Mexico Guatemala Honduras reisverhaal

Reisverhalen en foto's van Freddy en Linda

The world is a book and those who do not travel read only a page

Reisverhaal Mexico - Guatemala - Honduras

9 oktober - 8 november 1998


Dag 1: vrijdag 09 oktober

Aangezien we deze morgen al om 7u hier op Schiphol moesten verzamelen, hebben we vannacht in Hotel Mercure Terminal geslapen. Dit hotel was gelegen in de terminal van de luchthaven, achter de douane. Bij het inchecken werden we goed geholpen door de vertegenwoordiger van Baobab. Met Air France vlogen we eerst naar de luchthaven Charles de Gaulle, ten noorden van Parijs. De vlucht was gepland om 9u10 maar werd vertraagd tot 10u.

Met een Boeing 747-400 van Air France vlogen we van Parijs naar Mexico-City, een vlucht van 11u en 45 minuten. De bediening aan boord was een complete ramp, we kregen heel weinig eten en waren bijna verhongerd bij aankomst. Om 18u30 plaatselijke tijd landden we in Mexico-City, in België was het toen 7u later.

Alles ging redelijk vlot, we werden opgewacht door onze reisbegeleidster Annemiek Rigter. Op de luchthaven wisselden we geld en voor 400 $ kregen we 4000 Mexicaanse pesos (1 peso was ongeveer 3,5 Belgische frank).

Met 3 minibusjes reden we naar Hotel San Francisco, waar we een zeer ruime en propere kamer hadden.

 

Dag 2: zaterdag 10 oktober

Deze morgen kregen we van Annemiek een zeer goede uitleg over de reis en Mexico-City. Zij vertelde ons wat hier allemaal te zien was en hoe we onze vrije tijd konden besteden. Zij raadde ons af om gebruik te maken van de metro want daar hadden we een goede kans om beroofd te worden. Zij raadde ons ook aan om tijdens de busreizen een minimum aan geld bij ons te houden en de rest samen met de vliegtuigbiljetten en andere waardevolle spullen in de grote bagage te stoppen. Deze zat onder aan de bus achter slot. Op deze manier zouden we bij een mogelijke overval een minimum aan geld kwijt zijn want de overvallers zagen de toeristenbussen als rijdende banken.

Er werd ook een groepspot gemaakt en deze zou gebruikt worden voor entreegelden, fooien en gezamenlijke ontbijten (standaardontbijt). Als iemand niet meeging in een bepaald museum of site dan kreeg deze persoon het geld terugbetaald.

Na een ontbijtbuffet in het hotel voor 30 pesos p.p. gingen we de stad in. Eerst bezochten we de Torre Latino Americana, 181,33 meter hoog. Als je daar de 2240 meter bijtelde waarop de stad gelegen was, zaten we  op 2422 meter boven de zeespiegel. Hier had je een prachtig uitzicht over de grootste megametropool ter wereld, gelegen in een vallei die 110 km lang en 30 km breed was. De stad kende een dagelijkse bevolkingsgroei door de immigratie vanaf het troosteloze platteland. Het grootste probleem was de luchtvervuiling. Alle smog bleef over de stad hangen en de looddampen sloegen op de taco’s die op straat werden verkocht, met voedselvergiftiging als gevolg.

Daarna bezochten we Palacio Iturbide en een klein museum met klederdrachten van de indianen uit Chiapas, allebei gratis ingang.

Op de Zócalo, het centrale plein, stond de kathedraal. De laatste 85 jaar was deze 7,5 meter in de grond gezakt. Binnenin stonden overal stellingen om hem overeind te houden , zoniet zakte hij in elkaar. Nadien bezochten we ook nog het nationaal paleis en de Templo Mayor, de belangrijkste archeologische zone van de stad. Bij Hotel Majestic waar we aten van een buffet, 95 pesos per persoon, was er een dakterras. Vanaf het terras had je een geweldig uitzicht over de Zócalo.

Aan de Plaza Domingo waren een hele rij kleine nissen met lieden die een handdrukkerij hadden. Iedereen kon hier iets laten drukken. Aan de Calle Republica Argentina was een onderwijsinstituut SEP, een groot mooi gebouw met binnentuinen en muurschilderingen.

