Ierland reisverhaal

Reisverhalen en foto's van Freddy en Linda

Reisverhaal Ierland

 

september 2015

 

Na onze Andalusië reis van vorig jaar heeft het individuele reizen ons toch te pakken, dus kiezen we ook dit jaar voor dit type van reis, gezellig met zijn tweetjes. Doen en laten wat we willen.

 

Wat de bestemming betreft, daar hebben we niet zolang over nagedacht. Het wordt Ierland, een land dat me al altijd gefascineerd heeft maar jammer genoeg nooit aan bod kwam omwille van onze vroegere verre reizen. Je kan niet alles doen. Maar nu is de tijd gekomen.

Al snel komen we op de website van Celtic Tours, daar hebben ze vastgestelde reizen maar je kan alles wijzigen, dagen bijvoegen, steden of regio's wijzigen, kortom je hebt alle mogelijkheden om de reis aan te passen naar eigen wens en dat is iets wat ons aanspreekt.

De oorspronkelijke reis bedraagt 12 dagen maar we willen niet van hot naar her door Ierland "crossen" en willen het meer relax doen dus passen we het aan en wordt het een 19 daagse reis.

We kunnen kiezen tussen B&B's, hotels of een mix maar aangezien Ierland hét land is van de B&B's en die ook nogal professioneel uitgebaat worden, is de keuze snel gemaakt. Het zal onze eerste ervaring worden met B&B's en we wachten af.

 

Een auto huren in Ierland willen we ook niet, die hebben namelijk een stuur aan de rechterkant en dan moet je met je linkerhand de versnellingen bedienen. Dus kiezen we ervoor om met onze eigen auto te gaan en met de ferry. Ook hier hebben we verschillende opties, we kunnen via Groot-Brittannië maar dan moeten we het land doorkruisen en aan de westkant terug de ferry op naar Ierland.

Op de website van Irish Ferries kunnen we een overtocht boeken, rechtstreeks vanuit Cherbourgh in Frankrijk, een tocht van 18 uur. Zitplaatsen zijn inbegrepen in de prijs maar we kiezen voor een kajuit zodat we tijdens de 18u durende overtocht toch een beetje rust krijgen. Deze ferry boeken we zelf via internet.

 

Begin augustus krijgen we van Celtictours alle nodige info in verband met de adressen van B&B's en vouchers en een pak informatie over de te bezoeken plaatsen met tips van alle bezienswaardigheden. Toch top, en ruimschoots op tijd.

 

Woensdag 2 september

Sinds gisteren zijn we in Cherbourgh waar we vandaag de ferry moeten nemen naar Ierland.

Gezien deze maar vanavond om 18u vertrekt, rijden we eerst nog eens naar het Fort van Cap Levy met zijn kleine vissers- en plezierhaventje en de vuurtoren.

We bezoeken nog de vuurtoren van Gatteville, meer oostelijk van Cap Levy en Pointe de Barfleur.

Iets na de middag komen we terug aan de ferryterminal in Cherbourgh. We weten dat we ten laatste om 17u aan de check-in moeten gepasseerd zijn maar nergens op de website van Irish Ferries staat wanneer ze starten met de check in. Dat vinden we aan de balie in de terminal, het is 2 uur vóór vertrek, dus zijn we meer dan te vroeg. We gaan dus maar iets drinken om de tijd te doden.

Rond 15u starten ze dan toch met de check in, we worden naar een bepaalde lijn gestuurd waar we de paspoortcontrole moeten passeren en daarna wordt ons weer een andere lijn aangewezen waar we andermaal een dik uur moeten wachten, motoren, auto's, mobilhomes, caravans, alles krijgt een eigen rij toegewezen.

Uiteindelijk komt de zaak dan toch op gang en kunnen we het schip binnen rijden. We nemen een kleine trolley mee want het is toch maar voor 1 nacht. De rest van onze bagage blijft in de koffer van de wagen. Gedurende de overtocht op zee zijn alle autodekken gesloten en verboden voor publiek dus niemand kan tijdens de overtocht aan de auto's.

De Oscar Wilde is het paradepaardje van Irish Ferries, een mooi schip met 10 dekken en een zonnedek, verschillende restaurants en bars, een winkel, receptie, cinema en casino.

Normaal gezien moet de boot vertrekken om 18u maar er is vertraging. Om het waarom hebben we het raden, er wordt alleen gemeld dat het vertrek "delayed"is. Om 19u15 is het dan toch zover, we vertrekken. We zetten ons uurwerk al direct een uur terug want op de boot hanteren ze de Ierse tijd, een uur vroeger dan bij ons.

We eten in The Berneval, een goed restaurant met een heerlijke keuken. Ook in de andere restaurants is alles aan de prijs, van zulke dingen wordt natuurlijk geprofiteerd.

We gaan al vroeg slapen in onze kajuit maar 's nachts worden we regelmatig wakker gezwalpt door het deinen van het schip.

 

Donderdag 3 september

We hebben slecht geslapen in onze kajuit, het zijn harde bedden maar we hebben dan toch enige rust gehad en nog altijd beter dan de hele tijd door te brengen op een zitplaats.

Rond tien uur wordt door de intercom gemeld dat iedereen de meegebrachte bagage moet verwijderen uit de kajuiten. Op dek 7 waar de bars en restaurants zijn en op dek 5 waar de receptie en winkel zich bevinden, is het een drukte van jewelste. Iedereen staat te wachten om naar de auto te gaan maar zolang de boot zich op zee bevindt, zijn dek 3 en 4 waar de auto's staan, afgesloten.

Rond 12u is het dan eindelijk zover. Wij moeten naar dek 4 zone B. Iedereen moet met de trap want de liften zijn afgesloten, gelukkig staan we al op dek 5 dus moeten we maar 1 verdieping zakken.

Daar moeten we ons tussen de auto's wurmen, die staan zo dicht mogelijk tegen mekaar geplakt om zoveel mogelijk auto's te kunnen meenemen. Iedereen moet dan in zijn eigen auto wachten tot het sein gegeven wordt dat je er kan afrijden.

We kunnen niet zien wanneer de boot in feite aanmeert maar het duurt nog tot 13u20 eer we van de boot rijden. Dan volgt nog de paspoortcontrole en eindelijk kunnen we op weg.

In het begin staan meerdere borden dat er links gereden wordt in Ierland. We blijven dan ook gefocust, zeker op de rotondes, zolang er verkeer is, hoef je maar te volgen. Het is een beetje aanpassen maar alles verloopt voorlopig toch vlotjes, beter dan verwacht.

Het is ongeveer 75 km naar Waterford, de vijfde grootste havenstad en de oudste stad van Ierland waar we eerst het stadje gaan bezoeken aangezien we maar tussen 16 en 18u kunnen inchecken in onze B&B.

Onderweg krijgen we al de eerste regen te verwerken, niet al te hevig maar toch.

In Waterford parkeren we aan de haven en lopen naar de stadsmuren en torens, de Christ Church kathedraal, de oudste katholieke kathedraal van Ierland en Reginald's Tower. Er zijn ook een aantal musea maar daar hebben we nu geen zin in. Bij het Waterford Crystal Visitor Centre staan hele rijen bussen, hier kan je een rondleiding volgen over de productiewijze van het wereldberoemde kristal. We doen dit maar niet want achteraf wordt je door de verplichte winkel geloodst.

In Berfranks Café gaan we een broodje eten, "continental style", bruin brood, boter, salami, camenbert, sla, gedroogde tomaten, olijfolie, chips en pikante saus. Het lijkt ons niet echt "continental" maar het is lekker. Hier ontdek ik dat ze in Ierland ook cider hebben, "Bulmers Irish cider" genaamd. Deze zou gemaakt zijn van 17 verschillende soorten van appelen. Ik weet zelfs niet dat er zoveel soorten appel bestaan maar de cider is wel lekker.

We vinden al gauw onze B&B Hazelbrook die op een kleine 2 kilometer van Waterford vandaan ligt, we worden door de eigenaar goed ontvangen, hebben een mooie en grote kamer, kortom alles top.

 

Vrijdag 4 september

We hebben heerlijk geslapen en gaan om 8u30 ontbijten. We kiezen voor continentaal ontbijt en daar is niets mis mee. Een klein half uur later rijden we Waterford uit op weg naar Youghal.

Onderweg begint het alweer te miezeren, het is ook koud, amper 12 graden.

