalen en foto's van Freddy en Linda

Reisverhaal Schotland 2018

 

4 juni tot 23 juni

 

Toen we vorig jaar terug thuiskwamen van onze rondreis in Zuid Engeland en Wales, waren we het algauw eens over een volgende vakantiebestemming, het zou Schotland worden.

 

Omdat we heel erg tevreden zijn over de service van reisorganisatie Best of Britain, waar Frits en Glenda meer doen dan in feite moet en wat we nog bij geen enkele reisorganisatie meegemaakt hebben, gaan we eerst naar hun website voordat we iets anders zouden bekijken. Zij bieden een rondrit met Isle of Skye and Orkney Islands aan en dus is de keuze vlug gemaakt. De gehele route spreekt ons aan en dus wordt er vlug geboekt en weerom maken we de keuze voor B&B ’s zoals we al deden voor Ierland, Zuid Engeland en Wales.

Al vlug blijkt dat de keuze voor Best of Britain alweer een goeie keuze zou worden.

Wanneer er een kleine maand voor vertrek een mail komt van de eigenaars van de B&B op het Island Skye met het advies om te reserveren voor het avondeten, aangezien we er met het weekend zouden verblijven, doen we dit ook via de website van het restaurant. Het is de bedoeling dat we ’s avonds pub food eten maar in Dunvegan is de keuze zeer beperkt. Er komt geen antwoord daarop en wanneer we dit melden aan Frits en Glenda doen zij het nodige om de reservatie toch in orde te maken. Zoals gezegd, ze doen meer dan ze moeten doen.

Dus bij deze, Best of Britain reisorganisatie is echt een aanrader!!

 

Maandag 4 juni: vertrek naar IJmuiden voor de ferry IJmuiden - Newcastle

’s Morgens vertrekken we naar IJmuiden, goed op tijd maar je weet nooit of je niet ergens in een file terecht komt, en dan zeker aan de Kennedytunnel in Antwerpen die al heel berucht is in verband met files. Om 12u30 zijn we al aanwezig aan de Felison Terminal en de check-in zal pas beginnen om 14 uur. Maar goed, liever hier een tijdje wachten dan de nodige stress om op tijd te zijn.

Het blijkt dat de check-in een stuk vroeger begint dan aangegeven, al om 13u15, daarna moeten we nog even wachten in een volgende rij en om 14u20 rijden we de King Seaways al binnen. Onze hut ligt op deck 8, in eerste instantie hadden we een hut geboekt met zeezicht maar een tijdje vóór vertrek liet Frits van Best of Britain weten dat deze niet meer konden geboekt worden en dus hebben we nu een binnenhut met tweepersoonsbed. We droppen onze tas voor één nacht in de hut en verkennen de boot. Deze is totaal anders ingedeeld dan de ferry die we namen naar Ierland en Noorwegen. Hier zijn de bars en de twee restaurants verdeeld over drie decks wat een ietwat rare indruk geeft en veel zoekwerk. We lopen eerst naar deck 12 waar de Sky Bar is, een bar in openlucht. Bij verdere ontdekking van de verschillende decks valt ons op dat de twee enige restaurants die er zijn echt wel aan de prijs zijn. Het is of buffet, of à la carte, snacks, broodjes of kleine maaltijden zijn hier nergens verkrijgbaar. Deze ferry in één en al commercieel gedoe, ook de drankprijzen zijn behoorlijk. Ook in de Sea Shop zijn geen broodjes of snacks te verkrijgen, een flesje water van een halve liter kost er maar liefst 2 euro!

Na rondjes lopen en iets gegeten te hebben, drinken we in de bar nog een wijntje en liggen we al gauw in bed.

 

Dag 1: dinsdag 5 juni: haven Newcastle - Dumfries

We hebben heel slecht geslapen in het smalle tweepersoonsbed dat niet in het midden van de hut staat maar aan het uiteinde. Diegene die naast de wand slaapt, moet over de andere persoon kruipen om uit het bed te geraken. De hutten zijn ook heel gehorig en in de hut naast ons zat een Nederlands stel die voortdurend heel hard aan het praten waren en er een feestje bouwden tot laat in de nacht.

Om 8u Midden-Europese tijd meldt de intercom dat de ferry om 10u15 zal arriveren, plaatselijke tijd is dat dus 1 uur vroeger en is het daar 9u15. We komen gebroken uit bed mede door de slechte matrassen maar goed, je kan niet alles hebben.

Als de ferry aan wal komt, kunnen we naar de autodecks maar dan duurt het nog een goed uur eer we van boord kunnen rijden. Bij de douane verloopt alles soepel, ze vragen ons alleen waar we heenrijden en of we katten of honden bij ons hebben.

De zon schijnt volop en we gaan gezwind op weg. In het begin is het terug een beetje aanpassen aan het links rijden en het duurt een tijdje eer we de stad uit zijn, dus is het extra opletten.

We nemen de A69 richting noordwest en in de omgeving van Hexham buigen we af richting Haydon Bridge. Hier komen we al terecht op de smallere wegen met hoge hagen aan elke kant die dienen als natuurlijke afsluiting, deze wegen leiden ons door kleine dorpjes. Door de vele regen in dit land is er veel groen en we genieten van de mooie vergezichten van Northumberland. Onze eerste stop is het Housestead’s Roman Fort en Hadrian’s Wall.

Hadrian’s Wall is een stenen versterkingsmuur die de Romeinse keizer Hadrianus in 122 na Christus liet bouwen van de oostelijke naar de westelijke kust als bescherming tegen aanvallen van de vroegere inwoners van Schotland. De muur is 117 km lang en er is een toeristische route die aangeduid wordt door borden met symbolen van Romeinse helmen.

Doordat we vorig jaar lid werden van de CADW in Wales krijgen we op vertoon van deze kaarten gratis ingang. Hadrian’s Wall staat trouwens op de Werelderfgoedlijst van de Unesco. Housestead’s Roman Fort is een ruïne en een overblijfsel van het Romeinse Rijk. Om het fort te bereiken, moeten we een kleine klim doen maar het uitzicht op de omgeving is werkelijk fantastisch.

Vanaf Carlisle nemen we de M6 richting Gretna Green, een plaats die bekend en berucht is door de huwelijken die hier werden voltrokken door een klap op een aambeeld. In de 18e eeuw waren huwelijken waarvoor de ouders geen toestemming gaven, verboden in Engeland. Voor de Schotse wet was een verklaring in aanwezigheid van getuigen voldoende om man en vrouw te worden. De smidse The Blacksmith’s Forge, waar de huwelijken werden voltrokken, is nu een site die overweldigend commercieel is met ontelbare winkeltjes, bars en restaurants. Terwijl we er rondlopen, zien we een echtpaar dat hier in het huwelijk zal treden en begeleid wordt door een doedelzakspeler. De vele Chinese toeristen hollen het paar achterna waarop ze worden weg gejaagd door de security om de sereniteit van het huwelijk te vrijwaren.

We hebben nog Caerlaverock Castle op de planning staan maar door de slechte nacht op de ferry zijn we moe plus dat we denken om in tijdsnood te geraken als we het kasteel toch zouden bezoeken dus rijden we door naar Dumfries waar we de eerste nacht verblijven.

De regio Dumfries en Galloway behoort tot het lagergelegen deel van Schotland en bevat rots- en zandkusten en mooi groen binnenland met bossen en kleine heuvels.

In onze B&B Hamilton House worden we hartelijk ontvangen door Derek en onze kamer ziet er alvast geweldig uit.

’s Avonds lopen we naar het centrum om te eten. De Cavens Arms heeft uitstekende pub food en wordt alom geprezen, ook in de Lonely Planet, en dat is niets teveel gezegd.

Na het diner genieten we van de rust op onze kamer en bekijken de planning voor morgen.

 

Dag 2: woensdag 6 juni: Dumfries – Oban

Om 8u hebben we een Schots ontbijt met alles op en aan, eieren, spek, worstjes, champignons, warme tomaat, witte bonen in tomatensaus en een stukje bloedworst met de nodige toast en koffie of thee. Op het buffet staat nog fruitsap, ontbijtgranen, yoghurt en fruit. Het ontbijt is ook hier in Schotland zoals in Engeland de belangrijkste maaltijd van de dag en dat zie je ook, er is niets tekort.

Aan het ontbijt ontmoeten we Gerard en Anneke, een Nederlands stel, die blijkbaar exact dezelfde reis geboekt hebben bij Best of Britain als wij. We maken kennis en we zullen elkaar uiteraard nog vele malen ontmoeten op deze trip.

Bij vertrek aan de B&B biedt de gps ons een alternatieve route aan wegens sterke vertraging op de andere route. We nemen die maar aan want er wacht ons vandaag een lange rit van een kleine 300 kilometer naar Oban. We rijden nu via de A76 i.p.v. de A701 naar de M74 en daarna rijden we langs de A702, een pittoreske weg tussen groene heuvels vol grazende schapen en bergen van 700 meter hoog. Rond Glasgow wordt het verkeer drukker maar toch verloopt alles heel vlot. We hebben beslist om Glasgow niet te bezoeken, het is immers een immense stad en we geven de voorkeur aan het rustigere Loch Lomond en The Trossachs National Park.

Voorbij Glasgow nemen we de A82 aan de westkant van Loch Lomond, het meer is bekend als “de koning van de Schotse meren”, het is 37 km lang en 8 km breed met een maximale diepte van 200 meter. In het meer liggen 37 eilandjes die meestal in privébezit zijn. Het gebied met zijn dichtbeboste oevers trekt jaarlijks heel wat toeristen.

We stoppen in Luss, een leuk dorpje aan het meer met cottages van natuursteen welke mooi versierd zijn met bloemen en allerhande accessoires. Er is een klein strand en een immense parking welke zelfs groter is dan het dorp zelf. Busladingen vol toeristen worden hier gedropt, ook en vooral horden Chinezen die hier door de smalle straatjes hollen en op dat moment heb ik medelijden met de bewoners want die hebben toch geen minuut rust meer?

We rijden verder langs het meer richting Tarbet en zien het groene landschap veranderen naar een ruw berglandschap. We volgen de A83 en komen in Arrochar, gelegen aan Loch Long, de naam zegt het zelf, een lang en smal meer. Daar even voorbij zien we een fotogeniek bruggetje waar 2 vissers verpozen aan een kleine snelstromende rivier. Dit beeld met het ruwe berglandschap rondom levert mooi plaatjes op.

De pas Rest and be Thankful ligt op 262 meter boven zeeniveau en is de belangrijkste doorgang naar Argyll. Het landschap is in elk geval schitterend en van een adembenemende schoonheid. We bereiken Invereray, een mooi plaatsje aan de oevers van Loch Fyne. De belangrijkste bezienswaardigheid is het kasteel en dat gaan we dan ook bezoeken. Het is nog altijd in privébezit en het interieur van de verschillende kamers is dan ook werkelijk fantastisch mooi. De wapenzaal springt echt in het oog met een indrukwekkende collectie wapens en een plafond vol wapenschilden, zelfs de vroegere keuken is een pareltje.

Het vooraanzicht van het kasteel is geweldig maar de tuinen zijn van een mindere kwaliteit, het gras en de struiken liggen er mooi en groen bij maar heel wat bloemen zijn verwelkt, het mooie weer van de voorbije weken zal daar misschien wel een rol in spelen.

Na het bezoek rijden we noordwaarts langs de A819 naar Stronmilchan waar we afbuigen naar het westen en de A85 volgen naar Oban. We passeren de Pass of Brander en zien aan de rechterkant de Ben Cruachan met zijn 1126 meter hoogte. Onderweg zien we aan de linkerkant Loch Awe en aan de rechterkant Loch Etive. In Schotland hebben ze blijkbaar geen gebrek aan mooie en grote idyllische meren.

Wanneer we Oban bereiken, rijden we eerst naar het bureau van West Coast Tours voor het afhalen van de tickets voor onze 3 eilanden trip voor morgen welke we al een tijd geleden geboekt hebben via het internet. We gaan de eilanden Mull, Iona en Staffa bezoeken maar daarover dus morgen meer.