We liepen nog wat straten in en weer uit, alles werd hier per wijk verkocht. Goud en juwelen, trouwkleren (prachtige kleren voor ongeveer 6000 Belgische frank, deze kostten bij ons zeker 30.000 à 40.000 fr), geboortekaartjes enz.. In sommige winkels verkochten ze enorme taarten met verschillende verdiepingen, echt prachtig.

Toen we een cerveza dronken op een terras begon het te regenen en via het Alameda Park liepen we dan terug naar het hotel.

 

Dag 3: zondag 11 oktober

De eerste excursie van deze reis: eerst een stop aan de basiliek van Guadelupe, waar een enorme mensenmassa buitenstond. De meeste mensen zaten daar reeds van de dag voordien en velen kookten daar ter plaatse hun eigen potje. We konden echt niet binnenin de basiliek  geraken, dus reden we door naar Teotihuacán, één van de belangrijkste archeologische zones van Mexico. De eerste aanblik van het terrein gaf een overweldigende indruk. We zagen de Citadel met de  tempel van Quetzalcóatl, het huis van de god van de wind. Dan gingen we via de Dodenweg, die 1450 meter lang was, naar de piramides van de zon en de maan. Die van de zon was 62 m hoog en 222 bij 225 m aan de oppervlakte. De piramide van de maan was 50 m hoog. Ik klom bij allebei de piramides naar boven, Freddy had nog last van de hoogte en bleef beneden.

Rond de middag reden we naar het Archeologisch Museum. Op zondag was er overal gratis toegang, we moesten wel 10 pesos betalen voor het fototoestel en 30 pesos voor de videocamera. We bezochten niet alle zalen want het traject was vijf kilometer lang. Het was wel één van de prachtigste museums die we al ooit gezien hadden. Buiten het museum kwamen we in het Chapultepec Park, hier was het enorm druk daar vele Mexicaanse gezinnen hier hun zondag doorbrachten.

Omdat het zondag was waren veel restaurants dicht. Toen we er een vonden dat open was, bleek de ober onze bestelling verkeerd verstaan te hebben. We hadden een voorgerecht en hoofdgerecht besteld maar hij bracht van elk één exemplaar.

Op de terugweg naar het hotel kochten we Diamox voor Freddy. Dit was een goed geneesmiddel tegen hoogteziekte.


Dag 4: maandag 12 oktober

’s Morgens om 9u namen we in het busstation een luxebus naar Oaxaca waar we in de namiddag aankwamen. De taxi bracht ons naar Hotel Francia waar de kamer al heel wat eenvoudiger was dan in Mexico-City. De afvoerbuizen waren hier te smal en daarom mochten we het toiletpapier niet meer in de WC deponeren maar in een emmer. Dit zou voor de rest van onze reis zo zijn.

We verstuurden een fax naar huis (20 pesos) en dan gingen we met een aantal medereizigers iets drinken op een terras aan de Zócalo waar we enorm veel plezier hadden. De Zócalo was een heel gezellig, sfeervol plein. Freddy liet zijn schoenen poetsen door een schoenpoetser op het plein. Hiervoor kwam onze avondcursus Spaans goed van pas, nu konden we tenminste iets zeggen tegen de mensen.

 

Dag 5: dinsdag 13 oktober

Ontbijt in het hotel, eerst een kommetje watermeloen en dan huevos con jamón (eieren met ham). Zes pesos per persoon, dus al goedkoper dan in Mexico-City.

Om 9u gingen we op weg naar Monte Albán, één van de belangrijkste archeologische zones van de Zapoteken. Een indrukwekkend complex met een prachtig uitzicht over de omgeving. In de hoogtijdagen woonden er 25.000 mensen maar toen de Spanjaarden kwamen, was Monte Albán verlaten en leeg. Het terrein lag op een hoogte van 1850 meter boven de zeespiegel. We bezochten het Plataforma Norte, Plataforma Sur en het Gebouw van de Danzantes met de hoge platte stenen waarin naakte dansers zijn gekerfd. We zagen Montículo J en  Tumba 7 en 104, hier werd het skelet van een hogepriester aangetroffen met vazen, juwelen en aardewerk. Bij de ingang was een klein museum en een restaurant.