Youghal is een oud ommuurd stadje met een vissershaven, Middeleeuwse stadsmuren en een imposante klokkentoren uit 1777. Spijtig genoeg regent het en we stappen algauw terug in de wagen en rijden naar Cobh waar we het Heritage Museum en Cobh Titanic Museum bezoeken. Cobh was oorspronkelijk een klein vissersdorp dat later een belangrijke marinebasis werd van de Engelse vloot.

Het Heritage Museum dat druk bezocht wordt, vertelt het verhaal van het tijdperk van de grote oceaanstomers als de Louisitania en de Titanc die er beiden voor de laatste keer aanlegden. Het museum is gevestigd in de vroegere kantoren van de White Star Line. Ook het verhaal van de honderdduizenden mensen die onder erbarmelijke omstandigheden emigreerden, wordt hier uit de doeken gedaan. Een meer dan interessant museum.

Vanaf Cobh is het nog een dertigtal kilometer rijden naar Blarney. Daar bezoeken we eerst het Blarney Castle and gardens. Het kasteel is het meest bekend om zijn legendarische Blarney Stone. Hiervoor moet je 127 treden beklimmen en dan ver achterover buigen terwijl iemand je voeten vasthoudt en dan de steen kussen. Hierdoor zou je bijzonder welbespraakt worden.

Door rugproblemen zie ik het niet zitten om deze steen te kussen en daardoor zal ik ook nooit welbespraakt worden. Duidelijk een gemiste kans!

Van het kasteel zelf blijft niet veel meer over, alleen de donjon die in 1446 is gebouwd. Het is een typisch 15e eeuws Tower House.

Blarney House is nog bewoond en niet te bezichtigen. De tuinen zijn enorm groot met verschillende thematuinen waar je urenlang kan rondlopen. Er is ook een kleine waterval waar je een wens kan doen.

Daarna rijden we naar onze B&B. Op de info staat geen echt adres en de GPS stuurt ons een andere richting uit. Dus vragen we maar de weg en uiteindelijk komen we toch aan Davmar B&B. Een mooi huis in een rustige omgeving. Er zijn vier kamers en onze kamer is nog mooier dan die van gisteren.

We worden hartelijk ontvangen door de vrouw en voelen ons meteen thuis.

Op advies van onze gastvrouw gaan we 's avonds eten in de Muskerry Arms in het dorp van Bantry. Het is een pub maar in Ierland kan je in een pub ook eten, de hele dag door zelfs, zij noemen het pubfood maar voor een meer dan schappelijke prijs krijgen we een lekkere en copieuze maaltijd voorgeschoteld.

 

Zaterdag 5 september

Deze nacht hebben we ultraslecht geslapen op een te smal bed en een slechte matras. Gelukkig zijn we hier maar één nacht. Het ontbijt daarentegen is super. Deze keer kiezen we voor een Full Irish breakfast en dat is heel wat anders dan het continentale ontbijt. Brood met roerei, bacon, worstjes en tomaten. We kunnen er nog pudding bij krijgen maar dat lusten we niet. Verder is er nog jam en marmelade, allerlei ontbijtgranen, fruitsap en koffie. Op deze manier komen we wel de dag door.

We rijden richting westen en 16 km voorbij Clonakilty stoppen we aan de Dromberg Stone Circle, de mooiste van de vele steencirkels in County Cork. De cirkel uit 150 vóór Christus bestaat uit 17 rechtopstaande stenen. In die tijd waren het plaatsen van rituelen en ceremonies meestal met menselijke offers. Op 21 december vallen vlak voordat de zon achter de horizon verdwijnt, de stralen precies op de platte altaarsteen tegenover de ingang. Op deze site zien we ook de Fulacht Fiadh and Hut Site, een oude hut en kookplaats daterend uit het Bronzen Tijdperk.

Op zeker moment zien we een bord voor het Altar Wedge Tomb die we dan ook gaan bezichtigen, een tombe zoals er dozijnen zijn op dit schiereiland en die dateren van 3000 tot 2000 vóór Christus.

Daarna rijden we naar het schiereiland Mizen Head waar we verschillende baaien passeren waaronder de Baai van Schull en de Baai van Toonmore.

Op de uiterste punt van het schiereiland staat het Visitors Centre en de vuurtoren die in 1905 gebouwd werd. Hier rijzen de kliffen bijna 300 meter uit de oceaan omhoog. We hebben er een spectaculair uitzicht over Sheep's Head en het schiereiland Beara. Om aan de vuurtoren te komen moeten we een hangbrug over, er is ook een museum over het leven van de vroegere vuurtorenwachters.

Daarna rijden we naar Sheep's Head. Op dit schiereiland zijn de wegen nog smaller dan op Mizen Head. Op deze twee schiereilanden wanen we ons echt in een andere wereld, steile kliffen, een rotsachtig landschap, schilderachtige baaien en kreken, muurtjes van ruwe op elkaar gestapelde stenen, grazende schapen en een mystieke sfeer.

Op Sheep's head loopt één en ander verkeerd, we nemen de verkeerde weg naar de vuurtoren en komen op het Goath's Path, het geitenpad terecht. Een ultrasmal onverhard pad, net breed genoeg voor ons wagen, naast diepe afgronden. We hobbelen verder in de Middle of Nowhere en vragen ons af waar we aan begonnen zijn. Opeens komt er aan de andere kant een wagen aan en dan is het even paniek want we kunnen nergens mekaar passeren. Die man blijft kalm en is het blijkbaar gewend om te rijden op een geitenpad, hij rijdt achteruit tot waar we elkaar toch net kunnen kruisen en zo hobbelen we nog een tijdje voort.

Opeens komen we weer in de bewoonde wereld met nog altijd smalle wegen maar toch een ietsje breder dan het geitenpad. We zijn weer een ervaring rijker.

Wat ons opvalt in deze streek is dat het klimaat hier ietwat tropisch is. Het is amper 17 graden, de zon schijnt maar het is echt warm. Niet zoals bij ons, bij 17 graden is het dan fris. Er groeien op het schiereiland dan ook allerlei tropische planten.

In Kilchrohane gaan we iets drinken en dan rijden we naar Bantry waar we logeren in Sunville B&B.

's Avonds gaan we te voet naar het stadje dat op amper 7 minuten lopen ligt. We eten in The Snug, een pub met pubfood, lekker en goedkoop.

 

Zondag 6 september

Het Ierse ontbijt deze morgen is terug meer dan dik in orde, alles op en aan.

Om 9u vertrekken we richting Glengariff voor de Ring of Beara. Het Beara schiereiland is het minst bekende en minst bezochte schiereiland van de westkust.

We hebben de keuze uit twee routes, de kustweg of via de Healy pass. Met deze laatste slaan we wel een groot deel van het eiland over en daarom kiezen we voor de kustweg.

Het is een mooie route, goed bewegwijzerd en we komen in mooie dorpjes. Castletownbere is een klein haventje maar het is ook één van de belangrijkste havens voor de visvangst. Het is een gemoedelijk dorpje, we zijn er zo vroeg dat nog alles dicht is.

De kustroute biedt schitterende uitzichten over pittoreske baaien en kliffen. Het is een kompleet andere wereld, ruige landschappen vol rotsblokken en kleurrijke heideplanten. Door de invloed van de Golfstroom groeit alles weelderig en we zien vele palmbomen. Er heerst hier een mild klimaat met zachte winters en mooie zomers.

Aan Garnish Point aan de uiterste punt van het schiereiland is een kabellift naar Dursey eiland.

We rijden terug via de noordelijke kant en passeren terug grillige kustkliffen en wondermooie uitzichtpunten. De smalle wegen slingeren zich als het ware door het landschap. Het is alsof de tijd hier heeft stil gestaan, alles is gemoedelijk, geen enkele haast.

In The Urhan Inn, een typisch Ierse pub gaan we iets drinken. Voor mij "a pint of Guinness" uiteraard, de Guinness smaakt hier een stuk beter dan thuis.

Voor het tappen van een pint Guinness bestaan strikte regels en gebeurt in 6 stappen.

 

Een goed getapte Guinness heeft een dunne schuimkraag van stevig schuim. De meestertappers kunnen er tijdens het tappen figuurtjes in tekenen.