Dan rijden we naar onze B&B Roseneath Guest House welke op een heuvel ligt. Onze gastvrouw, Sarah is een beetje over haar toeren want haar computer werkt niet naar behoren en dus weet ze niet meer wie geboekt heeft voor welke kamer. Gelukkig hebben we onze voucher mee en weet ze wie we zijn en aangezien ze maar één twin kamer heeft, is dit probleem ook al opgelost.

We vragen een “packed breakfast” voor morgen en dat is geen probleem. Daarna lopen we terug naar beneden naar de haven op zeeniveau. Oban is een drukke plaats met veel toerisme en we lopen even naar de ferryterminal zodat we weten waar we morgenvroeg moeten zijn en dan gaan we iets drinken in The Corryvrechan. Na een tijdje beslissen we om daar ook iets te eten, alles bestellen aan de bar met opgave van tafelnummer, onmiddellijk afrekenen, de drankjes meenemen en het eten wordt aan tafel gebracht, heel efficiënt en geen lange wachttijd en we vragen ons terug af waarom zoiets bij ons in België niet kan. Bij ons heeft men personeel rondlopen die duur moeten betaald worden door de loonkost en mede door de 21 % belasting zijn de prijzen ook exorbitant in België.

Aan de baai zien we in de hoogte op ongeveer 70 meter boven zeeniveau Mc Caig’s Tower, een 19e -eeuws gebouw dat een (kleine) replica van het Colosseum in Rome voorstelt. Het heeft een omtrek van 192 meter en de wanden zijn meer dan 61 centimeter dik.

Rond 18u lopen we terug naar de B&B wat toch een heel klimmetje is. In onze kamer is een kleine zithoek en we genieten van onze rust en de voetbalwedstrijd België – Egypte.

 

Dag 3: donderdag 7 juni: Oban

Om 9u30 moeten we aan de ferryterminal zijn voor de 3 eilanden trip en na het afhalen van ons “packed breakfast” lopen we naar beneden naar de haven. Met de ferry van Caledonian Mac Brayne varen we eerst een 50-tal minuten naar Craignure op het eiland Mull. Daar stappen we op de dubbeldekker bus van Westcoasttours naar Fionnphort.

Gedurende de 1u20 durende rit krijgen we van de bestuurder allerlei uitleg over het eiland en de manier van leven. Op het eiland leven amper 3000 mensen, er is geen criminaliteit, niemand doet zijn deur op slot. Als je het zo hoort, is het hier een paradijs op aarde. Als je dan de volgende uitleg hoort, zijn er ook mindere kanten aan het leven op een eiland want alles is hier duurder dan op het vasteland, daarom gaan heel wat bewoners ook boodschappen doen op het vasteland omdat dit heel wat goedkoper is.

De rit naar Fionnphort duurt zolang omdat er maar één weg is en dat is nog een single track road met passing places en met een bus is dat dubbel ellende. We zien een gevarieerd landschap met groene heuvels, ongerepte heide met kleurige heidebloemen, kleine meertjes en weidelanden met grazende schapen en de Highlands Cows (koeien met grote horens)

Op het eiland heerst onder de bewoners toch een kleine paniek omdat het al een aantal weken niet geregend heeft en de private waterreservoirs raken leeg. Op het eiland is de grond ook niet zo goed en daarom is er dringend regen nodig om de planten te laten groeien, veel regen zelfs en nu is het duidelijk te droog. Ongeveer 20 % van het eiland is bedekt met Scandinavische dennen.

We rijden door Glen Moore, een glen is een diepe en smalle vallei tussen hoge bergen. De Ben Moore (een ben is een berg) met zijn 1174 meter hoogte is imposant. Er is nog een heuvel (berg) die 10 meter te kort komt om in Schotland als berg bestempeld te worden. We passeren een dorpje met 2 huizen en een schooltje waar momenteel 1 leerling les krijgt. We moeten ook over extreem smalle bruggetjes van 230 jaar oud, amper breed genoeg voor een bus en we zijn blij dat we een ervaren en goede chauffeur hebben.

Fionnphort is niet meer dan een parking en een aanlegsteiger voor de ferry naar Iona. Op het eiland Iona zijn geen auto’s toegelaten dus als je vanuit Mull naar Iona wil, moet je hier de auto achterlaten en te voet op de ferry stappen. In Fionnphort stappen we op een kleinere boot die ons in 35 minuten naar het eiland Staffa brengt. Vanop de boot zien we dolfijnen en zeehonden die liggen te zonnen op een rots in de zee.

Staffa is een onbewoond organisch, vulkanisch eiland, met donkere basaltzuilen in grillige vormen. Spijtig genoeg hebben we daar maar een uur de tijd (wat in feite te weinig is, op Iona hebben we dan 2 uur de tijd en dat lijkt te veel, de organisatie die deze tour doet zou de planning anders moeten indelen) en dus moeten we een keuze maken: of we volgen het grillige pad naar Fingal’s cave of we lopen naar boven en een heel eind weg om de puffins te zien. Puffins zijn papegaaiduikers met een grote gekleurde snavel die uitsluitend leven aan de kust op het noordelijk halfrond. Misschien kan beide maar dan moet je al een hardloper en getraind zijn. We kiezen voor Fingal’s Cave, de glibberige stenen zijn toch een beetje gevaarlijk en op sommige plaatsen is een koord gespannen om ons aan vast te houden. Bij het fotograferen van de grot schrikt Freddy van een opkomende golf en valt in een put tussen de rotsen. Het resultaat is twee bulten op zijn knie, gelukkig kan hij nog stappen naar de aanlegsteiger. We vragen ons af wat er moet gebeuren als er iets ergs voorvalt want de boot dropt ons op Staffa en vaart dan weg om ons een uur later terug te komen ophalen.

Bij terugkeer brengt de boot ons in 35 minuten terug naar Baile Mór op het eiland Iona, een afgelegen eiland voor de zuidwestelijke punt van Mull. De belangrijkste bezienswaardigheid is de abdij die op een 20-tal minuten lopen ligt van de aanlegsteiger maar die laten we maar voor wat die is en gaan in een bar iets drinken waar ik ook een zak ijs vraag om op Freddy zijn knie te leggen. De dame aan de bar is heel vriendelijk en zegt dat Staffa wel gevaarlijk is dus ik heb de indruk dat Freddy niet de eerste is die daar een val maakt en hopelijk doet het ijs wonderen.

Om 17u15 moeten we aan de aanlegsteiger staan voor de ferry naar Fionnphort op het eiland Mull. De overtocht neemt tien minuten in beslag en daar stappen we terug op dezelfde bus met dezelfde chauffeur naar Craignure. De man doet nog erg zijn best met allerlei uitleg en verhalen maar het was al bij al een lange en zware dag en heel wat passagiers liggen al een dutje te doen. Om 18u55 zijn we in Craignure en stappen onmiddellijk over op de ferry naar Oban waar we uiteindelijk om 20u05 aankomen.

We gaan zoals de dag ervoor terug iets eten in The Corryvrechan en zoals altijd in een pub gaat alles heel vlot en hebben we vlug ons eten. Na het eten nemen we een taxi naar de B&B, voor 3,40 Britse pond moeten we in elk geval niet de hele klim doen naar boven.

 

Dag 4: vrijdag 8 juni: Oban – Fort William

We ontbijten om 8u30 en vertrekken daarna richting Fort William. We volgen de A85 en voorbij Taynuilt rijden we over de Pass of Brander, een smalle bergpas die loopt van Loch Etive naar Loch Awe, dit gedeelte van de route is dezelfde als datgene wat we eergisteren reden. In Lochawe bezoeken we Kilchurn Castle, de ruïne van een 15e -eeuwse burcht gebouwd op een landtong aan Loch Awe. Het kasteel is gratis te bezoeken en vanaf de parking moeten we een 10-tal minuten lopen om het kasteel te bereiken. Na dit bezoek draaien we de A819 op en volgen die een klein eindje en op die manier kunnen we foto’s maken van het kasteel vanaf de andere kant van Loch Awe. Op die manier is het kasteel heel fotogeniek!

We keren terug naar de A85 en passeren Glen Lochy. In Tyndrum wijken we af naar het noorden en na een tijdje buigt die weg linksaf naar Glen Coe, een meer dan indrukwekkende vallei en een berglandschap dat ruig en wonderlijk mooi is. De hellingen bestaan uit ruwe rotsen en zijn op sommige plaatsen met gras bedekt en het totaalbeeld van het landschap is van een immense schoonheid.

De Buachaille Etive Mór met zijn 1022 meter waakt over de vallei, hij wordt dan ook de Big Herdsman genoemd (grote herder). Het diepste punt van de vallei loopt tussen 900 meter hoge rotswanden. De Bidean Nam Bian (top van de bergen) bestaat uit negen bergtoppen waarvan de hoogste 1141 meter is, verder zijn ook The Three Sisters te zien, deze hebben alle drie een naam gaande van Lange Berg, Kleine bergkam en Zwarte bergkam.

Voorbij Glencoe richting Fort William zien we stilaan het silhouet opduiken van de Ben Nevis, een granietberg, met een sneeuwmuts vanwege de eeuwige sneeuw op de top en meteen de hoogste berg van Groot-Brittannië.

Voorbij Fort William volgen we een tijdje de Glen Nevis en bezoeken het Ben Nevis Visitor Center. De Ben Nevis is enorm in trek bij wandelaars en klimmers.

Daarna rijden we naar de Ben Nevis Distillery waar we een rondleiding krijgen van een uur en 4 verschillende soorten whisky kunnen proeven. Uitermate interessant!

Het is nog te vroeg om naar de B&B te rijden en daarom gaan we het centrum van Fort William in wat niet uitermate groot is. Het dorp ligt aan de oever van Loch Linnhe, in de schaduw van de Ben Nevis en daarom wemelt het in de hoofdstraat van de sportwinkels waar men alles kan kopen wat betreft wandelen en bergbeklimmen.

We besluiten om eerst te eten voordat we naar onze overnachtingsplaats rijden en dus stappen we The Crofter binnen, een bar en restaurant want veel pubs zijn er hier niet.

Het is er druk en het eten is lekker, meer moet dat niet zijn.

In de vroege avond rijden we naar Mansefield House in Corpach, een 6-tal km van Fort William waar we 1 nacht zullen verblijven, een top B&B, alles werkelijk perfect en een hartelijk welkom door onze gastvrouw Bev.

 

Dag 5: zaterdag 9 juni: Fort William – Isle of Skye

Ontbijt om 8 uur, het wordt al een gewoonte, of 8u of 8u30, vroeg, maar op reis kan je ook niet tot ’s middags in bed liggen want dan zie je niets. De keuze voor ontbijt is deze keer een roerei met gerookte zalm, iets anders dan het Schotse ontbijt.

Als we vertrekken, hebben we na een 6-tal kilometer al de eerste stop bij Neptune’s Staircase, een sluizencomplex met maar liefst 8 sluizen. Over een horizontale afstand van 457 meter wordt een hoogteverschil van 19,5 meter overbrugd tussen het Caledonian Canal en de zee-inham Loch Linnle. We hebben het geluk dat er op dat ogenblik een privé jacht door de sluizen moet passeren. Het jacht past amper tussen de sluismuren. Op dat moment begint het te regenen en we kijken raar op, de weersverwachting is goed en ze voorspellen geen regen. Het lichte buitje verandert al gauw in een ware plensbui en dus vertrekken we naar onze eindbestemming vandaag: Isle of Skye. Toch mogen we tot nu toe niet klagen over het weer, het is de eerste regenbui sinds onze aankomst in Schotland.

We volgen de A82 langs Loch Lochy naar Invergarry. We hangen een hele tijd achter een speciaal transport met politiebegeleiding waardoor we traag moeten rijden en niets opschieten. Op een wat breder punt van de weg stopt het transport en houdt de politie het tegenliggend verkeer tegen waardoor wij kunnen voorbijrijden. Ondertussen heeft zich achter ons al een heuse file verzameld.