’s Middags gingen we te voet langs een geitenpad naar beneden. Het was een goede wandeling en we keerden langs de buitenwijken terug naar de stad. Eerst brachten we een bezoek aan een vrouwtje die tortillas bakte, dit waren een soort maïspannenkoeken en daarna bezochten we een gesubsidieerde tortillamakerij. Daar gebeurde alles machinaal, een groot verschil met hetgeen het vrouwtje deed.

Na de wandeling dronken we iets op een terras op de Zócalo. We proefden hier chapolines, dit waren gebakken sprinkhanen welke heel erg zout smaakten. Daarna aten we een soort opgevulde tortillas met kip en chocoladesaus (mole).

Na het eten maakten we nog een wandeling dus voor deze dag hadden we genoeg kilometers in de benen. We waren goed verbrand door de zon want op deze hoogte ging dat heel vlug.

 

Dag 6: woensdag 14 oktober

Waarschijnlijk was dit hotel vroeger een soort klooster geweest want de kamers lagen rond een grote overdekte binnenplaats. Deze kamers waren erg gehorig en gedurende de hele nacht was er aan de receptie een enorm lawaai.

We hadden een excursie naar Mitla, de tweede archeologische zone van betekenis in  Oaxaca. De naam was afgeleid van het Azteekse Mictlán, dat het equivalent was van de onderwereld. De Zapoteken noemden het Plaats van de Doden. De ruïnes waren in een opmerkelijk goede staat, dit kwam omdat Mitla nog bewoond was toen de Spanjaarden kwamen.

Hierna reden we naar een distilleerderij waar ze Mezcal maakten. Na een rondleiding en de uitleg dat de Mezcal gemaakt werd van de agave cactus, proefden we van de pure Mezcal en de crema. De crema had je met alle soorten fruit. We kochten dan een grote fles van de pure Mezcal voor 60 pesos.

Op de terugweg bezochten we de boom van El Tule, een cypres van meer dan 2000 jaar oud. De immense boom had een diameter van 14,05 meter.

Op het marktje naast de boom aten we een tortilla met quesillo (een soort kaas) en oranje kalebas bloemen, lekker en maar 5 pesos per stuk.


Dag 7: donderdag 15 oktober

Om 8u vertrokken we met de bus naar Tuxtla Gutierrez voor een lange rit. Rond 14u30 kwamen we in een wegblokkade terecht die al een paar uur aan de gang was. Ongeveer vijftienhonderd boeren wilden geld van de regering en hadden de Pan American Highway geblokkeerd, dit was de enige weg naar het zuiden. Langs een veldwegel vonden we een alternatieve route, een beetje Camel Trophy. Alle vrachtwagens moesten dus blijven wachten, vele chauffeurs hingen onder aan hun vrachtwagen in een hangmat te slapen.

Het was uiteindelijk 23u toen we in Chiapa de Corzo aankwamen in hotel San Francisco; op het eerste gezicht hadden we een propere kamer maar in de badkamer krioelde het van de vlooien!

 

Dag 8: vrijdag 16 oktober

Een uitstap naar  Cañon del Sumidero, een boottocht van 35 km lang door een spectaculair  ravijn met op sommige plaatsen rotswanden van  1300 m hoog. In de 16e eeuw stortten zich hier zo’n 1000 indianen naar beneden, zij verkozen de dood boven overgave aan de Spanjaarden. Deze cañon was een meesterwerk van moeder natuur. We zagen hier veel verschillende soorten vogels, ook gieren en 2 kleine krokodilletjes. Er was ook een waterval die de naam “de kerstboom” had. Het leek inderdaad een beetje  op een kerstboom.                     