Zes stappen om een perfecte Guinness te tappen:

 

Neem een koel, schoon, droog Guinness glas;

hou het glas in een hoek van 45 graden onder de tap;

trek de hendel van de tap naar voren tot hij horizontaal staat vul het glas tot 20 mm onder de rand. Zet de mond van de kraan nooit in de Guinness;

laat het bier ongeveer twee minuten rusten;

vul het glas bij door de kraanhendel naar achteren te duwen en het schuim op het glas staat. Laat het bier nooit overstromen en gebruik nooit een spatel om het bier te toppen;

geef het glas met een vaste hand aan de drinker zonder te morsen.

 

 

In het dorpje Eyeries is elk huisje in een andere kleur geschilderd. In de kerk zijn prachtige glas-in-loodramen en op dit moment is er een doop aan de gang.

Via Kenmare en Kenmare Bay rijden we richting Killarney, onze volgende overnachtingplaats. Eerst loopt de weg kronkelend omhoog en we zien een weids en ruig landschap met kale bergen. Daarna wordt het landschap meer groen en we stoppen aan Moll's Gap waar we genieten van het mooie en uitgestrekte landschap en het uitzicht op de Macgillycuddy's bergketen waarvan de hoogste top met zijn 1038 meter meteen de hoogste berg is in Ierland.

We rijden tussen bossen en veel groen, weerom een totaal ander landschap en even verder is Ladies View met uitzicht op het Upper Lake, Muckross Lake en Lough Lake. Een plek met magnifiek uitzicht zo genoemd omdat de hofdames van Koningin Victoria hier van het uitzicht genoten.

Hierna komen we in een landschap met dennenbomen en loofbomen en tussen alle begroeiing kunnen we de meren zien.

We vinden al gauw onze B&B Mystical Rose Country House dat niet ver van het centrum ligt. We worden er goed ontvangen en na even uitgerust te hebben, gaan we met de auto naar het centrum. Een parking vinden is al heel gemakkelijk en op zondag is het zelfs gratis parkeren.

We eten een traditionele Irish Stew in Murphy's bar, een gezellige Ierse pub. We zijn blij dat we vroeg gekomen zijn want het is er heel druk, het is tenslotte zondag.

's Avonds relaxen we op onze mooie kamer, genieten van onze rust om morgen terug fris aan de Ring of Kerry te beginnen.

Maandag 7 september

Het Ierse ontbijt bevalt ons weer uitstekend. Deze B&B Mystical Rose is echt dé plaats om twee nachten te blijven. Onze gastvrouw Noreen is hoogzwanger en moet aanstaande vrijdag bevallen maar zij is nog druk in de weer om het al haar gasten naar de zin te maken.

Iets voor half tien beginnen we aan onze Ring of Kerry waarvan de reisgids zegt dat het een populaire rondrit van ongeveer 180 km is en één van de meest schilderachtige routes in Ierland. We zijn benieuwd.

We rijden de ring tegen de klok in zoals wordt aangeraden.

In de voormiddag hangen de wolken laag en er hangt nevel over de baaien en rond de heuveltoppen. Dit geeft een eigen mysterieuze sfeer. De natuur is weids en groots en varieert enorm. We zien kreken, moerassen, weidse vlakten, heuvels en bergen, baaien en grillige kustlijnen, eilanden en allerlei vegetatie met grazende schapen, koeien en paarden.

Het is anders dan het Beara schiereiland maar heeft ook een zekere charme.

Het is wel meer toeristisch, grote touringbussen vol toeristen doorkruisen het schiereiland. Daarom wordt alles ook meer toeristisch uitgebuit, er zijn ontelbare souvenirwinkels die druk bezocht worden en een goede omzet draaien.

In Waterville wordt het standbeeld van Charlie Chaplin bestormd door toeristen. De familie Chaplin bracht hier in vroegere jaren hun vakanties door en nu staat Charlie voor eeuwig op de dijk van Waterville.

We passeren verschillende kleine dorpjes en genieten van het landschap.

In Sneem nemen we een langere pauze en lopen het dorpje door. Ook hier vinden we ontelbare winkels en horden toeristen. De tegenstelling met de Ring of Beara en de rust die daar heerst kan niet groter zijn.

Op de terugweg naar Killarney stoppen we aan de Torc waterval waar we na een korte wandeling van ongeveer 300 meters een waterval van 20 meter hoog zien. Het is mooi maar weerom oh zo veel toeristen.

We rijden door naar het centrum van Killarney waar we 's avonds eten in Scotts bar. De maaltijd is zoals altijd hier in Ierland copieus en goedkoop.

 

Dinsdag 8 september

Vandaag nemen we het ontbijt een half uurtje later aangezien we niet zo heel ver moeten rijden. Negen uur lijkt ons een geschikte tijd, kunnen we een half uurtje langer slapen.

De GPS wil ons altijd richting Castlemaine sturen maar we besluiten om via Tralee te gaan en zo kunnen we de Connor Pass over. Normaal hadden we in eerste instantie gepland om dit morgen te doen maar doordat we morgen het veer opmoeten in Tarbert en dat dit maar om het uur vaart in september hebben we onze planning omgegooid.

Het duurt een tijdje eer onze GPS snapt wat we bedoelen, volgens haar moeten we altijd maar omkeren maar uiteindelijk komt het goed.

In Tralee nemen we de N86 richting Camp. Wat verder komen we in Blennerville waar een windmolen staat wat even Hollands aandoet. Maar neen, we zijn niet in Nederland maar in Ierland, daarom ook is hier een Visitors Centre en een rondleiding over de werking van de molen en dergelijke. Een windmolen is hier geen dagelijkse kost, eerder iets speciaals.

In Camp vechten we andermaal tegen onze GPS die ons via de N86 naar Dingle wil sturen. Wij willen echter naar Dingle via de Connor Pass. Het lijkt alsof de GPS nog nooit van de Connor Pass gehoord heeft en weerom wil ze ons alle smalle wegen doen inslaan richting Dingle. We willen echter NIET langs een geitenpad, daar hebben we onze buik al van vol.

We zetten de GPS dus maar uit en volgen de bruingekleurde borden met Connor Pass. Hier in Ierland zijn alle bezienswaardigheden en routes perfect aangegeven via duidelijke bewegwijzering. Kunnen ze bij ons nog iets van leren!

In Kilcummin zien we een bord met de vermelding Brandon Point wat volgens een reisgids toch de moeite waard is. De weg ernaartoe is smal, op sommige plaatsen meer dan smal, net breed genoeg voor 1 auto maar mits het nodige geven en nemen op sommige momenten loopt het vlot. Aan het uitzichtspunt hebben we een fantastische zicht op Brandon Bay.

Het is ondertussen 20 graden en erg warm. We prijzen ons gelukkig, hoewel de reisgids zegt dat het beter is om de Connor Pass te overbruggen op een winderige regendag zogenaamd om de "vreemde eigenaardigheid" van dit landschap echt te vatten. Ja dat kan wel zijn, je kan niet alles hebben in het leven. We zijn al blij met de zon en de heldere blauwe lucht.

We komen aan in Dingle en het is er toeristisch met horden mensen die uit grote touring cars stappen en in de straatjes en haven rond dolen. Druk, te druk voor ons en nadat we iets gedronken hebben, rijden we de Slea Head Drive. De route loopt langs het uiterste westen van het schiereiland. Er zijn verschillende uitzichtpunten o.a. op de Blaskets Eilanden. De hele streek is uitermate fascinerend en we genieten van alles wat we zien, de weg loopt langs de oceaan en langs steile rotswanden. We zien weiden vol schapen die volop blaten en mekkeren.

Dunmore Head en Clogher Head zijn de meest westelijk gelegen plaatsen van Europa. Bij Dunmore Head waaien we bijna van de klif af want er waait een stevige wind en de golven slaan met volle kracht tegen de hoge rotsen.

Nadat we de tour beëindigen, rijden we eerst naar onze B&B Ard Na Mara, een goeie 3 kilometer westelijk van Dingle waar we terug vriendelijk ontvangen worden door een ouder echtpaar waarvan de 4 kinderen het huis uit zijn en die de vrijgekomen kamers nu gebruiken voor hun B&B.

In de late namiddag rijden we naar Dingle, gaan iets drinken in Dannos en iets eten in John Benny Pub. Het is al heel wat rustiger in Dingle nu alle touringcars verdwenen zijn.