In Invergarry slaan we linksaf en volgen de A87 richting Kyle of Lochalsh. Ondertussen is het alweer droog, breekt de zon door en algauw is het weer 20 graden, 20 graden bij ons is een heel verschil met 20 graden hier, eens de zon doorbreekt, is het toch heel warm. Als de zon achter de wolken kruipt, dan wordt het frisser.

We stoppen aan een mooi uitzichtpunt met zicht op een fabelachtig mooi landschap, op de voorgrond staan talrijke steenmannetjes, dit zijn kleine torentjes van op elkaar gestapelde stenen, gemaakt door mensen die even anonieme kunstenaar willen zijn. Oorspronkelijk hadden steenmannetjes in berggebieden de betekenis om een pad of een bergtop aan te duiden. Het totale beeld is fantastisch en een pareltje.

Op de parking zien we een Nederlander die het zekere voor het onzekere neemt. Op zijn dashboard is aan beide kanten een groot papier geplakt met in grote en duidelijke letters LINKS RIJDEN. Goed gezien, zo kan je het nooit vergeten, eens je in het verkeer zit is het evident, het is enkel uitkijken wanneer je een parking verlaat en de weg oprijdt, dan heb je toch de neiging om rechts te gaan rijden en is het even nadenken.

We zien verschillende lochs: Loch Garry, Loch Loyne en Loch Cluanie. Na een tijdje komen we in Glen Shiel terecht met aan de noordelijke kant van de vallei de Five Sisters of Kintail, enkele steile bergtoppen van 900 meter over een afstand van 9,5 km, zusterlijk naast elkaar. Het landschap is werkelijk fabelachtig mooi.

In Dornie bezoeken we Eilean Donan Castle, één van de bekendste kastelen van Schotland dat het decor vormde voor tal van films. Het kasteel heeft een idyllische ligging op een eiland bereikbaar via een brug. Als wij er zijn, is het eb, bij vloed is er rondom het eiland water en dat geeft toch een ander beeld op foto’s.

Daarna rijden we naar Kyle of Lochalsh en komen via de Skye Bridge op het eiland Skye terecht. Vanaf Sligachan, waar we stoppen om een fotogeniek bruggetje op de gevoelige plaat te leggen, rijden we richting Dunvegan. Het landschap waar we doorheen rijden is overweldigend en van een ruwe schoonheid. In Dunvegan aangekomen, gaan we op zoek naar een pub maar bij navraag in een winkeltje krijgen we het antwoord dat er vroeger wel een pub was maar nu niet meer. We kunnen wel iets drinken in The Old School, het restaurant waar we vanavond gereserveerd hebben.

Daarna rijden we naar B&B Kilmuir Park, het is niet moeilijk te vinden want Dunvegan is een klein dorp waar niet veel te beleven is. Het is de eerste B&B op onze reis waar men ons vraagt om onze schoenen uit te doen aan de voordeur. Er staat een schaal waar we onze schoenen kunnen plaatsen en op onze kousen lopen we naar onze kamer. Zoiets haten we maar het is niet anders en dus moeten we ons aanpassen. Onze kamer is prima maar Ian, onze gastheer, waarschuwt ons om de ramen ’s avonds te sluiten voor de midges, dit zijn kleine, venijnige insecten. De midges zijn kleiner dan gewone muggen, het zijn in feite kleine steekvliegjes die in het noorden en westen van Schotland voorkomen. De steken van midges doen geen pijn maar de jeuk is enorm.

’s Avonds gaan we zoals eerder gezegd, eten in The Old School waar we gereserveerd hebben op aanraden van onze gastheer. Het is er erg druk en we moeten eerst een drankje bestellen aan de bar en even wachten. Dit wachten duurt minder lang dan we gevreesd hebben en we kunnen algauw aan tafel. Het eten is restaurantniveau, geen pub food en we kiezen allebei voor de suggestie van geroosterde eend, de prijs is uiteraard navenant. Maar goed, in Dunvegan is dit de enige eetgelegenheid vandaar natuurlijk de drukte in het etablissement.

Als we terug keren aan de B&B en uit de auto stappen, zwermen de midges ons rond de oren, honderden, neen duizenden, er is geen ontkomen aan en we stormen naar binnen.

Pas achteraf kunnen we de beten tellen en ook de jeuk ervaren, gelukkig hebben we goede zalf bij om deze jeuk een beetje te verzachten. Later genieten we van de rust op onze kamer.

 

Dag 6: zondag 10 juni: Isle of Skye

We ontbijten zoals gewoonlijk om 8u en vertrekken voor een rondrit op het eiland Skye wat het grootste eiland van de Binnen-Hebriden is, 77 kilometer lang en gaande van 5 tot 40 kilometer breed.

We volgen de A855 naar Uig waar de ferry’s naar Lewis en Uist vertrekken. Aan de haven staat ook de enige brouwerij op Skye maar die is op zondag gesloten. Het is er rustig en er lopen maar een paar mensen rond. Dan rijden we naar Kilmuir en bezoeken de begraafplaats waar een monument staat in de vorm van een Keltisch Kruis ter ere van Flora Mac Donald, geboren in 1722 en overleden in 1790. Zij toonde enorm veel moed door Prins Charles Edward Stuart als dienstmeid te vermommen om op die manier zijn vlucht te organiseren.

We volgen de weg, de enige weg hier trouwens dus geen kans om verloren te rijden, en genieten van het mooie landschap met grazende schapen en talrijke baaien. We krijgen de gelegenheid om een Hihgland Cattle te fotograferen. De koe met de enorme horens poseert gewillig voor ons en vraagt zich waarschijnlijk af wat we nu zo interessant vinden?

Er wacht ons op deze weg enorme vergezichten en een woestijnachtig landschap met bergen en heuvels. Enorm fascinerend! We moeten vertragen en uitwijken voor schapen die op de single track roads lopen, op zeker moment moeten we zelfs stoppen voor een koe op de weg! Het valt ons wel op dat de wegen hier echt slecht van kwaliteit zijn met heel wat diepe putten, soms denken we dat er alleen in België slechte wegen zijn maar we zijn dus niet alleen!

Aan het uitzichtspunt van de Kilt Rock and Mealt Falls is het druk en van boven op een klif van 90 meter hoog genieten we van het uitzicht op de oostkust van Skye en op de mooie basaltzuilen.

Aan The Old Man of Storr staat een gigantische rij auto’s geparkeerd. De site bestaat uit verspreid liggende rotsmassieven, veroorzaakt door een aardverschuiving, die de vorm aannemen van een neushoorn of een draak (dit volgens de reisgids maar met de nodige fantasie dan toch wel). Het hoogste punt ligt op 914 meter en de rotsen spreiden zich uit langs een 16 kilometer lange bergkam. De reisgids vermeldt dat het een 45-tal minuten lopen is vanaf de parking en dus begin ik eraan met volle moed, het begin van de beklimming bestaat uit een goed geëffend pad waar het gemakkelijk lopen is, het is toch al een stevig klimmetje en ik passeer verschillende kleine afsluitingen maar bij het zien van het tweede gedeelte moet ik toch wel even slikken. Nu is er geen pad meer maar enkel onregelmatige rotsblokken om overheen te klauteren, de klim is steil en heel ver. Nu ik al zo ver gekomen ben, wil ik wel verder gaan en dus kom ik steeds hoger en hoger en ondanks de vermoeidheid geniet ik van de fabelachtige vergezichten. Hetgeen ik te zien krijg plus de hele omgeving rondom mij is met geen woorden te beschrijven. In dit landschap voelt men zich zo klein, alles is grandioos. Ik sta op mijn benen te trillen van vermoeidheid en mijn hartslag is te hoog en ik besef dat dit niet te doen is voor iedereen.

Ik kan nog een stap hoger, nog een lange en steile klim op een hoge rots waardoor men een zicht heeft op The Old Man van boven af en van een andere kant maar dat zie ik niet meer zitten. Ik heb nog twee weken vakantie voor de boeg en wil hier niet vallen over een rotsblok door extreme vermoeidheid. Hetgeen de reisgidsen vergeten te vermelden is dat je toch een goede conditie moet hebben of een ervaren wandelaar moet zijn, met goede wandelschoenen uiteraard. Ik heb bij de klim heel wat mensen, ook jongeren zien terugkeren en dus is het toch aangeraden om mensen meer te informeren want de moeilijkheidsgraad van deze beklimming is toch wel hoger dan verwacht.

Het naar beneden lopen, gaat uiteraard sneller dan naar boven maar toch is het uitkijken en het is ook slechter voor de knieën. Als ik bijna beneden ben, zie ik een vrouw liggen die haar voet gebroken heeft. Freddy, die beneden gebleven is, zegt dat het al een tijdje geleden gebeurd is. Hij hoorde eerst een harde en luide schreeuw, dan veel paniek, mensen waaronder twee Belgen hebben hun jassen onder haar hoofd gelegd, twee dokters die ook toevallig op weg waren naar boven boden de eerste hulp maar dan nog duurt het eindeloos eer de ambulance er is. Ikzelf ben al blij dat ik er zonder kleerscheuren afgekomen ben. Toch vraag ik me af hoelang het zou duren eer er hulp zou komen mocht er op de top iets gebeuren. Ik mag er niet aan denken!

Onze volgende stop is Portree, de voornaamste stad op het eiland en meteen ook de meest toeristische. Er is een haventje met gekleurde huizen en het is de enige plek op dit eiland waar zich banken, supermarkten, winkels en talrijke restaurants bevinden. Onze verwachtingen over Portree liggen blijkbaar te hoog want het is kleiner dan verwacht. In een pub gaan we een welverdiend biertje drinken.

We besluiten nog naar de Fairy Pools te rijden in Glenbrittle, een rit naar boven langs een single track road. De Fairy Pools zijn een paar prachtige watervallen met kristalheldere, hemelsblauwe poelen, volgens onze reisgids althans. Aan de parking zien we de wandelaars lopen en het is blijkbaar terug een hele afstand met klimmen en dalen, we houden het voor bekeken en vinden het genoeg geweest voor vandaag.

Als we op onze kamer zitten, komt de eigenaar kloppen op de deur met de melding dat er rendieren in zijn tuin zitten en als ik de tuin inloop, staan daar werkelijk 2 herten voor mijn neus. De herten schrikken, zijn schuw en lopen gauw weer weg. Ze springen over de afsluiting aan de achterkant van de tuin, ik loop ze nog achterna maar herten kunnen vlug lopen (voor diegenen die het nog niet wisten). Met mijn telelens probeer ik toch nog een paar foto’s te scoren.

’s Avonds gaan we terug eten in The Old School, in eerste instantie is er een probleem met de reservatie maar na enig zoekwerk blijkt dat de reservatie gisteren op onze voornaam gebeurd is en vanavond op onze familienaam. We kunnen dus terug aanschuiven en het eten is terug heel lekker.

 

Dag 7: maandag 11 juni: Isle of Skye – Ullapool

Bij het ontbijt vertelt de eigenaar van de B&B ons dat hij 2 dagen per maand vrijaf neemt om naar het vasteland te gaan en dat is nu woensdag en donderdag. Op Skye is immers niets en de plaatselijke bevolking gaat naar het vasteland om kleren te kopen, naar de kapper te gaan en dergelijke meer. Het verhaal doet ons denken aan dat van de chauffeur op Mull. Wijzelf die op vakantie zijn, zien het leven op een eiland als een droom, alle rust, geen last van extreem verkeer of mensen en wij verlangen en dromen soms naar zo een leven maar de realiteit is dus blijkbaar toch wel anders. Alles heeft zijn voordelen maar ook zijn nadelen en dat is dan één van de nadelen van het leven op een eiland.

Vanuit Dunvegan rijden we terug naar Kyle of Lochalsh via de Skye Bridge. In Auchtertyre nemen we de A890 naar Wester Ross dat één van de opmerkelijkste natuurgebieden is van de Highlands. We rijden eerst op een weg tussen hoge dennenbomen en later zien we aan onze linkerkant Loch Carron. We rijden door een gevarieerd maar grandioos landschap met veel groen, hoge dennen, bergen, kleurrijke heidebloemen en dat totale landschap versmelt met Loch Carron. Voorbij Strathcarron krijgen we een gedeelte single track road en komen zo in Glen Carron terecht. In Achnasheen nemen we de A832 naar Gairloch en verderop zien we Loch Maree, een prachtig meer van 20 kilometer lang en 5 kilometer breed met een aantal eilanden er middenin.