Na de lunch reden we nog een tweetal uur naar San Cristóbal de las Casas, gelegen in de provincie Chiapas. Dit was de meest zuidwestelijke staat van Mexico en één van de meest ontoegankelijke gebieden. Onderweg stopten we in een indianendorpje. Langs de weg stonden kraampjes met heel kleurrijk textiel. Deze mensen wilden niet gefotografeerd of gefilmd worden, ook als we het vroegen dan weigerden ze. Hun angst voor foto’s had iets te maken met hun mysterieuze, voodoo-achtige geloof. Ze dachten dat hun ziel dan in die foto ging zitten en dat het kwade in hun lichaam achterbleef. Toen ik daar de straat filmde, begonnen twee mannen met stenen te gooien, ik zat toen heel vlug terug in de bus!

San Cristóbal was één van de hoogtepunten van Mexico en was gelegen op 2100 meter. In deze stad logeerden we in hotel Fray Bartholomé de las Casas.

’s Avonds aten we in de Madre Tierra. We namen Menu del Día, eerst groentesoep, dan chili con carne, chocoladetaart en koffie en dat alles voor 50 pesos per persoon.

 

Dag 9: zaterdag 17 oktober

Deze dag gingen we de stad verkennen, de Zócalo, de kathedraal, de Santo Domingo kerk, de markt met zijn kleurrijke taferelen en de Guadelupe kerk. De markt en de indiaanse bevolking was het bekijken waard; al die kleuren, de klederdrachten en de indianenvrouwen met hun kinderen waarvan ze de kleinsten op hun rug  droegen in een soort draagdoek. Het was wel een heel speciaal volk, er hing een dreigende sfeer. Uit respect voor hun cultuur maakten we niet zoveel portretfoto’s maar meer algemene beelden van gebouwen en de omgeving.


Dag 10: zondag 18 oktober

Er stond een excursie naar de indiaanse dorpen op het programma. Eerst naar Zinacantán, hier droegen de mensen roze wollen tunieken. In de kerk mocht je niet fotograferen. In een klein kerkje aan het plein zat de dorpsraad van 11 personen, zij musiceerden, zongen en dronken sterke alcohol en dat allemaal in traditionele kledij. Ze droegen sandalen met hiellappen. Hier ook was het streng verboden om te fotograferen.

Dan gingen we te voet naar Chamula, een ander indiaans dorp. Op het plein voor de kerk werd een grote markt gehouden. Er  was terug een dorpsraad, maar weer was de regel: niet fotograferen!! Annemiek had ons gezegd om het ook niet stiekem te doen want dat gaf alleen maar problemen. Binnen in de kerk vond een eredienst plaats met bijbehorende rituelen die een vermenging liet zien van het katholicisme en oude indiaanse religies. De vloer was bedekt met dennennaalden. Er waren offerplaatsjes met kaarsen en de indianen zaten in groepjes te bidden en offerden eieren, kip en cola. De bedoeling was dat het kwade in de offergaven terechtkwam die achteraf dan begraven werden. De mystiek rond het hele gebeuren was echt indrukwekkend en soms wel griezelig. Op de markt zelf had je heel merkwaardige taferelen, we zagen veel indianen in klederdracht, met zomer- en wintertenue. Echt prachtig.

’s Avonds brachten we een bezoek aan Sergio Castro, een Mexicaanse landbouwingenieur die zich inzette voor de indianen van Chiapas. Hij verbeterde de landbouwtechnieken, bouwde schooltjes, gaf medische verzorging met name door de verzorging van brandwonden. Hij kreeg geen steun van de regering; het benodigde geld kreeg hij via donaties en door zijn museum met indiaanse klederdrachten en gebruiksvoorwerpen open te stellen voor de toeristen. Velen van onze groep hadden medicijnen en verband mee en daar was hij heel dankbaar voor.

Die avond moesten we ook bagage maken voor 1 nacht. De volgende dag zouden we naar Guatemala gaan en daar zouden we een nacht logeren bij een Guatemalteekse familie.

 

Dag 11: maandag 19 oktober

Toen we deze voormiddag aan de grens van Guatemala kwamen, mochten we ons uurwerk  een uur terugdraaien. Bij de grens moesten we uit de bus, te voet de grens over en daar op een Guatemalteekse bus stappen.