 

Woensdag 9 september

Een vroeg ontbijt om 8u en al gauw gaan we op pad. We rijden door Dingle dat nu een heel rustig dorpje is, in afwachting van de grote touringcars die tegen de middag gaan toestromen. We nemen de N86 aan de zuidkant van het schiereiland en rijden door Anascaul waar we de bontgeschilderde pub The South Pole Inn zien van de poolreiziger Thomas Crean. Via de N86 rijden we via Tralee naar Tarbert waar we het veer nemen naar Killimer over de Shannon Rivier, de langste rivier van Ierland. Het ticket hebben we geboekt via internet aan een goedkopere prijs, je spaart er dan ook een omweg mee uit van maar liefst 140 kilometer. Het veer vaart in september om het uur maar het lukt ons nog net om het veer te nemen van 11 uur. Het is een groot veer want er staan verschillende touringcars, vrachtwagens, kleine bussen en gewone auto's op.

Na 20 minuten varen rijden we in Killimer van het veer en gaan richting westen naar Kilbaha en Loop Head. Loop Head eindigt op hoge kliffen en er is een vuurtoren die we kunnen bezichtigen.

Eerst is er een tentoonstelling over de vuurtoren door de jaren heen. Oorspronkelijk stond de vuurtoren op het dak van een éénkamers cottage waar ook de vuurtorenwachter woonde. We spreken hier van het jaar 1670. Daarna werd er een nieuwe vuurtoren gebouwd waaraan men 10 jaar gewerkt heeft. De huidige toren is 23 meter hoog en staat 83 meter boven zeeniveau. De reikwijdte van het licht is 23 zeemijlen en het witte licht flitst 4 keer in 20 seconden.

Daarna kunnen we de vuurtoren op onder begeleiding van een gids. Freddy ziet dat niet zitten, ik natuurlijk wel, we moeten 74 treden beklimmen en dan kunnen we op het buiten balkon waar we een schitterend uitzicht hebben op de zee en een paar kliffen.

Daarna maken we een wandeling rond de vuurtoren en langs de kliffen, kijken naar de woeste zee en snuiven de heerlijke lucht op.

Terug onderweg zijn er wegenwerken zoals we al eerder meemaakten. Bij ons in België staat er dan aan het begin een licht dat wisselt tussen rood en groen naargelang het jouw beurt is om door te rijden. Hier doen ze het anders, aan het begin zetten ze een mannetje met een bord met aan de ene kant Go en aan de andere kant STOP. Dit mannetje is via een walkie talkie in verbinding met het mannetje aan de andere kant van de wegenwerken die op zijn beurt ook zo een bord heeft. Als het mannetje het bord met STOP laat zien moet je uiteraard stoppen en wachten. Draait hij de kant met GO naar je toe dan kan je doorrijden. Simpel en het biedt werkgelegenheid.

Daarna rijden we richting Ballyvaughan waar we twee nachten blijven in B&B Loughrask Lodge, de B&B is gelegen op een fantastische plaats ongeveer een mijl buiten het dorp. Onze kamer is gigantisch, een groot bed en twee kleine bedden.

's Avonds gaan we eten in de pub van Hylands Burren Hotel. Het valt ons op dat hier in het dorpje heel weinig volk aanwezig is. Een hele tegenstelling met Dingle. Blijkbaar is Ballyvaughan niet zo toeristisch. Het maakt ons niet echt uit, het is voor ons dan ook veel rustiger en aangenaam.

 

Donderdag 10 september

Via Black Head rijden we naar Doolin waar we een boottocht van een uur gaan doen naar de Cliffs of Moher. Deze 8 km lange en 124 tot 214 meter hoge kliffen vormen een spectaculair en fantastisch natuurfenomeen.

De boot blijft lang genoeg rond de kliffen draaien zodat we alles goed kunnen zien en het is werkelijk fascinerend. Het water spat met volle snelheid tegen de hoge kliffen op. Een wonder der natuur is niets teveel gezegd. De oceaan is woelig, er heerst een stevige wind.

Van op het water zien we de Aran Eilanden liggen.

Na de boottocht rijden we naar het Visitors Centre van de Cliffs of Moher. Hier kunnen we de kliffen zien van bovenaf. Op de klif staat de O'Brien's Tower die in 1835 werd gebouwd als observatieplatform. Ook hier waait het behoorlijk.

We zijn toch blij dat we de boottocht gedaan hebben want het zicht van op het water is toch een ietsje meer spectaculair dan van bovenaf. Hierboven aan het Visitors Centre lopen horden toeristen en een hele resem touring cars staat op de parking.

Daarna gaan we door The Burren rijden, een nationaal park dat bestaat uit een kalksteenplateau van 160 km². Het is beschermd gebied en het lijkt op een desolaat en kaal maanlandschap maar enorm mooi is. Er groeien mediterrane planten en mossen tussen de rotsen en spleten.

We stoppen aan de Burren Perfumery, de oudste parfumerie van Ierland die al meer dan 40 jaar bestaat. We bekijken er een film over The Burren en er is ook een verkooppunt van producten gemaakt op basis van lokale planten.

Ondertussen is het rond 18u en we stoppen in het dorpje van Ballyvaughan om te eten in de Logues Lodge waar het barfood weer uitermate lekker is.

 

Vrijdag 11 september

Gisterenavond begon het hard te waaien en 's nachts begon het te regenen.

Wanneer we deze morgen uit ons bed komen, regent het nog altijd en het ziet ernaar uit dat het voor gans de dag zal zijn. Maar goed, we moeten op weg, naar het Connemara Nationaal Park dit keer.

We rijden richting Galway wat de toegangspoort is van de Connemara.

In Kinvara stoppen we aan het Dunguaire Castle, fantastisch gelegen in de baai van Galway. Het biedt een ietwat mysterieus zicht met de grote toren. Het kasteel is echter nog gesloten en bovendien nogal prijzig, dit om enkel de toren te beklimmen. Dus rijden we maar verder.

Galway is een grote en drukke stad en daarom laten we dit maar links liggen en rijden langs de ringweg richting Carraroe aan de zuidkust. Hier zouden nog Curraghs (Galway Hookers) te zien zijn, dit zijn traditionele houten boten bespannen met geteerd doek. Waar de boten liggen, lijkt ons een compleet raadsel, we hebben ze in elk geval niet gevonden.

Het is hier een beetje zoeken want alle plaatsnamen staan enkel vermeld in het Iers, niet in het Engels en dat is even aanpassen. Met de wegenkaart lukt het wel grotendeels, maar hoe die plaatsnamen uitgesproken worden, is ons een groot mysterie want het is voor ons onbegrijpelijke taal.

Dus rijden we verder naar Lettermullan, ook een klein plaatsje aan de zuidkust.

Het blijft maar regenen, in feite gieten zelfs. De Engelsen hebben hiervoor een spreekwoord n.l. It's raining cats and dogs, en dat is hier wel het geval. Na een paar keer stoppen om foto's te nemen van het landschap ben ik al doornat.

We rijden dan terug naar Maam Cross waar we de N59 nemen richting Clifden. Voorbij Maam Cross rijden we langs de bergen van de Connemara, de Maumturk Mountains en de Twelve Bens, alleen zien we er niet veel van want de bergen liggen in de mist door de vele regen.

Na een tijdje rijden we terug richting de kustweg naar Roundstone, een mooi dorpje dat weer zijn charme grotendeels verliest door de hevige regenval.

De Connemara echter is een fabelachtig mooie en ruige streek, bestaande uit bergen, rotsachtige kusten en baaien, talrijke meren en kreken en fantastische kleurschakeringen van rood, geel en groen door de heidegrassen en struiken die er groeien. De ongereptheid van de streek is fenomenaal, we zien schapen langs de weg die op zeker ogenblik gewoon de weg versperren, de automobilist rijdt er langzaam langs, koeien grazen op weiden zonder omheining, een heel andere wereld en zo ontzettend mooi.

In Clifden moeten we de Sky Road nemen om naar onze B&B te rijden. Deze smalle weg leidt als het ware naar de hemel, gans omhoog , langs een diepe afgrond waar de oceaan ligt. Op zeker moment moeten we afslaan naar de Lower Sky Road en na een tijdje een nog smallere weg gevolgd te hebben vinden we onze B&B Ardmore House. Het grote huis met 6 kamers is fantastisch mooi gelegen, achteraan hebben we zicht op de oceaan, vooraan op een heuvel begroeid met kleurige heidestruiken. In de voortuin staan grote palmbomen.

In de vooravond rijden we terug naar Clifden en gaan eten in Mannion's Pub.

 

Zaterdag 12 september

Deze morgen kies ik voor een ontbijt van pannenkoeken met ahornsiroop.

Ik krijg drie grote pannenkoeken met een kannetje siroop, aardbeien en slagroom. Ik wist niet dat je dit ook kan eten als ontbijt maar het maakt niet uit want het smaakt verrukkelijk.