Het woeste rotslandschap dat geflankeerd wordt door heuvels en bergen waaronder de Beinn Eighe van 1010 meter hoog getuigt van een ruwe schoonheid.

We zien een wegwijzer met “Victoria Falls” en stoppen om die te bezichtigen. De naam verwijst naar koningin Victoria die de waterval in 1877 kwam bezoeken. De waterval is pover maar misschien is de oorzaak ervan dat het hier al een 3-tal weken niet geregend heeft?

Gedurende onze reis zijn we al een aantal Cattle Grids gepasseerd, dat zijn smalle rails over de weg waardoor er geen vee of schapen zich naar de andere kant kunnen begeven want zij blijven met hun poten in de ruimte tussen de rails haken.

In Gairloch stoppen we even aan de haven en even verder is een uitkijkpunt waar we vanaf een zekere hoogte een mooi zicht hebben op het dorp. Bij de afdaling hebben we terug een weids uitzicht op een werkelijk fabelachtig woestijnlandschap vol rotsen met aan de rechterkant Loch Maree. We zijn nu nog maar een week op weg maar Schotland is werkelijk super wat het landschap betreft!

Op zeker moment zien we een ram als tegenligger, het dier loopt op zijn gemakje op de andere rijbaan en is zich van geen kwaad bewust, hopelijk wordt hij niet van de baan gemaaid door een wegpiraat want soms zien we toch dode dieren langs de kant van de weg.

De weg volgt de kust met de An Teallach (1062 m) en aan het eind van Loch Broom de Beinn Ghoblach (gespleten berg).

We stoppen aan de Falls of Measach en de Corrieshalloch Gorge waar het water van de Droma zich 46 meter naar beneden stort in het ravijn, een kloof met steile wanden dat door erosie van de rivier diep uitgesneden is. De waterval vinden we nu niet echt spectaculair en op weg terug naar de parking komen we Gerard en Anneke terug tegen. Het is al een paar dagen geleden dat wij hen gezien hebben want zij hadden op Skye een andere B&B als wij.

We rijden naar Ullapool, onze eindbestemming. Creagan Guest House is hier onze B&B voor één nacht, deze is gelegen in een rustige straat op 5 minuten lopen van de haven.

Ons eerste werk aan de haven is een bier drinken in The Seaforth bar en restaurant. We vinden de bediening niet erg vriendelijk en daarom wil ik daar ook niet eten. We lopen de Pier langs en stappen The Ferry Boat Inn binnen. Hier eet ik mussels of the isle of Lewis, of ze werkelijk van dit eiland komen weet ik niet maar ik vind ze lekker en daar gaat het tenslotte om.

Daarna lopen we naar de B&B en bekijken de match van onze Rode Duivels tegen Costa Rica. Ook al zijn we op reis, we blijven Belgen en dus gaan we ook supporteren voor eigen land!

 

Dag 8: dinsdag 12 juni: Ullapool – Thurso

Ik moet het in feite al niet meer vermelden maar het ontbijt nemen we om 8u!

Daarna vertrekken we dwars door de Highlands met Scrabster als eindbestemming.

We volgen de A835 naar het noorden en zien verschillende bergen waaronder de Cul Mor (849 m), de Cul Beag (769 m) en de Stac Pollaidh (613 m). In Ledmore buigen we af naar de A837 en even verder stoppen we aan Ardvreck Castle, de ruïne van een 16e -eeuwse burcht van de familie Mac Leod gelegen aan het Loch Assynt. Het kasteel, of wat ervan overblijft althans, is werkelijk fotogeniek met het meer en de omliggende bergen. We passeren kleine dorpjes zoals Kylesku en Scourie die enkel bestaan uit een paar huizen gelegen tussen de lochs en hoge bergen. We zijn nu in het uiterste noorden van het vasteland en volgen de North and West Highlands Tourist Route.

In Durness stoppen we en op het plein staat een bestelwagen van de Bank of Scotland waar men de nodige banktransacties kan doen zoals cash geld afhalen of overschrijvingen doen. Het is als het ware een bank op wielen. Bankfilialen bestaan niet in dit deel van het land, ook winkels zijn schaars en we vragen ons meer dan eens af waar de bewoners van de weinige huizen die hier al staan hun dagelijkse inkopen doen?

Daarom ook vraagt men meestal in winkels en benzinestations of men cash back wil. Bij het afrekenen kan men altijd een zeker bedrag aangeven om uitbetaald te krijgen in cash geld, dit bedrag wordt dan gewoonweg bijgerekend bij het intikken voor het betalen met de bankkaart. Bij ons gebeurt dit ook wel maar dan eerder sporadisch want in België zijn ATM’s voldoende aanwezig.

Durness ligt 16 kilometer ten oosten van Cape Wrath en de meest noordwestelijke bewoonde plaats, er wonen amper 320 mensen en is gelegen in het historisch graafschap Sutherland. De belangrijkste bron van inkomsten is het toerisme, de visteelt en het houden van schapen. De manier van leven is rustiger en alles verloopt trager en meer traditioneel. De stress die komt kijken bij het moderne leven kennen ze hier niet.

Het Visitor Center, de bar, het café (in Schotland is zoals in Engeland en Ierland een verschil tussen een bar en een café: in een café worden alleen frisdranken en koffie of thee verkocht met de nodige taartjes en dergelijke, in een bar of pub kan men ook alcoholische dranken nuttigen), het restaurant, kortom alles opent pas om 12 uur ’s middags de deuren. Er is hier een camping maar verder loopt hier geen kat over straat, enkel een paar toeristen zoals wij.

We volgen een spectaculaire kustroute naar het oosten en genieten van de weidse uitzichten over de Atlantische Oceaan aan de ene kant en het ruige overweldigende landschap aan de andere kant waarbij grote delen van deze route bestaan uit single track roads. In Strathy Point verlaten we de weg om de vuurtoren op de kaap te bekijken. Rond de baai van Sandsite ligt de vroegere kerncentrale van Dounreay en we zien vanuit de verte al de futuristische koepel van de centrale die gebouwd werd in 1955 en gesloten in 1994. De hele site wordt ontmanteld en gereinigd en deze werken zouden volgens de planning moeten voltooid zijn in 2025.

We zetten onze weg verder naar Scrabster waar The Ferry Inn gelegen is, onze overnachtingsplek voor 1 nacht. De Inn ligt op 200 meter van de ferryterminal waar de ferry vertrekt die ons morgen naar de Orkney Islands zal brengen. Het onthaal hier is al anders dan bij een B&B, we krijgen de sleutel en men wijst ons de weg naar onze kamer. Bij een B&B is de ontvangst persoonlijker en gaat de gastheer of gastvrouw mee om de kamer te tonen met de nodige uitleg over alle faciliteiten. Als we onze kamer op de tweede verdieping betreden, kijken we raar op. De wastafel is op de kamer zelf, het toilet en de douche bevinden zich wel in een aparte ruimte ensuite. Het zij zo, deze Inn ligt dicht bij de terminal en veel andere mogelijkheden heb je hier niet.

’s Avonds eten we in Popeye’s bar en de dubbele hamburger met friet die ik daar bestel is gigantisch en krijg ik nauwelijks allemaal naar binnen gewerkt. We kruipen vroeg in bed want morgen wacht ons een vroeg ontbijt om 7u!

 

Dag 9: woensdag 13 juni: Thurso - Orkney

Om 6 uur loopt de wekker af maar we hebben geen van beiden zin om uit ons bed te komen. We besluiten dan maar om niet te gaan ontbijten en het rustig aan te doen. In andere B&B’s moet je meestal het ontbijt de avond ervoor bestellen en dan kan je niet anders, nu moest het niet besteld worden en dan heb je de vrijheid. We drinken koffie op de kamer want dat is ook één van de voordelen van het reizen in Groot-Brittannië, in elke kamer zijn koffie en thee faciliteiten.

Om 7u30 rijden we naar de ferryterminal waar we kunnen inchecken tot 8 uur. Gerard en Anneke staan al in de rij te wachten. Blijkbaar hadden zij in eerste instantie ook The Ferry Inn maar door een overboeking of zoiets hebben zij ergens anders overnacht. Om 8u45 vertrekt de ferry van Northlink Ferries van Scrabster naar Stromness en op de boot nemen we een licht ontbijt met koffie want daar hebben we de tijd, de overtocht duurt immers anderhalf uur.

Na een tijdje zien we The Old Man of Hoy, een uitstekende rots van 137 meter hoog uit rode zandsteen die naast de 300 meter hoge rotswanden uit de zee opduikt. Hoy betekent “hoog eiland” en hier varen we voorbij de hoogste kliffen van Groot-Brittannië.

We meren aan in Stromness gelegen op het grootste Orkney eiland Mainland. Voor het ogenblik is het nog droog maar de weersverwachting ziet er niet goed uit, vanaf deze namiddag geven ze regen. Ook morgen zou het de hele dag regenen, maar we zien wel, morgen is een andere dag, we hebben vakantie en we zijn in Schotland.

De Orkney eilanden zijn een archipel van bijna 70 eilanden en de meeste inwoners, de hoofdstad en de toeristische infrastructuur bevinden zich op Mainland, het eiland waar we nu zijn. De andere eilanden zijn moeilijk bereikbaar en dunbevolkt.

Vanuit Stromness volgen we de A964 naar Kirkwall. In Orphir stoppen we aan Orkneyinga Saga Center and Round Church, de overblijfselen van een Viking hal en een 12e -eeuwse kerk of wat er nog van overblijft tenminste. Daarna volgen we de A961 langs de Scapa Flow, een beschutte baai met marinebasis waar de Duitse vloot zichzelf tot zinken bracht in 1919. Om de zuidkant van het eiland te bereiken, moeten we over de Churchill Barriers, betonnen dijken die aangelegd werden tijdens de 2e wereldoorlog op bevel van Winston Churchill, opperbevelhebber van de vloot om de oostelijke toegangsroute naar Scapa Flow te beschermen.

Voorbij de eerste dijk zien we de Italian Chapel die gebouwd werd tijdens de tweede wereldoorlog door Italiaanse gevangenen. De fresco’s zijn getuige van de kracht in het geloof bij tegenspoed. Bij de volgende dijken liggen nog verwoeste scheepswrakken die bij eb iets meer boven water komen dan bij vloed. Aan Olad Summit stoppen we maar het uitzicht op dat punt is nu niet echt van dien aard om er lang te blijven.

Daarna rijden we naar The Tomb of the Eagles, een ondergronds graf van 3000 voor Christus dat in 1958 per toeval ontdekt werd door een plaatselijke boer die nog steeds eigenaar is van deze vindplek. Wanneer we binnenkomen in het bezoekerscentrum worden we meteen aangeklampt door de dame aan de kiosk die ons persé onmiddellijk tickets wil verkopen. We vragen wat er te zien is en het blijkt dat we een wandeling moeten doen van 1,5 km. Ze is erg opdringerig, er is ook een tentoonstelling en een shop maar ze wil eerst echt die tickets verkopen. We haten opdringerigheid en zeggen dat we eerst buiten een kijkje willen nemen. Buiten is er natuurlijk niets te zien maar we houden het voor bekeken en rijden terug.

We rijden terug naar Kirkwall, de grootste plaats en de hoofdplaats van de Orkney eilanden.

Bridge Street, Albert Street en Broad Street vormen een verkeersader met oude herenhuizen waarin nu winkels gevestigd zijn. Er zijn heel weinig toeristen hier, de straat is bijna verlaten. Overal op het eiland is het rustig. Blijkbaar zijn juli en augustus hier de drukste maanden.

Als we door de straten lopen, begint het te regenen en gelukkig hebben we onze paraplu bij de hand. We lopen de St Magnus kathedraal binnen, de meest noordelijke kathedraal van Groot-Brittannië. De kathedraal is groot maar niet echt indrukwekkend.