Bij aankomst in Totonicapán mocht de grote bagage in het cultuurhuis blijven achter slot en grendel. In de bank kregen we voor 200 dollar 1296 quetzales (1 quetzal was ongeveer 5,5 Belgische frank). Omdat de bevolking niet altijd wisselgeld had, vroegen we kleine coupures; met als resultaat dat we de bank buitenkwamen met een portefeuille die niet meer dicht kon door het grote aantal biljetten. Op die manier was het niet te verwonderen dat de bevolking dacht dat we miljardairs waren.

Toen we op de markt rondliepen, ondervonden we dat de Guatemalteekse bevolking veel vriendelijker was dan de Mexicaanse. De meeste mensen hadden er ook geen bezwaar tegen om gefotografeerd te worden.

Om 17u kwamen de mensen van onze gastgezinnen ons halen, per twee of drie personen kwamen we in een gezin terecht. Ons gastgezin bestond uit Eva (de moeder) met 3 dochters en 2 zoons, Eva’s man was twee en een halve maand tevoren gestorven aan kanker. Met het Spaans van onze avondcursus konden we nog een beetje een conversatie voeren, anders was het een ramp geweest. We gingen dan mee naar de winkel en ’s avonds kookte zij een stoofpotje van vlees, rijst, tomaten, wortelen en uien voor ons. Daarbij dronken we appelthee. Deze mensen hadden erg hun best gedaan want normaal gezien aten zij maar 1 keer per week vlees.

 

Dag 12: dinsdag 20 oktober

Heel slecht geslapen in een smal hard bed. Waarschijnlijk sliepen wij in het bed van de moeder want het hele gezin sliep nu in een kamertje naast het onze. De honden die juist buiten onze kamer lagen, hadden de hele nacht een geweldig kabaal gemaakt. De moeder ging al vroeg weg om werk te zoeken, zij had immers geen inkomen meer nu haar man dood was. Wij hadden wat kleine geschenkjes mee: handcrème, zeep, pluchen beertjes, kleurboeken en kleurpotloden. Zij omhelsde ons uitbundig, deze mensen waren zo arm dat ze met heel weinig tevreden waren. Ondanks hun armoede kregen wij ook twee bekertjes als geschenk. De oudste dochter maakte ontbijt: eieren met tomaat, tortilla, geroosterd brood en marmelade. Nadien bracht de jongste dochter ons terug naar het cultuurhuis. We reden mee in een klein busje als haringen in een ton.

Nadat we de bagage terug in de bus brachten, maakten we een wandeling van drie uur door het hoogland van de provincie Totonicapán. We passeerden kleine dorpjes en bezochten  een weverij. ’s Middags aten we met de  hele groep tamales en ondertussen speelden 3 mannen marimba muziek voor ons.

Daarna hadden we nog een rit van 2u voor de boeg naar Panajachel aan het meer van Atitlán. Daar namen we de boot naar San Pedro aan de voet van de San Pedro vulkaan. Toen we aan de steiger kwamen, werden we bestormd door kinderen die onze bagage wilden dragen. Zij kregen 2 quetzales voor een kleine tas en 3 voor een grote. Er waren hele kleine kinderen die bijna bezweken onder het gewicht van een tas. Zij weigerden echter alle hulp, iedereen probeerde een centje bij te verdienen.

In Hospedaje Chuasinaki hadden we een heel eenvoudige, propere kamer met toilet en douche. Primitief maar toch voldoende voor ons.

’s Avonds at de hele groep bij Restaurante Brenda, wijzelf aten een hele grote pizza met tonijn.

Mijn lichaam stond vol vlooienbeten, waarschijnlijk van onze nacht bij de familie. Ik voelde toen wel dat ik gebeten werd, maar ik dacht dat het muggen waren. Ik had geweldige jeuk, niet te doen.


Dag 13: woensdag 21 oktober

Een vrije dag en verschillende keuzemogelijkheden: het beklimmen van de San Pedro vulkaan, paardrijden en een lange of korte wandeling maken. Wij kozen voor de lange wandeling; eerst een half uurtje met de boot naar San Pablo en dan wandelden we door de koffieplantages naar één van de kleinere dorpjes. Het was prachtig om het dagelijkse leven in het dorp te bekijken. De mensen waren heel vriendelijk maar ze waren echter niet happig op het maken van foto’s. Het was heel warm weer en we wandelen altijd maar verder langs de oevers van het meer, door landbouwgebieden en door indiaanse dorpjes. Echt interessant. Het meer van Atitlán was omgeven door drie grote vulkanen en één van de mooiste meren ter wereld.