Het is gelukkig gestopt met regenen en dat is al heel wat.

We rijden via Letterfrack naar Kylemore Abbey, een gewezen kasteel dat is omgebouwd tot abdij die volledig omgeven is door een groot meer met watervallen , een park en aangelegde tuinen. Het buitenaanzicht is in elk geval schitterend.

We rijden tussen het gebergte van The Twelve Bens en hebben fantastische uitzichten op het landschap met grazende schapen die langs de weg lopen. Soms vraagt men zich af hoe ze niet onder een auto terecht komen?

Aan Nancy's Point, twee kilometer voor we het dorpje Leenane bereiken, stappen we op een boot voor een boottocht van anderhalf uur in de Killary fjord, de enige fjord van Ierland. De boot vaart voorbij mossel- en zalmkwekerijen en de indrukwekkende Mweelrea Mountains. Niet dat de fjord nu echt spectaculair is maar het is een mooie trip.

De mevrouw aan de balie waar we onze voorafgeboekte incheck kaarten halen, zegt dat de hevige regenval van gisteren heel uitzonderlijk en extreem was. Normaal hebben ze hier in Ierland wel de nodige regen maar niet zo hevig. Meestal gaat het om regenbuien, "showers" genoemd, met daartussen droge periodes en niet de hele dag regen. De weg van haar werk naar huis bedraagt anders ongeveer 40 minuten, nu heeft ze er meer dan twee uur over gedaan.

Enkele kilometers voorbij Leenane verlaten we de Connemara streek en rijden County Mayo in.

We kunnen op 2 manieren naar Westport, via de N59 maar we kiezen op aanraden van de mevrouw van de boottour voor de weg via Louisburg. Zo volgen we de rand van de fjord langs de andere kant en algauw komen we aan de Aasleagh watervallen die momenteel nogal hevig en overvloedig zijn door de regenval. Spijtig genoeg kleurt daardoor het water ook bruin door alle modder en dergelijke en het geeft dan ook weer een ander effect.

De weg klimt omhoog en we zien een weids landschap van bergen en immense bomen met daartussen alweer de grazende schapen. Het uitzicht op de bergen met valleien vol dennenbomen is fabelachtig.

We rijden in een vallei tussen de Mweelrea Mountains en de Sheeffry Hills met aan onze linkerkant het Doo Lough of Zwarte Meer.

Uiteindelijk komen we aan een verlaten en desolaat plateau zonder enige vegetatie wat ook terug zijn eigen speciale charmes biedt.

Louisburg is een klein dorpje en vandaar af rijden we langs de Clew Bay naar Westport. Het centrum van Westport is tamelijk uitgestrekt en het is er heel druk met ontelbare winkels, bars en restaurants. Afgezien van de nodige toeristen schijnt het ook een plek te zijn waar de Ieren zelf graag naar toe komen.

We vinden algauw onze B&B Aillmore House, een leuke cottage met een mooie tuin. Op aanraden van onze gastvrouw rijden we naar de haven om iets te eten want volgens haar zal het vanavond heel druk worden in het centrum omdat het zaterdag is. Dat doen we dan ook en we eten in westport Coast bar een menu van de dag.

 

Zondag 13 september

Deze morgen voor mij eens een ander ontbijtje, een selectie van Ierse kazen met salami en appel. Freddy houdt het op zijn gebruikelijke eitje.

De mevrouw van de B&B weet dat we vandaag van plan zijn om naar Achill Island te rijden en dus heeft ze geluisterd naar het weerbericht. Volgens haar hebben we deze voormiddag nog goed weer maar in de loop van de namiddag gaat het terug regenen.

We rijden dus via de N59 naar Newport en vandaar naar Achill Island, het grootste Ierse eiland dat 22 km lang en 19 km breed is. Voorbij Mulrany komen we op het Corraun schiereiland waar we de Coast Road volgen. Het is een fantastisch mooie route die ons leidt naar Achill Sound. Daar moeten we een brug over die omhoog gaat als er boten passeren en zo bereiken we Achill Island.

De weg langs de kust is spectaculair, smalle wegen naast een diepe afgrond met de oceaan. Uitgestrekte vlakten met grazende schapen waar je soms moet voor uitwijken. De zon schijnt en het is warm maar toch zien we grillige wolken en de bergen hangen in een sluier van nevel.

Na een paar kilometers komen we aan Kildownet Cemetery, een kleine begraafplaats van zeelui en slachtoffers van de grote hongersnood die heerste in de jaren 1845 tot 1848 door de mislukte aardappeloogst. De grafzerken met mooie Keltische kruisen staan rondom de ruïne van een vroegere kerk. Tussen de graven lopen de schapen dartel rond.

Een beetje verder zien we de ruïnes van het kasteel van Grace O'Malley, enkel de toren staat nog overeind. Grace O'Malley was een vrouwelijke Ierse zeerover die heel wat kastelen in bezit had.

Op zeker moment moeten we een paar minuten wachten want even verder zijn ze filmopnames aan het maken. Het landschap met de oceaan en de woeste baren die tegen de rotsen beuken zijn dan ook fenomenaal.

Langs Dooega, een klein vissersdorp met witte huizen rijden we verder naar het uiterste westen.

We vragen ons al een tijdje af waarom het zo rustig is hier, we komen amper auto's tegen, zelfs geen auto's van de plaatselijke bevolking terwijl hier toch wel huizen staan. Tenslotte beseffen we hoe het komt. We komen aan een kerk en de zondagsdienst is er aan de gang. Naast de kerk is een grote parkeerplaats waar zeker honderd wagens staan. Iedereen is dus naar de kerk op zondagmorgen. In het volgende dorp wordt de weg als het ware versperd door auto's van mensen die allemaal naar de kerk zijn. Wanneer de kerkdienst afgelopen is, is het een hele drukte en chaos.

Er zijn een paar pubs op het eiland maar geen enkele is open, misschien is de eigenaar ook naar de kerkdienst? De meeste pubs in Ierland openen trouwens pas rond de middag hun deuren, totaal anders dan bij ons waar de cafés soms al om 10u 's morgens open zijn.

Hier is er ook een verschil tussen een café en een pub of bar. In een café worden enkel koffie, thee, water en frisdranken verkocht, geen alcoholische dranken. In een pub of bar kan je dan wel bier, wijn of sterke dranken krijgen. Dat is hetzelfde geval met de winkels. Een gewone winkel, ook sommige supermarkten mogen geen alcoholische dranken verkopen. Als er de vermelding staat "off license" dan verkopen ze het wel. Vind je in de buurt geen enkele winkel "off license" en je verlangt wanhopig naar een biertje dan kan je nog altijd in een pub terecht waar ze blikjes bier verkopen om mee te nemen. Daarvoor staat op de drankenkaart ook twee prijzen vermeld, de prijs om het uit te drinken in de pub zelf en de goedkopere prijs "off license" om het mee te nemen.

We rijden verder naar Keel en Dooagh waar de weg fel stijgt langs een diepe afgrond met kliffen en een woeste zee. Aan het uiterste westen eindigt de weg, er is nog een klein strand en dus keren we terug via het binnenland met uitgestrekte en desolate heidevelden en kale heuvels. Overal zien we de grazende schapen.

Uiteindelijk zien we een pub die open is en waar toch een paar toeristen op een bankje in de zon zitten, we kunnen het niet laten en stoppen.

Daarna rijden we terug naar Westport om het Westport House and Gardens te gaan bezoeken. Wanneer we op de parking aankomen, begint het te regenen. Maar goed, we zijn al blij dat we deze morgen Achill Island konden bezoeken in volle zon.

Westport House is aan de buitenkant niet zo mooi. De entree is vrij prijzig maar we moeten toch iets doen en gaan toch naar binnen. Het gebouw werd in 1730 gebouwd voor de markies van Sligo. Het interieur is de moeite waard met overvloedig versierde salons, een indrukwekkende bibliotheek, wassen beelden van beroemde Ierse artiesten, diverse etsen en schilderijen en een fantastische traphal, alles heel verfijnd en het bezoek meer dan waard.

Het is al een stuk in de namiddag en we besluiten om in de haven te blijven, eerder dan weer naar de B&B te rijden en vanavond terug te keren om te eten. Het blijft regenen en we stappen algauw Westport Coast Bar terug binnen, het eten gisteren was er lekker en vanavond is het terug zo.