Aan de pier stappen we binnen in The Ola Hotel en gaan in de pub eten, zoals altijd in elke pub is het eten copieus en lekker.

Onze volgende en laatste stop is onze B&B The Inn Guest House in St Marys Holm, prachtig gelegen aan een baai en waar we verwelkomd worden door Shona. De kamers zijn klein en de wifi is bar slecht maar goed, we zijn op vakantie, zitten op een eiland en moeten het dus even zonder internet doen. Misschien even afkicken?

 

Dag 10: donderdag 14 juni: Orkney

We slapen een half uurtje langer, het eiland is niet zo groot en daarom hoeven we ons ook niet te haasten, alle tijd van de wereld!

Als ik om half acht naar buiten kijk, schijnt de zon! Dit is niet te geloven want er is voor de hele dag regen voorspeld. Bij het ontbijt zitten we samen met Gerard en Anneke, zij hebben gisteren al de noordkant van het eiland bezocht en gaan nu de zuidkant doen. Wij doen het net tegenovergesteld en dat is de vrijheid van het individuele reizen, als je boekt voor een busreis is het alles samen iets bezoeken met soms beperkte tijd om iets te bezichtigen. Met vorige reizen hebben we dit ook al meegemaakt, soms heb je tijd te veel, soms tijd te kort. Individueel doe je wat je wil, je neemt zoveel tijd als je zelf wil. Nog tijdens het ontbijt wordt de lucht donkerder en begint het te regenen. Maar goed, we zijn op de Orkney eilanden in het uiterste noorden van Schotland en we wisten dat het vandaag zou regenen.

We vertrekken richting Kirkwall en Finstown en draaien een weg in naar het noorden. Eerst komen we aan de Stones of Stennes, waar vier van de twaalf stenen die ooit een cirkel vormden, nog overeind staan. De hoogste steen van de vier is 6 meter hoog en de site staat op de Werelderfgoedlijst van de Unesco. Zoals bij zoveel sites in dit land moeten we tussen de schapendrollen lopen, twee schapen liggen te verpozen tussen de buien door en we hopen dus dat het toch nog een tijdje droog zal blijven.

Een beetje verder bezoeken we de Ring of Brodgar, een cirkel met stenen uit de bronstijd met een diameter van meer dan 100 meter, 27 van de 60 stenen staan nog overeind. De ligging op een landtong tussen Loch Stennes en Loch Harray is indrukwekkend.

Ondertussen is het hevig beginnen regenen en bij het teruglopen naar de parking worden we goed nat. Als we aan de wegwijzer voor Skara Brae komen, rijden we verder met het idee om deze site later te bezoeken als het niet meer regent. Voor deze site moeten we vanaf de parking een eind lopen en we zijn nu al kletsnat.

Op weg naar Birsay zien we een heuse kerk te koop staan! Dit is geen geintje, op de gevel hangen 2 bordjes met de melding “for sale”. Later in Stromness zien we in het uitstalraam van een immobiliënkantoor een foto hangen van de bewuste kerk, het gaat over de Twatt Kirk, Birsay en de biedingen kunnen starten op 150.000 GBP!! Dus bij deze, mocht iemand interesse hebben……..

Onderweg zien we ook een gevarenbord met de afbeelding van een eend. We hebben al borden gezien met een schaap, een koe, een hert maar momenteel moeten we opletten voor overstekende eenden!

In Birsay, in het noorden van Mainland, brengen we een bezoek aan Earl’s Palace, een mooie ruïne van een residentie van de graven van de Orkney eilanden. In de 16e eeuw zou dit een weelderig en schitterend gebouw zijn geweest. We rijden verder naar het uiterste noordwestelijke punt waar Brough of Birsay zich bevindt, een eiland dat 250 meter buiten de kust gelegen is. Bij eb is het eiland toegankelijk, als wij er zijn, is het vloed en ligt de toegangsweg onder water. Ondertussen is het droog maar er komt een heuse storm op en we worden bijna van de klif geblazen.

We volgen de weg verder naar het oosten van het eiland en bezoeken Swannay Brewery waar we de plaatselijk gebrouwen bieren kunnen kopen. Momenteel kan de brouwerij niet bezocht worden omdat ze renoveren maar volgens hun uitleg zouden we dat wel kunnen bij een volgend bezoek. Ik betwijfel echter of we hier ooit nog zullen komen maar je weet nooit natuurlijk.

Bij Evie moeten we een hele tijd op een single track road langs het water rijden om de Broch of Gurness te bereiken. Een broch is een ronde toren waarvan het ontstaan teruggaat tot de ijzertijd en kenmerkend is voor het noorden van Schotland. Ze werden gebouwd vanaf 5000 voor Christus als kleine versterkte boerderijen. De broch is momenteel wel in puin gevallen maar heeft een toch wel complexe structuur. Ook hier heerst de storm en het geeft een angstaanjagend gevoel door de enorme windstoten op de klif gepaard gaande met de grote, woeste schuimkoppen op het water. Voor de broch moet men in feite entree betalen maar de man die aan de kassa zit, heeft ’s middags een uur pauze. In eerste instantie zou men dan denken dat niemand erin kan maar als we zien dat er nog een paar mensen op de site lopen, duwen we tegen het hekje en we kunnen zo naar binnen lopen, gratis dan nog! Door de harde en striemende wind is het niet erg aangenaam om er lang te blijven en als we terug in de auto zitten, begint het andermaal te regenen. Het plan om Skara Brae vandaag nog te bezoeken, stellen we uit tot morgen want de lucht trekt helemaal dicht.

Als tijdverdrijf besluiten we naar Stromness te rijden en onderweg zien we een wegwijzer voor Maes Howe. In het bezoekerscentrum blijkt dat de grafheuvel van 8 meter hoog met een diameter van 35 meter waarvan men denkt dat het een graf zou zijn van een clanhoofd of vooraanstaande familie, alleen kan bezocht worden met een shuttlebus en een begeleider als gids. Het regent en waait nog altijd heel hard en in die hele handel hebben we nu echt totaal geen zin. Dus rijden we naar Stromness waar we parkeren aan de pier waar de ferryterminal gelegen is en lopen een rondje in de nabijgelegen straatjes. Er is hier echter weinig te zien en te beleven, er zijn ook nauwelijks toeristen, het regent bovendien nog altijd en dus gaan we iets drinken in The Ferry Inn.

Daarna rijden we nog even naar Kirkwall waar we Earl’s palace en Bishop’s Palace bekijken. Aangezien het nog altijd regent is het niet echt aangenaam om door de straten te lopen waar ook nauwelijks andere mensen te zien zijn. Musea bezoeken is ook niet onze favoriete bezigheid en dus besluiten we om terug te rijden naar onze B&B. Ook in St Mary’s Holm is de storm gigantisch, bij het openen van het portier van onze auto waaien een aantal bladzijden met informatie van onze reis gewoonweg het water in.

In de vroege avond rijden we naar The Sands Hotel in Burray voor het avondeten. We moeten over 3 Churchill Barriers en de storm is zodanig hevig dat het water over de dijken naar de nadere kant slaat. Onze auto krijgt meteen een douche maar dan met gezouten water. Het is echt heftig en angstaanjagend. De eetzaal van The Sands loopt algauw vol want deze kant van Mainland zijn de eetgelegenheden dun gezaaid. De ober is een Amerikaanse marinier op rust die nu hier op Orkney woont.

 

Dag 11: vrijdag 15 juni: Orkney – Thurso

Na het ontbijt maken we de kamer leeg want vandaag nemen we de ferry terug naar Scrabster. De zon schijnt en de storm is gaan liggen en daar zijn we al blij om. We vragen ons af wat er gebeurt als de ferry niet zou kunnen uitvaren met een storm want dan loopt de hele planning in de war. Of misschien vaart die wel altijd? Ik heb geen zin om het op te zoeken op internet want het belangt ons nu niet meer aan.

Het enige dat we vandaag nog moeten bezoeken is Skara Brae. Op weg daarnaartoe zien we in de haven van Kirkwall een immens cruiseschip liggen. We zien de bui al hangen en vrezen dat de bezienswaardigheden overbevolkt zullen zijn want cruisepassagiers worden met bussen het eiland rondgereden. Ons vermoeden blijkt waarheid want als we de parkeerplaatsen van de Stones of Stennes en de Ring of Brodgar voorbijrijden, zien we de talrijke touringcars en minibusjes en horden toeristen rond de stenen lopen.

Ook bij Skara Brae is het aanschuiven aan de kassa, met onze CADW-kaarten uit Wales kunnen we de rij voorbijlopen en krijgen we nog 50 % korting bovenop.

Skara Brae ligt aan de westkust, boven de baai van Skaill en het omvat een groep woningen uit de steentijd. Het dorp dateert van tussen 3000 en 2500 voor Christus en is lang onder het zand verstopt geweest en daardoor ook zo goed bewaard gebleven. Er zijn verschillende woningen die onderling door vroeger overdekte gangen zijn verbonden. De ligging van de site aan deze baai is fraai en ondanks de busladingen aan toeristen genieten we van het uitzicht. Even verder staat Skaill House, een 17e -eeuws huis dat vroeger bewoond werd door 12 generaties van The Lairds of Skaill. The Lairds is een Schotse term voor koopman, grondbezitter of landheer die hun inkomen haalden uit het verpachten van hun land. De pacht werd dan betaald in goederen. Als we in het huis zijn, begint het terug te regenen (onze regenjassen en paraplu liggen in de auto, daar liggen ze mooi droog!) dus bij het verlaten van het huis haasten we ons terug naar het bezoekerscentrum. Ondertussen staan al 4 touringcars op de parking en de cafetaria waar we van plan waren om een koffie te gaan drinken, zit overvol.

We rijden dus maar verder naar Stromness en onderweg wordt het weer droog en gaat de zon schijnen. We zijn uiteraard veel te vroeg om in te checken en zo lopen we The Ferry Inn al gauw binnen. Om de tijd te doden lunchen we daar en daarna lopen we wat rond in de haven. De check-in start laat, pas om 15u40 terwijl de allerlaatste check-in al om 16 uur is. Al bij al duurt het wachten lang maar uiteindelijk kunnen we dan toch de ferry binnen rijden.

The Old Man of Hoy die we terug passeren is nu nog indrukwekkender omdat het licht er anders op valt, de rotsen liggen als het ware in een gouden gloed door de ondergaande zon.

Om 18u15 meren we terug aan in Scrabster en het is nog een kleine 5 kilometer rijden naar Park Hotel in Thurso. Het hotel heeft 20 kamers en is dus van een ander kaliber dan onze vorige B&B ’s, dat merken we al onmiddellijk bij de receptie, de ontvangst is in een B&B hartelijker en persoonlijker.

’s Avonds bekijken we de wereldbekermatch tussen Spanje en Portugal op onze kamer.

 

Dag 12: zaterdag 16 juni: Thurso – Inverness

Na het ontbijt rijden we richting oosten. Thurso is de enige stad in dit deel van het land dat de naam stad waardig is. De rest zijn kleine dorpjes van amper een paar huizen groot waar je in een flits doorheen rijdt.

Bij Thurso zien we Dunnet Bay, een meer dan prachtige baai met aan de andere kant uitgestrekte weilanden en grazende schapen. In Dunnet volgen we de wegwijzer naar Dunnet Head, een schiereiland en het meest noordelijke punt van Schotland, van het vasteland dan toch althans. Een single track road leidt ons naar de 15 meter hoge vuurtoren op een 90 meter hoge rots. De zon schijnt volop, het is 17 graden en er is weinig wind, het is er aangenaam en het uitzicht over de omgeving met hoge kliffen en de Orkney eilanden in de verte is schitterend.