Kort na de middag waren we terug in onze kamer. Na wat uitgerust te hebben, gingen we terug naar Restaurante Brenda, een beetje de ontmoetingsplaats van de Baobab reizigers. We zaten daar gezellig samen en we hebben er ook weer gegeten: pollo encebollada con arroz y papas fritas.

Om 21u lagen we al in bed, het was best een vermoeiende dag.

 

Dag 14: donderdag 22 oktober

Om 8u vertrok de boot naar Panajachel, de kleine kinderen stonden ons al op te wachten aan het hotel. Van boven op het balkon gooide ik een paar oude t-shirts naar beneden. Daar waren ze heel blij mee want de meeste liepen in sjofele kleren rond.

Tegen de middag waren we in Chichicastenango, wereldberoemd voor zijn donderdag- en zondagsmarkt. Ons Hotel Chugüila was midden op de markt gelegen, we hadden hier leuke kamers met salon en open haard.

Een fax versturen was hier heel wat duurder dan in Mexico, 33,35 quetzales.

We bezochten dan de markt met in het middelpunt de Santo Thomas kerk, op de trappen speelden zich allerhande rituelen af. Verder was er heel veel kleurrijk indiaans handwerk en textiel, maskers, aardewerk, kaarsen, machetes, tassen en kleedjes.

’s Avonds aten we in het hotel. Aangezien ik me niet zo goed voelde (krampen en maagpijn), at ik niet zoveel van de pasta met ham en kaas. Voor we goed en wel gedaan hadden, waren ze er al met de rekening, we hadden zelfs geen tijd om koffie te vragen.

 

Dag 15: vrijdag 23 oktober

Om 8u reden we naar de markt van Sololá, een gewone alledaagse markt voor de inheemse bevolking met groenten, fruit en vlees. Deze markt was ook bekend om zijn zakkenrollers. Het was er zodanig druk en er was overal een gedrang zodat ze langs alle kanten in je zakken probeerden te zitten zonder dat je er iets van voelde. Annemiek raadde ons aan om alle waardevolle dingen in de bus te laten, ook de fototoestellen en videocamera. Deze markt was wel de moeite waard, veel authentieker dan Chichicastenango, minder toeristisch ook. De klederdracht van de mannen was heel speciaal, zij droegen wijde, iets te korte broeken met daarboven een heupdoek en een strooien cowboyhoed.

Na een tussenstop met koffie en ananas- of papayataart kwamen we rond de middag in Antigua, de oude hoofdstad van Guatemala. Hotel Sol Mor was een heel mooi hotel met grote en propere kamers, echte luxe.

Het hotel was steeds gesloten, niemand liep zomaar in en uit. Als we weggingen, werden we buitengelaten en als we terugkwamen, moesten we bellen aan de deur.

In Antigua waren 35 kerken en kloosters en van drie kwart daarvan waren nog alleen maar ruïnes over door de aardbevingen in de 16e, 17e en 18e eeuw. Hiervan bezochten we er een paar en overal moest je entreegeld betalen.

’s Avonds waren we redelijk vroeg in het hotel, moe van het vele rondlopen.


Dag 16: zaterdag 24 oktober

Uitgebreid ontbijt in het hotel met de hele groep: fruit, fruitsap, brood, eieren, worstjes en gebakken banaan.

Toen we naar huis belden, kregen we te horen dat het ginder heel slecht weer was, veel regen en storm. Geld opnemen met een Visa kaart bleek een probleem, dit kon alleen maar met Mastercard, dus wisselden we maar cash dollars.

We maakten dan een uitgestippelde wandeling langs kerken, kloosters en andere belangrijke gebouwen. In de Casa del Jade kregen we een rondleiding met uitleg hoe de jade bewerkt werd tot juwelen. Ze hadden hier prachtjuwelen te koop.

We gingen vroeg eten, lomito con salsa champignoñes con arroz. Op weg naar het hotel kochten we nog een fles rode Chileense wijn die we op de kamer uitdronken.