 

Maandag 14 september

Deze morgen is het terug aan het regenen maar het maakt ons niet veel uit, we hebben een goeie 150 km in het vooruitzicht naar Athlone. Dit is een plaats in het geografische middelpunt van Ierland. Het ligt op onze weg naar Dublin maar omdat we het rustig aan willen doen en ook omdat we Clonmacnoise willen bezoeken, hebben we dus een overnachting in Athlone.

Het binnenland van Ierland is al veel minder spectaculair dan de kusten. Er zijn wel weer kleine dorpjes en uitgestrekte wei- en graslanden waarop koeien, paarden en schapen grazen. Het is een eerder vlak landschap met kleine heuvels.

Het weer varieert ondertussen, van droog naar korte regenbuien, het typische weer hier. Een hele dag regen is uitzonderlijk, spijtig genoeg hebben we zo een dag meegemaakt in de Connemara.

We rijden eerst naar Clonmacnoise, een oude religieuze stad en lange tijd één van de belangrijkste kloosters. In de 16e eeuw werden tientallen kloosters verwoest op bevel van de protestantse koning Hendrik III die toen over Ierland heerste. We zien er kerkruïnes, de restanten van een kathedraal, twee ronde torens waarvan eentje zijn conische kap mist en twee High Crosses met uitzonderlijke afbeeldingen waarvan een van de kruisiging.

Daarna rijden we naar Athlone, een oude garnizoensstad waar we het Athlone Castle bezoeken. Het uitzicht langs buiten is mooi maar binnenin is er enkel een expositie over het ontstaan en verloop van het kasteel dus dat laten we maar voor wat het is.

We gaan in Sean's Bar, de oudste Ierse pub van Ierland die dateert van 1900 een bier drinken. Het is een sfeervolle pub met allerlei attributen aan de muren en plafond.

In de vroege namiddag rijden we naar B&B The Burren Lodge, gelegen aan de weg naar Dublin en ongeveer 2 kilometer van het centrum. We worden terug vriendelijk ontvangen en genieten van onze rustige namiddag.

Honderd meter voorbij de B&B is Creggan Court Hotel met The Granary Bar waar we 's avonds een grote en goeie steak eten met lookboter.

 

Dinsdag 15 september

Vandaag gaat het richting Dublin, we rijden langs de M6, een tolweg richting het oosten. De tol valt best mee, voor de hele rit van 138 km betalen we 2,90 euro.

We rijden naar het dorpje Malahide waar Malahide Castle zich bevindt, één van de oudste Ierse kastelen, gebouwd door de familie Talbot in de 12e eeuw en bewoond tot 1973 door de laatste afstammeling. Het kasteel staat op een terrein van 100 ha en er zijn een aantal botanische tuinen waar we rustig kunnen wandelen.

In het kasteel zelf nemen we deel aan een begeleide rondleiding die ons de kamers en het interieur laten zien zoals de collectie 18e eeuwse meubilair, mooie salons met collecties schilderijen en de slaapkamers. Het interieur is wel de moeite van een bezoek waard.

Daarna rijden we naar het schiereiland Howth, een klein vissershaventje ten noorden van Dublin. Het is een gezellig plaatsje en we lopen de dijk langs naar de Nose of Howth waar de vuurtoren staat. Hier krijgen we ook een uitzicht op het nabijgelegen eiland Ireland's Eye en de kliffen van Balscadden Bay.

Van hieraf is het amper 7 km naar onze B&B Seaview in Raheny, Dublin 5, dus een buitenwijk van Dublin, hier gaan we drie nachten blijven.

's Avonds gaan we te voet naar Mc High's, een restaurant en het eerste restaurant op deze reis dat we binnen gaan. De andere dagen was het telkens pubfood. Het restaurant oogt wat meer chiquer en we missen de sfeer van een pub. Maar goed, vanavond is het dinsdag en steakavond, we kunnen een steak eten met een glas wijn of bier voor de prijs van 20 euro pp.

 

Woensdag 16 september

We rijden met de Dart (de trein) naar Dublin City Centre. Daarvoor moeten we ongeveer 15 minuten lopen naar het station. De Dart brengt ons in een 20 tal minuten naar Connelly Station en vandaar lopen we via Amiens Street naar O'Connell Street. Het is het beginpunt waar onze hop on hop off bus vertrekt en een grote brede straat met standbeelden van beroemde Ierse persoonlijkheden. Spijtig genoeg zijn ook hier wegenwerken aan de gang waardoor alles algauw een chaos wordt.

De hop on hop off is een toeristenbus die je in alle grote steden hebt, die alle bezienswaardigheden aandoet en waarbij je zoveel kan op en af stappen waar en wanneer je wil. Hier is er een rode en een blauwe route.

Wijzelf zitten op de blauwe route en we blijven een hele tijd zitten, op die manier krijgen we een eerste indruk van Dublin dat een grote, razend drukke stad is met enorm veel verkeer en horden mensen in de straten. De vele wegenwerken doen er geen goed aan en de bus schiet nauwelijks op.

Aan Glasnevin Cemetery waar tal van bekende Ierse nationalisten begraven zijn, stappen we uit.

Glasnevin Cemetery is Ierlands grootste en historisch meest belangrijke begraafplaats. Mensen van allerlei godsdiensten worden hier nog altijd begraven. Sommige grafmonumenten springen in het oog door de overdaad van Keltische kruisen en ornamenten. Het eraan gekoppelde museum vertelt de hele geschiedenis van deze begraafplaats.

Er is een begeleide rondleiding maar daar willen we niet aan deelnemen omdat dit eindeloos duurt met een uitgebreide uitleg over alle belangrijke graven. We lopen zomaar wat tussen de graven maar het geheel laat toch een ietwat verwarrende indruk achter. Er staat een bloemenstalletje en er is een taverne met terras waar je iets kan drinken met uitzicht op de grafzerken. Raar!

We stappen terug op de bus en rijden naar Croke Park, het grootste stadion van Ierland met 82.300 plaatsen. Het is de plaats van gebeuren van de Ierse sporten zoals Gaelic Football en Hurling. Alle belangrijke wedstrijden van de All Ireland kampioenschappen vinden er plaats en het is het administratieve hoofdkwartier van de GAA (Gaelic Athletic Association)

We doen er een begeleide rondleiding en volgen de route die de spelers doen vanaf de ruimte waar ze binnen rijden met de spelersbus als de kleedkamers, tot hun opkomst op het veld onder luid gejuich van de toeschouwers.

We komen aan de rand van het veld en zien de enorme tribunes, 7 verdiepingen hoog en enorm overweldigend. We komen ook op de 5e verdieping waar we een ander beeld krijgen op het stadion van bovenaf. Op dat moment stapelen zich grote donkere wolken op boven het stadion en we verwachten elk ogenblik een felle bui maar gelukkig blijft het droog.

We zien ook een VIP lounge van de Opel Company, deze wordt afgehuurd voor de ronde som van een half miljoen euro voor een periode van 5 jaar.

Er is ook een museum met videobeelden van belangrijke matchen, de trofeeën, foto's van spelers en shirts.

Alle sporten van het Ierse voetbal tot hurling worden gespeeld door amateurs die naast het beoefenen van hun sport ook nog een andere job hebben. Zij worden hiervoor dus niet betaald.

Komende zondag wordt de finale gespeeld tussen Kerry en Dublin en het stadion is volledig uitverkocht. De duurste zitplaatsen kosten 80 euro, de staanplaatsen 45 euro.

Voor gewone matchen en kwartfinales tot halve finales varieert de prijs van een ticket van 15 tot 40 euro.

Na dit bezoek stappen we terug op de bus en gaan naar Trinity College, Dublins meest prestigieuze universiteit. Een jaar studeren kost hier 3000 euro voor een Ier, voor een buitenlander kost het tussen 13.000 en 30.000 euro!

De binnenplaats is groots met een aantal imposante gebouwen, een kapel en een 30 meter hoge klokkentoren.

Het neusje van de zalm is echter de Old Library met het beroemde Book of Kells, één van 's werelds oudste en beroemdste boeken daterend van rond 800. Op de eerste verdieping bevindt zich de 65 meter lange Long Room, een gigantische ruimte met 200.000 oude boeken die gestockeerd worden over twee open verdiepingen. Aan beide zijden staan marmeren bustes van vooraanstaande wetenschappers, filosofen, schrijvers en dichters.