Verder oostwaarts stoppen we bij John o’Groats, het meest noordoostelijke punt van Groot-Brittannië. Het ligt op 1410 kilometer ten noordoosten van Land’s End in Cornwall dat we vorig jaar bezocht hebben dus een bezoek aan dit andere uiterste punt mocht niet ontbreken. Er staat een grote wegwijzer met vermelding van plaatsen over de hele wereld, zoals er ook eentje staat op Land’s End. Hier kan je echter volop foto’s maken, er zijn geen Chinese toeristen in de buurt en iedereen wacht zijn beurt af om zelf op de foto te staan met de wegwijzer als achtergrond. Hiervoor moest op Land’s End betaald worden en werd de foto gemaakt door een professionele fotograaf. We genieten van het mooie weer en het mooie uitzicht, spijtig genoeg is er verder niet veel meer te zien dan een camping en ontelbare souvenirwinkeltjes en het geheel oogt erg commercieel, iets te veel van het goede zelfs!

Langs een klein weggetje rijden we naar Duncansby Head. De vuurtoren stelt niet veel voor maar er is een mooi uitzicht op de kliffen. Om de Stacks of Duncansby te zien, rotspieken die tot 64 meter boven de zee uitsteken, moeten we anderhalve kilometer lopen door weilanden vol schapen en uiteraard de bijhorende schapendrollen maar dat laten we aan ons voorbij gaan.

We volgen de A99 die later overgaat in de A9 langs de westkust en genieten van het landschap zoals je alleen in dit deel van het land hebt. Voorbij Helmsdale komen we in een grandioze file terecht en het blijkt dat er een ongeval gebeurd is met een auto en een motorrijder. Het is op dat ogenblik 12u30 en nog 16 kilometer rijden naar Golspie waar we van plan zijn om Dunrobin Castle te bezoeken.

Een man die van auto naar auto gaat om informatie te geven, zegt dat het nog even kan duren. We weten niet hoe ernstig het ongeval is en dus gaan we op de kaart kijken maar zien niet onmiddellijk een alternatieve weg want de A9 is de enige goed berijdbare weg naar het zuiden. De gps stelt ons wel een alternatieve weg voor maar dan is het 55 kilometer rijden i.p.v. 16, het is een hele lange omweg en voor het merendeel single track roads dus beslissen we om te blijven wachten. Rond 13 uur komt er een politieagent langs met hetzelfde bericht dat het nog wel even kan duren. Op mijn vraag wat “a while” is, antwoordt hij dat het 1 à 2 uur kan duren en misschien zelfs langer. Ja, 1 à 2 uur noemen wij al niet meer “a while” en we zien dat meerdere mensen hetzelfde idee hebben en dat talrijke auto’s zich keren en we besluiten hetzelfde te doen en de alternatieve weg van 55 kilometer te volgen.

We rijden terug naar Helmsdale en slaan daar linksaf. In het begin is de weg nog tamelijk goed, weliswaar met “passing places” maar die zijn talrijk en we zien de auto’s van ver aankomen. Op zeker moment zien we herten, drie ervan staan dichtbij, de andere staan verder weg bij een bos.

Verderop gaat de A weg over in een B weg en dat zullen we geweten hebben! Het is een heel smalle weg, nauwelijks een auto breed met amper “passing places”. Het lijkt in feite meer op een geitenpad dan een rijweg voor auto’s. Op zeker moment komt er een auto aan die gewoon voorbijrijdt aan een van de weinige “passing places” die er zijn en we staan blok. We kunnen geen kant op, ook niet achteruit want daar is geen “passing place” en dus rijden we een eindje omhoog de dichtbegroeide kant met hoog gras op en onze tegenligger doet hetzelfde. De berm langs zijn kant is iets hoger dan bij ons en hij bolt terug achteruit met als resultaat dat zijn bumper aan de ene kant loshangt. Het is niet onze fout en ik denk dat hij de volgende keer twee keer zal nadenken en toch even de tijd zal nemen om te wachten.

We zijn blij als we eindelijk terug op de A9 komen net voor het dorp Brora, maar wel voorbij de plaats waar het ongeluk heeft plaats gevonden, hier staat nu al een meer dan gigantische file. Het is nu 14u10 en we hebben er dus een uur over gedaan maar we zijn eruit en anders hadden we nog in de file gestaan.

We rijden naar Dunrobin Castle, een 15e -eeuws kasteel in Golspie en in het bezit van de Sutherland clan. Het is het meest noordelijke van de Schotse “Great Houses” en het grootste van de Northern Highlands met 189 kamers. Het zou niet misstaan in het lijstje van de Franse kastelen aan de Loire. Het kasteel ligt op een rotsterras boven de zee en is werkelijk indrukwekkend. Het interieur bevat talrijke kamers en is een echt pareltje, ook de tuinen getuigen van een wonderbaarlijke schoonheid. Als we het kasteel buiten komen, begint het weer te regenen. Op de parking ontmoeten we terug Gerard en Anneke die in de file van het ongeluk blijven wachten zijn. Zij hebben de auto gezien waarvan de deur volledig ingedeukt was door de motorrijder en zij betwijfelen of de motorrijder het er levend afgebracht heeft.

Op weg naar Inverness gaat het steeds harder regenen. Voordat we de stad bereiken, moeten we eerst over een gigantisch lange brug over de Cromarty Firth. Inverness is de hoofdstad van de Highlands en tamelijk druk, zeker als je zoals wij, van het uiterste noorden en de Orkney eilanden komt, is het terug even wennen aan het drukke verkeer.

We komen vlot aan bij onze B&B, Acorn Guest House met 6 kamers. Volgens onze info is er private parking aan de achterzijde maar die blijkt meer dan miniem voor 6 wagens plus dat de auto van de eigenaar er ook nog moet staan.

We lopen naar het centrum en komen al gauw aan een pizza restaurant “Pepperoni Speciale” en we besluiten om hier te eten, het is eens iets anders dan de gebruikelijke pubfood. We hebben nog niet eens onze pizza gekregen of Gerard en Anneke lopen ook binnen, zij hadden hetzelfde idee als wij.

 

Dag 13: zondag 17 juni: Inverness

Deze morgen gaan we voor een rondvaart op de Moray Firth met de Dolphin Spirit. De bedoeling is om dolfijnen te spotten, eventueel ook zeehonden. De boot vertrekt aan de Inverness Marina, een 6 kilometer rijden vanaf onze B&B. We hebben geluk, we zijn amper met 12 personen terwijl ze tot 60 passagiers meenemen. We varen een eindje op de Beauly Firth, gaan onder de Kessock Bridge door naar de Moray Firth. De tocht duurt 75 minuten. Bij de introductie zegt de gids dat ze niet kunnen garanderen dat we dolfijnen of andere dieren zullen zien want dat het tenslotte om wilde dieren gaat die je niet kan verplichten om zich even te tonen aan de bezoekers maar dat we wel moeten genieten van de trip. We voelen de bui al een beetje hangen. We hebben in Andalusië in Tarifa ook een Dolphin Watching gedaan maar daar werd er 99 % op het zien van dolfijnen gegarandeerd.

Hoe meer de tocht vordert, hoe meer iedereen beseft dat het niets zal worden. De gids legt uit dat er 2 dolfijnen zijn die hier in de baai geboren zijn en altijd terugkomen, soms zijn ze met drie of vier. Als ik de oppervlakte van het water bekijk, moet je al heel veel (met de nadruk op heel veel!!) geluk hebben dat die twee dolfijnen zich op de juiste plek en op het juiste tijdstip bevinden om zich te laten bewonderen door ons.

Het wordt dus uiteindelijk niets, de gids is allerlei uitleg aan het geven over de regio maar dat is niet waarvoor we gekomen zijn. Ik weet nu uiteraard niet of er nooit dolfijnen gespot worden en in feite is het tijdverdrijf maar niet echt zijn geld waard.

Daarna rijden we naar Drumnadrochit, een klein dorp aan Loch Ness, dat zich nu volledig maar dan ook volledig (!!) toespitst op het toerisme. In het Loch Ness Centre and Exhibition is er een multimediatentoonstelling over het loch, de geschiedenis, het mysterie en de legende van het monster Nessie.

Loch Ness is het op één na grootste meer van Schotland, is 37 kilometer lang en op sommige plaatsen 226 meter diep. Het meer is wereldberoemd door een foto gemaakt in 1934 door RK Wilson waarop een gewelfde nek met een slangenkop te zien is. Het is nooit bewezen dat er wel degelijk een monster leeft in dit meer maar het is één van de belangrijkste toeristische attracties in Schotland en tevens een belangrijke bron van inkomsten. In de talrijke winkeltjes worden ontelbare souvenirs wat betreft Nessie verkocht, de pluchen Nessies van miniem naar groot en in een gifgroene kleur zijn niet te tellen.

Vier kilometer verder ligt Urquhart Castle waar het gigantisch druk is en het is wachten op een vrijgekomen plaatsje op de parking. Het is een 13e -eeuws kasteel met een strategische ligging op een rotspunt boven Loch Ness. Het kasteel zelf is een ruïne maar het is prachtig gelegen met het loch op de achtergrond. Langs beide kanten kan men een toren beklimmen en het uitzicht uit de hoogte is fenomenaal.

We hebben geen zin om rond het meer te rijden want op heel wat plaatsen is het loch gewoonweg niet te zien door de hoge bomen en struiken eromheen.

We rijden terug naar de B&B met de bedoeling om daar onze auto te parkeren en te voet naar het centrum van Inverness te gaan. Dat kan echter niet, er zijn aan de achterkant werken aan de gang en de eigenaar zegt ons dat we of onze sleutel van de auto moeten achterlaten of een parking zoeken in de stad. Dit is echt de minste van de B&B’s die we hier al gehad hebben, groot gedoe met 6 kamers maar ook in de straat kan men niet parkeren! We weigeren om de sleutel van onze auto achter te laten en rijden dus naar het centrum en vinden een ondergrondse parking in Eastgate Shopping Mall, een gigantisch winkelcentrum van verschillende verdiepingen. Vanuit de parking komen we met de lift middenin een winkel op de tweede verdieping terecht. Dit is nieuw voor ons en het duurt een tijdje eer we op straat terecht komen, daarvoor zijn we al een drietal keer terug in de lift gestapt en als laatste poging toch een keertje de roltrap genomen en daar was ie dan! De buitenlucht en de straat!

Het centrum van de stad met High Street als verkeersvrije straat is druk, toeristen en lokale bevolking lopen langs de talrijke winkels, pubs en restaurants, het totaalbeeld geeft wel een charmante indruk. We gaan iets eten bij Johnnie Foxes, een pub aan Ness Bridge. Later halen we de auto op en rijden we terug naar de B&B waar er terug problemen zijn in verband met parking. Gelukkig zijn we hier morgen weg!

 

Dag 14: maandag 18 juni: Inverness – Ballater

Bij het ontbijt vragen Gerard en Anneke of we nu dolfijnen gezien hebben, we antwoorden dan maar dat het gisteren zondag was en dat de dolfijnen op familiebezoek waren in andere regio’s. Ons antwoord wordt op hartelijk gelach onthaald.

Daarna vertrekken we richting Nairn en onze eerste stop is Cawdor Castle. Het kasteel gaat pas open om 10 uur maar om 9u30 staan we al op de parking. Algauw komen ook Gerard en Anneke aangereden en we besluiten om toch al naar de ingang te lopen omdat we op deze manier misschien nog een foto kunnen maken van het kasteel zonder mensen ervoor.

Cawdor Castle is één van de meest bezochte kastelen van Schotland dankzij Shakespeare’s Mac Beth. Het interieur van het kasteel getuigt van een ongelooflijke rijkdom en is een waar pareltje met mooie dingen waaronder Brugse wandtapijten uit de 17e eeuw. We komen ogen te kort om alles in ons op te nemen. Het kasteel heeft ook 3 tuinen met allerlei bloemen en planten.

Vanaf Cawdor volgen we de Highland Tourist Route naar Aberdeen en de A939 naar Grantown on Spey, een dorp met mooie 18e -eeuwse Gregoriaanse huizen. Onze volgende stop is Carrbridge, een klein dorp maar bekend om zijn schilderachtige stenen boogbrug uit 1717 die indertijd gebouwd werd voor paard met wagen en dus meteen de oudste stenen brug van de Highlands. Deze brug werd zwaar beschadigd door de grote overstroming in 1829 en de brug is nu niet meer toegankelijk en daardoor uitermate fotogeniek!