 

Dag 17: zondag 25 oktober

Paniek!! We werden wakker om 6u door het geluid van stemmen in het restaurant. Bleek dat we ons overslapen hadden, dus vlug het bed uit want om 6u30 kwam de bus om ons naar Copán in Honduras te brengen. We hadden geluk want tot voor twee dagen was Copán nog bezet door indianen. Zij hadden grond gekregen van de overheid maar geen eigendomsbewijzen. Nu eisten ze ook de helft van de inkomsten van de ruïnes. Of hun eisen nu ingewilligd waren, wisten we niet maar de bezetting was in alle geval opgeheven.

Om 10u30 kwamen we aan een fastfood kiprestaurant in een klein dorpje. Het was wel heel erg vroeg maar volgens Annemiek was er geen andere gelegenheid meer om nog iets te eten.

Wat verder stopten we in een ziekenhuis waar ondervoede kinderen werden verzorgd tot ze weer op krachten waren. We zagen daar uitgemergelde kleine kinderen, echt vel over been. Deze kinderen raakten ondervoed doordat hun ouders te arm waren en gewoon niet genoeg eten op tafel konden brengen. Het ziekenhuis was heel armoedig ingericht, een heel verschil met de moderne ziekenhuizen bij ons.

Om ongeveer 14u waren we aan de grens van Honduras. De grens zelf was niet veel zaaks, gewoon een klein stroompje water waar de bus doorheen moest rijden. Verder was het een heel slechte weg en aangezien de veringen van de bus niet van de beste waren, was het een en al hobbelen.

In Copán hadden we hotel Yaragua, alles rook hier heel erg muf. De banken waren dicht en daarom moesten we geld wisselen in het hotel. Toen de laatste aan de beurt waren, was er al geen geld meer. We moesten dan naar het hotel aan de overkant maar daar kregen we een slechtere koers. Dat speelde echter niet zoveel rol want we hadden niet zoveel nodig voor de tijd dat we hier waren. Voor 1 dollar kregen we 13 lempiras.

Copán was een klein, gezellig dorpje waar we echter alles vlug gezien hadden. De bevolking leefde van het toerisme (alles was hier veel duurder dan in de rest van Honduras) en van de tabaksteelt. Buiten het dorp waren er dan ook veel tabaksvelden.

’s Avonds gingen we naar restaurant Vamos a Ver, dit werd uitgebaat door een Nederlandse vrouw, Suzanne genaamd. Eerst bekeken we met heel de groep een videofilm van National Geographic over de Maya’s.

 

Dag 18: maandag 26 oktober

Na het ontbijt bij Suzanne gingen we te voet naar de ruïnes. Wij hadden geen zin om in het museum te gaan maar de ruïnes zelf waren de moeite waard, heel rustig ook, met weinig  bezoekers. Dit was misschien nog wel een gevolg van de bezetting de voorbije dagen.

Er was het een en ander te zien: de westelijke en Oostelijke Acropolis met beelden van de god Chac, de regengod met de grote neus. De balspelplaats met tal van verfraaiingen, die aanzien werd als het sociale centrum van de stad. Het Grote Plein met stèle H dat Koning-18-Konijn voorstelde. Deze koning leefde tussen 695 en 738 na Christus.

Het meest indrukwekkend was de hiëroglyfentrap, de trap had 63 treden en per trede 25 hiëroglyfen (dus 1575 hiëroglyfen in totaal). De trap was wel overdekt met een groot lelijk stuk plastiek wat het maken van foto’s moeilijk maakte.

We gingen vroeg weg uit Copán. Er waren op de terugweg wegenwerken bezig en op bepaalde tijdstippen werd de weg opengesteld voor de duur van een half uur. Die hobbelige weg terug was een echte ramp aangezien we achteraan in de bus zaten. Na twintig minuten oponthoud aan de wegenwerken konden we onze reisweg voortzetten langs de Pan American Highway naar het Meer van Izabal.