Ondertussen is het al bijna half vijf in de namiddag als we de universiteit buiten lopen en dus gaan we eerst iets eten bij Gallagher &Co Bistro. Als we er een bier bestellen, brengen ze ons de drankenkaart. Er staat een soort Lager bier op met een voor ons onbekende naam met daarnaast tussen haakjes de vermelding Belgium beer. De ober zegt er al direct bij dat ze dit soort bier niet hebben!

Als we daarop antwoorden dat we Belgen zijn en dat dit soort bier in België gewoonweg niet bestaat, kijkt hij ons schaapachtig aan. Weet hij veel natuurlijk!

We bestellen dus maar een ander soort bier, een Clonmel, waarvan we hier in Ierland ook nog nooit gehoord hebben maar het is lekker. Per County variëren de biersoorten, Heineken en Guinness vind je overal.

Na het eten gaan we op zoek naar de juiste bus om naar Raheny waar onze B&B ligt terug te keren. We zien een bus, de 29a, naar Baldoyle via Raheny en vragen de chauffeur of hij stopt in Raheny waarop deze bevestigend antwoordt. Later blijkt dus dat we toch op de verkeerde bus zitten, Raheny is groter dan we dachten en de bus rijdt langs een heel andere kant langs Raheny. Als ik naar voor stap en de chauffeur vraag waar we nu in 's hemelsnaam moeten afstappen zegt hij dat we Raheny al lang gepasseerd zijn en dat we in feite bus 31 of 32 moesten nemen! Hij raadt aan om te blijven zitten en op het einde van zijn rit zal hij ons brengen.

Op het eind is iedereen afgestapt en zitten we nog alleen op de bus. Ondertussen vertellen we onze hele reisroute hier in Ierland aan de geïnteresseerde chauffeur. Hij is wel al in Duitsland geweest maar nog nooit in België, hij kent wel de namen van alle grote steden zoals Brussel, Gent en Antwerpen en hij weet ook dat België een bierland is.

Hij stopt dan aan een zekere halte, wijst ons in welke richting we moeten lopen en zegt dat het vandaar nog een kleine 15 minuten is. We kunnen ook een bus nemen en drie haltes verder afstappen. We verkiezen echter om te lopen en uiteindelijk komen we anderhalf uur nadat we op de bus stapten in Dublin aan bij onze B&B.

Voor vandaag hebben we kilometers genoeg in de benen!

 

Donderdag 17 september

Vandaag nemen we een vroeg ontbijt om 7u30 om daarna naar de bushalte te lopen voor de bus naar Dublin City Centre. Alles gaat tamelijk vlot en op amper 30 minuten staan we aan O'Connell Street waar we nog even moeten wachten op de hop on hop off bus.

We blijven zitten tot stop 14 aan het Guinness Storehouse, één van de grootste toeristische attracties van Ierland. De St. James's Gate Brewery is als het ware een hele stad op zichzelf en beslaat maar liefst 26 ha. Er wachten ons adembenemende interactieve expositieruimtes in een constructie die een glas voorstelt, een Guinness glas dan wel, en een groot glas van liefst 7 verdiepingen hoog waar we de geschiedenis van de Guinness brouwerij en het brouwproces kunnen volgen door geluid, film en machines.

Er is geen begeleide rondleiding en iedereen kan vrij rondlopen wat wel aangenaam is want op die manier kan men op zijn eigen tempo het gebeuren aanschouwen.

Met roltrappen die als het ware een glazen trappenhuis vormen, kunnen we naar de verschillende verdiepingen. Ook de reclamecampagnes door de jaren heen worden in beeld gebracht.

Op het einde brengt een glazen lift ons naar de Gravity Bar op het dak en hier genieten we van een gratis Guinness en een fantastisch uitzicht op de stad Dublin.

Daarna rijden we naar de Old Jameson Distillery, de oorspronkelijke whisky distilleerderij van één van Ierlands beroemdste en meest vermaarde distilleerders John Jameson and Son, waar we een rondleiding krijgen langs alle fasen van het productieproces van de whisky.

De distilleerderij werd in 1780 in gebruik genomen maar verhuisde in 1971 naar County Cork. Een deel van de oude gebouwen is nu een museum met authentieke houten reuzenkuipen en koperen distilleervaten.

Op het eind van de rondleiding kunnen we proeven van een Schotse en Amerikaanse whisky en uiteraard de Ierse Jameson whisky waarna we nog een gratis glas Jameson whisky krijgen aangeboden.

We nemen terug de bus naar Temple Bar maar dit duurt eindeloos door het drukke verkeer in de stad en de vele wegenwerken die overal aan de gang zijn. De wegenwerken duren nog tot 2017 dus die zijn nog wel een tijdje bezig.

Temple Bar met zijn vele bars, restaurants en theaters vinden we nu niet het einde en dus gaan we iets eten in Bad Ass Restaurant waarna we terug lopen naar Eden Quay. Op straat is het oneindig druk met horden mensen die zich overal naar toe haasten en we vinden het gewoon niet aangenaam.

Aan Eden Quay nemen we de bus naar Raheny, de juiste bus dit keer maar het lukt ons toch om de juiste halte te missen en dus moeten we weer een eind terug lopen. Het openbaar vervoer is niet echt aan ons besteed, in België gaan we nooit met bus of trein en dus zijn we het ook niet gewend.

We zijn blij dat de twee dagen Dublin achter de rug zijn, het is interessant geweest maar ook razend druk na de oneindige uitgestrektheid, de stilte en de rust van de westkust. Ook de B&B zullen we niet gauw aanbevelen, zeker niet om er drie nachten te blijven, daarvoor is de kamer en badkamer echt te krap.

 

Vrijdag 18 september

Rond 9u vertrekken we aan onze B&B en rijden naar de Ring rond Dublin. Overal is het geweldig druk en dit langs beide kanten dus duurt het een tijdje eer we echt op weg zijn.

We volgen de M50 rond het centrum en slaan af naar de M11 richting Wicklow Mountains.

De Wicklow Mountains is een berg- en bosstreek en wordt soms de Tuin van Ierland genoemd. Het is een ruige wildernis met bergen, groene valleien, rivieren en meren en kleurige heidegrassen.

Onze eerste stop vandaag is het Powerscourt House and Gardens. De tuinen lopen trapsgewijs af naar een grote vijver en zijn waarschijnlijk de mooiste van Ierland. Ze zijn in elk geval fenomenaal en we wandelen rond in het uitgestrekte domein waar we The Tower Valley met de Pepperpot Tower zien, de Italiaanse tuin, de Japanse tuin en de ommuurde tuin met een zee van kleurige bloemen, overal vinden we wondermooie fonteintjes. Er is zelfs een klein kerkhofje waar honden en katten begraven liggen. Het geheel is een pareltje en ademt een totale rust uit. Het is er heerlijk wandelen en een adempauze na de drukte van Dublin.

Na dit bezoek rijden we naar de Powerscourt waterval die zich 130 meter naar beneden stort langs een granieten wand en daarmee de hoogste waterval van Ierland is. De entreeprijs is vrij hoog maar dat geldt voor alle bezienswaardigheden in dit land.

Daarna rijden we een stuk door de Wicklow Mountains en genieten van het landschap dat niet zo imposant is als de westkust maar toch zijn charmes heeft.

We bezoeken Glendalough, ook de vallei van Twee Meren genoemd met het Upper en Lower Lake.

De ruïnes behoren tot de oudste christelijke overblijfselen. We betreden het complex via een dubbele stenen boog en komen op het vervallen kerkhof met in de hoek een Round Tower van 30 meter hoog, één van de mooiste van Ierland. De kathedraal zonder dak is compleet vervallen en de grootste ruïne van de vallei. Er staat ook een klein kapelletje met schuin stenen dak. Alles geeft toch een wat vreemde indruk omdat alle toeristen over en tussen de grafzerken lopen en lustig foto's en video maken.

In de bar van het Glendalough Hotel drinken we een bier en rijden dan naar B&B Lettermore Country House in Rathdrum waar we 1 nacht blijven.

Op aanraden van de eigenaresse gaan we eten in Jacob's Well, een pub in het centrum van Rathdrum. De porties zijn gigantisch voor een heel schappelijke prijs en we vragen ons af wie dit in

's hemelsnaam allemaal op krijgt.

 

Zaterdag 19 september

We rijden vandaag naar Kilkenny waar we twee nachten zullen blijven.

Kilkenny is een leuke Middeleeuwse stad aan de oevers van de rivier de Nore en één van de meest authentieke van Ierland. Ooit was het de hoofdstad van het land.