Ondertussen zijn we in het Cairngorms Nationaal Park, een granieten massief met echte berglandschappen en bijna uniek in Groot-Brittannië. De Caledonische bossen, hellingen en spectaculaire vergezichten zijn van een adembenemende schoonheid. In het winterseizoen is dit het Schotse skigebied met diverse skischolen en in de zomer kan men genieten van de verschillende buitenactiviteiten zoals wandelen, fietsen, vissen enz. Een rondrit met de wagen is ook een favoriete bezigheid.

Daarna rijden we naar Aviemore, meer bepaald de site van de Cairngorms Mountain Train, de hoogste trein in de UK die een traject aflegt van 2 kilometer lang in 8 minuten, gaande van 462 meter tot 1097 meter hoogte. Op deze weg komen we in het Glenmore Forest park met Loch Morlich. In maart heb ik van thuis uit tickets geboekt via het internet voor de trein maar toen ik gisteren de betreffende website checkte, bleek dat de trein niet rijdt tussen 4 juni en 4 juli wegens dringende onderhoudswerken. De boeking is een jaar geldig en niet terug betaalbaar maar met het bewijs van boeking en de nodige uitleg dat we dit moment in Schotland zijn en niet meer volgende maand, begrijpen ze de situatie en krijgen we ons geld terug.

In deze regio is er een Malt Whisky Trail van 112 kilometer lang die leidt van distilleerderij naar distilleerderij maar het is onbegonnen werk om ze allemaal te bezoeken of men moet al een echte liefhebber zijn! Als tijdverdrijf willen we er wel eentje van bezoeken en we kiezen voor Glenlivet. De distilleerderij is groter dan die van Ben Nevis in Fort William. Het proces van het distilleren van de whisky is hetzelfde maar de vrouw die ons de uitleg geeft, doet dat op een veel duidelijkere en klaardere wijze, meer enthousiaster en we dragen er dus ook heel wat meer van mee. Ze maakt duidelijk dat iedere whisky distilleerderij zijn eigen geheim heeft en dat de whisky van de westkust niet beter of slechter is maar alleen anders van smaak en daarover kan men niet discussiëren. Fotograferen is verboden en we snappen niet echt waarom want op het moment dat we er zijn, is er geen productie.

We proeven 3 soorten whisky en je raadt nooit wie we bij de proeverij ontmoeten, ja inderdaad, onze goede vrienden Gerard en Anneke die blijkbaar in de vorige groep zitten.

Deze rondleiding kost ons 10 GBP pp en we krijgen nog een gratis glaasje met het logo van Glenlivet als geschenk. Als we de proeverij bij Fort William vergelijken, betaalden we daar 18 GBP zonder geschenk met 1 proeverij meer. Over smaken kan men niet redetwisten zoals eerder gezegd maar we vinden deze whisky beter smaken dan die van de westkust.

We volgen de Highland Tourist Route naar Ballater en we genieten van de spectaculaire uitzichten, werkelijk fenomenaal!!

Onze B&B in Ballater is Netherley Guest House en het is één van de betere van onze reis, weliswaar met parkeerplaatsen op straat maar toch aan de deur. De straat grenst aan het kerkplein waar diverse eetgelegenheden zijn op minder dan loopafstand wat enorm meevalt.

’s Avonds eten we in DeeSide Inn en de ribeye is fantastisch lekker!

 

Dag 15: dinsdag 19 juni: Cairngorms National Park

We slapen ietsje langer uit en ontbijten om 8u30. Gerard en Anneke hebben hetzelfde idee en we zitten terug samen aan dezelfde ontbijttafel en doen het rustig aan. Van onze gastvrouw Penny krijgen we nog een paar tips om de omgeving te verkennen waaronder Crathes Castle. We hebben terug geluk met het weer en zij vertelt dat het de mooiste zomer is gedurende de laatste vier jaar. Gelukkig hebben we net dit jaar gekozen voor onze reis hiernaartoe.

Als we Ballater uitrijden, zien we een kerk die nu gebruikt wordt als tearoom. Het doet ons denken aan de kerk die te koop stond op Orkney en aan die wat we gisteren zagen toen we van Glenlivet kwamen, daar zagen we een vroegere kerk welke nu een co-op is, een winkel met voedingswaren. Het is zoals bij ons, de kerken lopen hier ook leeg maar hier maken ze er nog een bruikbare plaats van. Een idee voor de kerkfabrieken en geestelijken bij ons die toch al zo rijk zijn als de zee diep is?

Eerst rijden we naar Balmoral Castle, gelegen in de Highlands aan de rivier de Dee en bekend als zomerresidentie van de Britse koninklijke familie. Koningin Victoria liet dit kasteel bouwen tussen 1853 en 1856. De entree is vrij prijzig en met een gratis audiogids die men sinds dit jaar ook in het Nederlands kan krijgen, lopen we een route door de tuinen. Het vooraanzicht van het kasteel is mooi en ook wereldberoemd maar de tuinen en omgeving zijn niet echt bijster interessant. Het domein beslaat meer dan 260 km² en heeft 50 werknemers in dienst die allemaal op het landgoed wonen. In augustus wanneer de koninklijke familie er verblijft, is het gesloten voor publiek. Van het kasteel is slechts één enkele zaal te bezichtigen en dat is de balzaal die een kleine tentoonstelling over 100 jaar koninklijk leven herbergt en al helemaal niet interessant is. Men mag er ook niet fotograferen. Al met al is de entreeprijs veel te duur voor hetgeen er maar te zien is, daarom ook dat de koningin haar domeinen perfect kan onderhouden en meteen één van de rijkste vrouwen ter wereld is met een privé bezit waar wij enkel kunnen van dromen.

Daarna rijden we naar Kildrummy Castle maar daar is het een beetje een raar gedoe. Op een parking waar twee auto’s staan, staat een container waar de ticketverkoop geschiedt. In eerste instantie rijden we daar voorbij en even verder op de weg staat terug een bord met een wegwijzer voor het kasteel. In de omgeving is geen kasteel te zien en we hebben geen zin om honderden meters te lopen tussen de schapen en de schapendrollen om een kasteel te zien waarvan we al op voorhand weten dat het een ruïne is.

We rijden dus verder naar Crathes Castle and Gardens dat beheerd wordt door de National Trust of Scotland. We proberen aan de kassa korting te krijgen met onze CADW kaart maar het blijkt dat onze kaarten alleen geldig zijn voor bezienswaardigheden van English Heritage and Historic Scotland en niet voor die van de National Trust. Vorig jaar in Engeland was dit ook zo en op dit ogenblik vraag ik me andermaal af hoeveel kaarten je dan wel moet kopen om overal korting of gratis ingang te krijgen. De vrouw aan de kassa ziet dat we twijfelen en geeft ons bij het betalen van de volle entreeprijs een kaart voor gratis toegang bij 3 verschillende bezienswaardigheden waaronder Balmoral Castle. Spijtig genoeg zijn we daar al geweest.

Het kasteel is een 16e -eeuwse burcht die bestaat uit verschillende verdiepingen en het interieur dat toch wel overweldigend is, interesseert ons meer dan de tuinen waar men overal aan het werken is en waar ook overal allerhande troep ligt.

Daarna rijden we terug naar Ballater waar we even gaan relaxen op de kamer. ’s Avonds gaan we eten in het Indische restaurant in Victoria Street, India on the Green. Gerard en Anneke zijn ons voor en zitten al aan een tafel in de veranda. We bestellen er een tandoori mix grill en het is heel lekker en perfect vergelijkbaar met de tandoori die we op onze vorige reizen in India gegeten hebben. Het spijt ons dat we hier morgen vertrekken…..dit is echt wel een plaatsje waar we langer willen blijven.

 

Dag 16: woensdag 20 juni: Ballater – Edinburgh

Bij het ontbijt bestellen we alleen toast, op het buffet staat kaas, salami, ham, jam en voldoende andere dingen om te eten. Na bijna drie weken eieren als ontbijt hebben we er echt wel genoeg van. Gerard en Anneke die al aan de ontbijttafel zitten, moeten hartelijk lachen want zij hebben exact hetzelfde gedaan en gezegd.

Ons oorspronkelijke plan om Scone Palace in Perth te bezoeken, laten we varen. Het paleis zal misschien wel indrukwekkend zijn maar het is verboden om binnenin het paleis te fotograferen en dan hoeft het niet meer voor ons en willen we ook geen hoge entreeprijs betalen. Onze tweede optie is Stirling Castle maar ook daar mag je niet fotograferen en dus rijden we rechtstreeks door naar Edinburgh.

We passeren Braemar Castle waarvoor we nog gratis tickets hebben maar het kasteel gaat maar om 10 uur open en dus nemen we een foto van het kasteel vanaf de inkompoort. Op de parking staan een paar auto’s met toeristen die wachten tot het kasteel opengaat. Vanaf de buitenkant ziet het er niet bijster interessant uit maar ja, je weet nooit natuurlijk.

We volgen de A93 en komen via Devil’s Elbow en Glen Shee in een fantastisch mooi landschap terecht. Op zeker moment zien we een dood hert langs de kant van de weg, de auto die het hert aangereden heeft, zou ik wel eens willen zien na deze hevige crash.

Voorbij Blairgourie en Rattray volgen we de Deeside Tourist Route richting Perth. Vanaf hier beginnen we terug de hoge hagen te zien als natuurlijke afsluiting zoals we vorig jaar in Engeland zagen. In de Highlands zagen we dat niet, daar waren het lage muurtjes uit natuursteen of een afsluiting met draad en paal.

In Guildtown in The Anglers Inn gaan we een koffie drinken, het restaurant is volledig toegespitst op Spanje met een interieur in de kleuren van de Spaanse vlag en een menu in het Spaans. Als ik naar het toilet ga, is er in het damestoilet een hoek waar men baby’s kan verschonen, er staat zelfs een mandje met pampers voor het geval de jonge moeder er niet aan gedacht heeft om deze mee te nemen.

In Perth stoppen we aan een co-op en slaan een voorraad thee in voor thuis. Hier hebben ze zoals in Wales thee in pads zoals bij een senseo koffieapparaat en die thee is veel lekkerder dan de thee die ze bij ons verkopen. Voorbij Perth komen we op de M90 en nu schieten we echt goed op. Vanaf Dunfermline wordt het verkeer drukker en dan gaan we de Forth bridge over, een gigantische brug over de Firth of Forth.

Rond Edinburgh is het verkeer nog drukker en wordt het uitkijken en alert zijn en we zijn al blij dat we hier niet arriveren in de spits. Onze gps loodst ons zonder problemen naar onze B&B, Ceilidh Donia in Marchall Crescent, ongeveer 3 kilometer van de Royal Mile in het centrum. Het is een iets rustigere wijk maar de wijze van parkeren is ongewoon voor ons, tussen 9u30 en 11u mogen alleen “permit holders” parkeren. Permit holders zijn mensen die hier wonen en we vragen ons af hoe alles hier dan in zijn werk moet gaat want de B&B heeft amper 2 parkeerplaatsen voor 17 kamers.

We gaan inchecken en worden meer dan hartelijk verwelkomd door Kevin. We hadden op voorhand op tripadvisor al goede recensies gelezen en de man doet echt heel hard zijn best met allerlei uitleg. We kunnen zelfs op zijn privé parking staan en dat waarderen we echt enorm. De B&B heeft zoals eerder gezegd 17 kamers en we zitten op de tweede verdieping met uitstekend uitzicht op Arthur’s Seat. De kamer is ietwat eigenaardig ingedeeld, lang en smal. In het midden staat een tussenschot en langs elke kant staat aan één zijde een bed met het hoofdeinde naar het tussenschot gericht.

Op aanraden van Kevin gaan we met de bus naar het centrum. Op de bus zit een man met een kilt en als hij ons ziet twijfelen met onze stadskaart in de hand, begint hij onmiddellijk uit te leggen hoeveel haltes we nog moeten doen voor we moeten uitstappen aan de Royal Mile. Echt een vriendelijke man en heel behulpzaam!