Er zijn een aantal bezienswaardigheden en een grote concentratie van Middeleeuwse kerken, verzorgde winkelstraten, koopmanshuizen en kunstnijverheid.

We bezoeken het Kilkenny Castle, een imposant fort met grote ronde hoektorens en dikke muren, daterend uit de jaren 1190. Twee vleugels van het kasteel werden gerestaureerd en zijn te bezoeken, gaande van de salons, de bibliotheek, diverse slaapkamers en als neusje van de zalm de fraai Long Gallery met zijn imposante schilderijencollectie en marmeren schouw versierd met bladmotieven.

Het is verboden om te fotograferen maar dan kennen ze ons nog niet, ook andere bezoekers zijn druk bezig om zo stiekem en onopvallend mogelijk (wat het juist meer dan opvallend maakt) toch foto's te maken.

Het park met fontein is klein maar aan de achterkant is een grote tuin die nu gebruikt wordt voor een triatlonwedstrijd. De atleten die deelnemen lopen door het park en door de poort van het kasteel naar de aankomst.

Vandaar lopen we de High Street in, een winkelstraat met allerlei soorten winkels en het 18e eeuwse Tholsel met opvallende klokkentoren en zuilengalerij waar de gemeenteraad vergaderingen houdt. We slaan rechtsaf een klein steegje in en komen in de St. Kieran's Street, een smal steegje met diverse pubs en bars.

Eenmaal terug in High Street gaan we de brouwerij van Smithwick's bezoeken waar we een begeleide rondleiding krijgen met uitleg over het productieproces en de soorten Kilkenny bier van Original, Pale Ale naar Blonde. Op het einde volgt, wat dacht je dan?, uiteraard een proeverij. We kunnen kiezen tussen de drie soorten en iedereen krijgt een hele "pint" van een halve liter.

Daarna rijden we naar onze B&B, het vraagt weer even tijd voor we het vinden, soms is het adres onduidelijk op de reisbeschrijving maar na het vragen naar de juiste route vinden we het toch.

Het noemt Launard House en het is terug een mooi huis met mooie kamers met alles op en aan. Buiten een paar uitzonderingen mogen we niet klagen van de locaties.

In de vroege avond gaan we terug naar het centrum en eten in Kyteler's Inn. Deze oude pub werd gebouwd in 1280 en was vroeger een pleisterplaats voor koetsen. Ook hier staan zoals in de meeste pubs in Ierland een aantal grote TV schermen waar klanten alle wedstrijden van voetbal of hurling en dergelijke kunnen volgen tijdens het drinken van hun "pints".

 

Zondag 20 september

Vandaag hebben we een rustige dag gepland, nog een beetje rond wandelen in Kilkenny en geen verplaatsing meer om nog iets te bezichtigen kwestie van een beetje uit te rusten want bijna drie weken rondtoeren in Ierland vergt toch een zekere energie hoewel we alles vrij relax gepland hebben. Wanneer een mens wat ouder wordt, moet het iets rustiger aan.

We rijden 's morgens naar het stadje en dit lijkt wel uitgestorven, alles is nog dicht en enkel een paar toeristen lopen in de straten. We lopen nogmaals naar het park achter het kasteel want gisteren was dit moeilijk te bereiken door de triatlon. Als we een eindje het park inwandelen kunnen we een mooie foto nemen van de hele lengte van het kasteel.

Aan het kasteel vertrekt een toeristisch treintje maar voor een ritje van een half uur is het vrij prijzig en dus lopen we langs High Street en Parliament Street. Alle winkels zijn nu nog dicht en degene die vandaag de deuren zullen openen, gaan dit pas doen na de middag. Het is goed voor onze geldbeugel, nog nooit zo goedkoop gewinkeld.

We gaan in een café een americano koffie drinken en lopen daarna naar St. Canice's kathedraal waar momenteel een dienst aan de gang is. De kathedraal kan men pas bezoeken na de middag, ook de grote ronde toren die men kan beklimmen is gesloten.

We lopen dus verder naar Black Abbey en ook hier gaat een dienst beginnen. Buiten de poort staan twee standen om geld in te zamelen voor een kinderhospitaal en de gelovigen geven gul geld aan dit goede doel.

Het valt ons weer op dat hier in Ierland enorm veel mensen naar de kerk gaan op zondag.

In St. Mary's kathedraal is er geen dienst maar deze is aan de binnenkant ook niet echt imposant en dus het bezoek niet echt waard. Gelukkig moeten we hier geen entree betalen, in de St. Canice's kathedraal is dat anders.

We gaan een Smithwick's drinken in de Kytelers Inn en wanneer we daar buiten komen, regent het. We hebben niet echt zin om in de regen te blijven lopen. Roth House opent zijn deuren pas om 15u en dat laten we dan maar voor wat het is en rijden naar onze B&B waar we op TV de finale bekijken tussen Kerry en Dublin dat gespeeld wordt in Croke Park in Dublin.

's Avonds rijden we terug naar het dorpje en gaan weer eten in de Kyteler's Inn.

We hebben de indruk dat er een duidelijk verschil is tussen de westkust en oostkust van Ierland en niet alleen van landschap gesproken maar ook qua mentaliteit. In het westen zijn de mensen vriendelijker, meer open en de chauffeurs zijn hoffelijker in het verkeer, niet zo opgejaagd. Het is er rustiger, vrijer en het westen spreekt ons dan ook meer aan.

Maandag 21 september

Vanaf onze B&B is het een kleine 2u rijden naar Rosslare Harbour. Onderweg is het landschap wel mooi maar niet zo uitzonderlijk om fotostops te houden. Daardoor zijn we al vroeg aan de haven waar de ferry vertrekt. Er is nog een vroege vogel die al in de wachtrij staat, een Nederlander uit de buurt van Enschede die met zijn mobilhome gedurende 4 weken Ierland doorkruist heeft.

We lopen naar de terminal en zien onze ferry van Irish Ferries de haven binnenlopen. We krijgen dus een prachtig zicht op de boot en nemen alvast een foto.

Rond 13u start de check in die heel vlot verloopt. Wijzelf moeten naar lijn 12 en daar moeten we terug een uur wachten. Het is zoals bij een vliegreis, een deel van de reistijd bestaat uit wachten.

Iets na 14u kunnen we aan boord rijden, we laten de auto achter en lopen naar onze kajuit. Deze keer zijn we beter georganiseerd als bij de heenreis, alleen het hoogstnodige gaat mee naar boven.

Het valt al onmiddellijk op dat er veel minder passagiers zijn dan bij de heenreis, alles verloopt kalmer en meer gedisciplineerd.

De boot vertrekt op tijd, om 15u30 en we voelen algauw dat de zee enorm woelig is. Iedereen loopt te zwalpen door de gangen, net of alle passagiers al meer dan voldoende pinten in hun kraag gegoten hebben. Dit is anders dan op de heenreis, toen was er gebonk van de motoren maar nu is er meer deining op het schip.

Ook bij de bar en restaurants is het minder druk. Wij gaan deze keer eten in het Steakhouse restaurant waar we een prijzige maar uitermate lekkere en malse steak eten.

We nemen nog een bier mee naar de kamer en kruipen al gauw in bed.

 

Dinsdag 22 september

Zoals op de heenreis is het terug een nacht geweest met korte periodes van slaap en periodes van wakker liggen. Toch is een kajuit altijd beter dan de gereserveerde zitplaatsen en op die manier rust je tenminste een beetje uit.

De wekker staat op 7u30. Nu we weten hoe alles in zijn werk gaat, verlaten we de kajuit en nemen al alles mee. We installeren ons aan het raam en drinken koffie met een croissant, weerom enorm prijzig maar er is geen andere optie.

Rond 10u30 wordt door de intercom omgeroepen dat alle passagiers met voertuig zich moeten begeven naar de autodekken en dus lopen we naar dek 4B waar onze auto staat. Daar moeten we terug wachten tot 11u30 eer aan onze rij het sein wordt gegeven dat we mogen vertrekken.

We rijden het schip uit en zijn weer op Franse bodem en na een paspoortcontrole kunnen we verder rijden.

Uiteindelijk hebben we gedurende de rondreis in Ierland 2631 km afgelegd!

Voor ons eindigt deze reis nog niet want we blijven nog twee nachten aan de landingsstranden in Normandië. Daarover ga ik hier niet verder uitweiden want dit zal in een apart verhaal besproken worden.