De Royal Mile is gigantisch druk en we lopen even richting Palace of Holyroodhouse, keren terug richting North Bridge en Princess Street en via Waverley Bridge terug. In Princess Street is een openlucht bar en daar gaan we iets drinken, de keuze uit de verschillende soorten gin is een uitdaging.

In het centrum zien we een aantal mannen uitgedost in Schotse rok en ook al weten we dat we in Schotland zijn, toch doet het een beetje raar aan. Ik denk dan aan het gezegde dat een man onder een Schotse rok niets aan heeft, zou dat werkelijk zo zijn??? Ik heb het niet durven vragen en dus blijft het een mysterie zoals de legende van Nessie er eentje is.

Aan Waverley Bridge eten we nog een keertje fish and chips, het is er druk en het grote scherm waarop je de wereldbeker kan volgen, geniet de grootste belangstelling. Aan North Bridge nemen we de bus terug Marchall Crescent en wonderlijk genoeg (rekening houdend met eerdere ervaringen met bussen in een vreemd land waar het meestal verkeerd ging) stappen we af op de juiste plaats. We duimen dat het morgen even vlot mag gaan.

Vanuit onze kamer zien we tot ’s avonds laat heel wat mensen naar boven klimmen op Arthur’s Seat wat toch een aardige klim is want de top ligt op 251 meter.

 

Dag 17: donderdag 21 juni: Edinburgh

Na het ontbijt gaan we terug met de bus naar het centrum, per rit betaal je hier 1,70 GBP per persoon en dit gepast te betalen. Je gooit het geld in een koker en je krijgt een ticket uitgeprint. Of je nu lang blijft zitten of maar een paar haltes, maakt niet uit, het blijft dezelfde prijs. Het openbaar vervoer is hier heel erg efficiënt ingedeeld. Bij ons in België is dit totaal anders, meestal inefficiënt en heel erg complex, daarom ook dat we in België nooit maar dan ook nooit de bus, tram of trein gebruiken.

We stappen uit aan North Bridge aan de Royal Mile en lopen eerst naar Edinburgh Castle. In de hoofdstraat is het nog rustig maar aan het kasteel staan al lage wachtrijen. Aangezien we lid zijn van CADW mogen we onmiddellijk doorlopen en in het Visitors Center betalen we de helft van de ingangsprijs.

Edinburgh Castle ligt op een heuvel, Castle Rock, en oogt door zijn strategische ligging indrukwekkend. Vroeger deed het dienst als burcht, koninklijke residentie en garnizoen en door de gebouwen op verschillende niveaus en de geplaveide wegen doet het meer denken aan een volwaardig dorp dan aan een militair bolwerk. Op de esplanade staan grote tribunes voor de Military Tattoo die binnenkort zal plaatsvinden maar die tribunes verpesten toch ietwat het uitzicht op de burcht. Eens we de toegangspoort passeren, is het moeilijk om foto’s te maken door de immense groepen van mensen die dit kasteel bezoeken. We begrijpen dit ten volle want tenslotte is dit één van de belangrijkste bezienswaardigheden in Edinburgh. We bezoeken verschillende kamers en die zijn allemaal, zonder enige uitzondering, interessant. De kamer met de kroonjuwelen schiet er wel bovenuit, deze is werkelijk fantastisch. Vanop de buitenmuren hebben we een grandioos uitzicht over de stad en omgeving.

Na dit bezoek lopen we naar de dichtstbijzijnde stop van de hop on hop off bus waarvoor ik reeds op voorhand via het internet tickets heb geboekt. Op de bus krijgen we een plan en oortjes om de uitleg over Edinburgh te kunnen volgen. Het weer is schitterend en de zon schijnt volop en dus gaan we op het hoogste verdiep van de dubbeldekker zitten en genieten van het uitzicht op de mooie gebouwen in de stad.

We stappen af aan het Palace of Holyroodhouse, de officiële residentie van de koningin in Schotland. De entreeprijs is maar liefst 23 GBP en het is verboden om foto’s te maken binnenin het paleis. Na onze ervaring bij Balmoral Castle houden we het al gauw voor gezien en houden onszelf voor dat we geen sponsor zijn van de koningin die rijk genoeg is om haar paleizen zelf te onderhouden. Aan de overkant is het Schotse Parlement en bij het binnenkomen wordt alles gecheckt door een scanner zoals op de luchthaven. Ik vergeet dat ik mijn smartphone in mijn zak gestoken heb en dus niet in het bakje voor de scanner heb gelegd en ik word uiteraard uitgebreid gefouilleerd. Het is mijn eigen schuld maar ik heb er al een beetje de pest in, ik ga het parlement zeker niet overvallen, zo fanatiek ben ik niet. Eenmaal binnen na alle controles kan men de zittingen volgen op groot scherm maar ook live meemaken mits een ticket te kopen. Aan het kruispunt bevindt zich ook Queen’s Gallery, een tentoonstellingsruimte in een vroegere kerk waar we voorbijlopen omdat we geen liefhebber zijn van dergelijke dingen.

We stappen terug op onze hop on hop off bus en onze volgende stop is Burns Monument op Calton Hill, een herinneringsmonument in Griekse stijl voor de neoklassieke dichter Robert Burns. Daarna stappen we weer op de bus en blijven een tijdje op de bovenste verdieping zitten en genieten van de mooie gebouwen die Edinburgh telt.

Aan de stop voor de Grassmarket stappen we weer af maar we staan in een stille straat waar niets te zien is en weten niet echt in welke richting we moeten lopen. Als we met ons stadsplan in de hand staan te kijken, komt er onmiddellijk een stel op ons af dat ons vraagt waarheen we willen gaan. Het zijn plaatselijke bewoners en weerom stellen we vast dat de bevolking hier echt heel vriendelijk en behulpzaam is. Op de Grassmarket vond van de 15e tot begin de 20e eeuw de veemarkt plaats maar nu is het een gezellig plein met pubs, restaurants en leuke terrasjes.

Onze laatste rit met de hop on hop off brengt ons terug naar de Royal Mile waar het ondertussen gigantisch druk is geworden mede door de vele attracties en kunstenaars en het geheel doet ons terug denken aan de Ramblas in Barcelona.

Heel wat souvenirwinkels worden, zoals in Engeland, uitgebaat door vreemdelingen die allerlei rotzooi verkopen die niemand wil hebben. Deze vraag hebben we ons vorig jaar ook gesteld, alle migranten doen er alles aan om in het Verenigd Koninkrijk te komen en zien het als beloofde land maar is het dit ook wel?? Ik heb soms twijfels of het werkelijk bedelaars zijn maar goed, dit is persoonlijk en maak je ook mee in eigen land.

We hebben vandaag een schitterende dag gehad, geluk gehad met het weer, veel gezien en ook de terugweg met de lokale bus verloopt probleemloos. We hebben het idee dat we het systeem van openbaar vervoer nu wel onder de knie hebben…… tot we terug in een ander land komen en er andere problemen opduiken natuurlijk.

 

Dag 18: vrijdag 22 juni: Edinburgh – Haven Newcastle

Vandaag is onze laatste dag in Schotland en deze namiddag gaan we op de ferry naar IJmuiden.

Na het ontbijt en een hartelijk afscheid van Kevin vertrekken we om 9 uur en rijden richting Peebles. Het duurt een hele tijd eer we de stad uit zijn want er staan op korte afstand van elkaar heel wat verkeerslichten die telkens vlug terug op rood gaan staan zodat er elke keer maar een paar auto’s kunnen passeren. Bij Peebles en Galashiels komen we in het Scottish Border District waar de grens begint tussen Schotland en Engeland. We genieten voor de laatste maal van de fantastisch prachtige landschappen in het binnenland met kleine typisch Schotse dorpjes van amper een paar huizen groot, mooie meren en snelstromende rivieren, heidelandschap met kleurige bloemen en berghellingen vol grazende schapen en koeien. Aan een boerderij zien we de eerste lama’s van de reis (dit is een grapje van onze reis naar Bolivië en Peru van 2000 toen we de eerste lama’s van de reis zagen, dat was pas sensatie!!)

Ondanks het grapje is dit wel de waarheid, we hebben wel degelijk lama’s gezien aan die boerderij!!

Tot hier schieten we niet echt op maar in principe hebben we tijd genoeg. De ferry missen zou immers pas echt een ramp zijn!

Een eind voorbij Jedburgh komen we aan de grens tussen Engeland en Schotland en op de top is een uitzichtpunt. Nu komen we in het Northumberland Nationaal Park met andermaal prachtige landschappen. Op de A696 zegt onze gps op zeker ogenblik dat er een verkeersstoring is maar daar kunnen we ons niets bij voorstellen. Wat wordt er bedoeld met verkeersstoring? De gps stelt ons geen alternatieve route voor dus wachten we maar even af en bij Newcastle komen we op de ring rond de stad terecht maar daar gaat het meer dan vlot, het is ondertussen middag en de spits is voorbij. Al bij al is de paniek voor verkeersstoring voor niets want er doen zich geen incidenten voor en we wrijven in onze handjes. Dat is ook de reden waarom we vandaag geen risico genomen hebben door toch nog iets te gaan bezichtigen. Het halen van de ferry is nu het allerbelangrijkste en liever daar ter plaatse nog een hele tijd wachten dan opgejaagd worden om toch de boot te halen.

Even voor we de haven bereiken, is er nog een filevorming omdat ze daar een tunnel aan het bouwen zijn, de Tyne Tunnel. Rond 13 uur staan we aan de check in, ruimschoots op tijd maar toch is het een lange rit geweest zonder enkele stop. We lopen nog even naar de terminal en algauw komen ook Gerard en Anneke eraan. Het is al een paar dagen geleden dat we hen gezien hebben want in Edinburgh hadden zij een andere B&B dan wij.

De check-in en het boarden duren eindeloos en we moeten op drie verschillende plaatsen in de rij gaan staan. In IJmuiden ging het stukken vlotter bij de heenreis. Rond 15u15 mogen we dan toch de ferry op die uiteindelijk vertrekt om 17 uur plaatselijke tijd. Op de ferry hanteren ze de Midden-Europese tijd en kunnen we ons uurwerk gelijk een uur vooruit draaien. De naam van het schip is nu de Princess Seaways en de indeling is een ietsje anders dan bij de King Seaways.

Onze hut is nog kleiner dan die van vorige keer. Het toilet staat nu exact IN de douchecabine. Zoiets hebben we vroeger op onze reizen naar Azië ook al meegemaakt maar hier verwacht je dit niet echt. Het verschil met de ferry’s naar Ierland en Noorwegen waar we ook telkens overnacht hebben, is toch wel enorm.

We drinken iets in de bar en gaan daarna eten in North Sea Bistro, niet goedkoop maar wel apart en lekker. Het eten betalen we met onze laatste Britse ponden en met de resterende 20 pond lopen we naar de shop. Voor een fles Bacardi staat 19,55 GBP op het prijskaartje maar bij de kassa komt er opeens een pond bij. Als we zeggen dat dit niet zo vermeld staat op het prijskaartje, krijgen we als antwoord dat dit de koers van de dag is. We laten de fles dan maar staan en gaan de laatste 20 pond aan de receptie omwisselen in euro’s.

Later hebben we met Gerard en Anneke nog een gezellige avond in de bar waar we bij het napraten over de reis toch een totaalscore geven van 9, wat toch wil zeggen dat we allen genoten hebben.

 

Dag 19: zaterdag 23 juni: aankomst IJmuiden en huiswaarts

Om 8 uur worden we door de intercom gewekt met de melding dat alle bars en buffetten open zijn voor het ontbijt, ook de shop is open tot het moment dat de ferry zal aankomen in IJmuiden en dat zal volgens de info om 9u45 zijn.

Het duurt uiteraard weer een hele tijd eer we de ferry afrijden en dan gaat het huiswaarts.

Een korte stop onderweg voor koffie en een broodje en na de middag rijden we onze oprit op. We hebben in totaal 3400 kilometer op de teller staan!

Het einde van een fantastische vakantie!!!