Nadat we een hele tijd langs uitgestrekte bananenplantages reden, stopten we bij het bedrijf van Del Monte. In dit bedrijf werden de bananen gesorteerd en verpakt maar bij ons bezoek werd er niet gewerkt, je mocht wel fotograferen maar niet filmen. Het was een heel primitief bedrijf waar de mensen 6 dagen per week hard moesten werken en geen recht hadden op vakantie. De werknemers woonden allemaal in huizen die eigendom waren van Del Monte en verdienden een hongerloon.

Van daaruit gingen we te voet naar de ruïnes van Quiriguá, deze werden weinig bezocht en waren bekend om de 10 meter hoge versierde stèles. De stèles stonden in een tropisch park met zeldzame boomsoorten en hier kwamen we in contact met de eerste muggen. Diegene die een korte broek aanhadden, hebben het zich lang beklaagd. De muggen staken gewoon dwars door de t-shirts heen!

Om ongeveer 18u waren we in hotel Vinas Lago aan het Meer van Izabal, hier hadden we een redelijk luxueuze kamer met airconditioning.

Voor het avondeten moest iedereen op voorhand opgeven wat hij wilde eten, anders zou het eindeloos lang duren. Na een uitgebreide douche bestelden we 2 margarita’s als aperitief, de obers deden er 25 minuten over om deze te maken! Heel vlug waren ze hier niet. Het eten bestond uit ceviche mixto en er waren grote familieschalen met frieten, rijst en groenten. De frieten hadden het meest succes, ook bij de Nederlanders.


Dag 19: dinsdag 27 oktober

Na het ontbijt gingen we met de boot naar Livingston over de Rio Dulce, deze vormde de  verbinding met de Caraïbische Zee. Onderweg ging het heel hard regenen en zo werd iedereen kletsnat.

Livingston was echter niet veel zaaks, veelkleurige houten huizen met veranda’s en een negroïde bevolking. De bevolking bestaat voor 60 % uit Garífuna’s, afstammelingen van slaven. Vanaf de kust konden we een klein eilandje zien met één palmboom zoals dit wel eens voorkwam in sommige cartoons. Toen ik een man filmde die het gras maaide met zijn machete werd die boos, hij wilde dat ik betaalde om hem te filmen. We konden in Livingston geen enkele foto maken want er mankeerde iets aan ons toestel, waarschijnlijk door de vochtigheid.

Het was ondertussen opgehouden met regenen. Onze kleren waren al een beetje droog maar op de terugweg begon het echter weer te regenen en was iedereen terug kletsnat. Nadat we de mangroves bekeken hadden, vaarden we terug naar het hotel. Alles was nat: kleren, portefeuille, geld, papieren. We droogden dan maar zoveel mogelijk met de haardroger. In de namiddag zaten we een tijdje in het café en bestelden tegelijk ons avondeten. Dit gebruikten we terug met de hele groep, Freddy at lomito stroganoff en ik had pescado con salsa de ajo.

Om 22u gingen we slapen. Om 23u werden we terug wakker en toen was er alweer geen elektriciteit of airco meer, precies zoals de avond daarvoor. Hotel met airco, zegden ze dan!

 

Dag 20: woensdag 28 oktober

Om 7u30 stapten we op de bus en reden naar Flores. Onderweg stopten we bij een Nederlandse vrouw om broodjes te kopen die we dan opaten in een klein dorpje langs de kant van de weg. Iedereen stond ons aan te staren en er zaten vlooien.

Eerst moesten we een omweg maken omdat een machine waarmee ze aan de weg werkten in panne stond. Ongeveer 4 km voor Santa Elena was er dan weer een wegblokkade. Het leger was er de illegale huizen van de boeren aan het afbreken en daarom mocht niemand door. Al met al viel het nog mee want we stonden er maar 40 minuten.

Flores was een klein stadje gelegen op een eiland in een meer. Het was enkel bereikbaar over een smalle dam. Hier logeerden we in hotel Petén.

In de supermarkt kochten we nog broodjes en water voor onze trip naar Tikal de volgende dag want we zouden al heel vroeg vertrekken.

 

Dag 21: donderdag 29 oktober

Heel slecht geslapen en om 4u uit bed!

Met een minibusje reden we naar Tikal. Het nationale park had een oppervlakte van 576 vierkante kilometer. Het belangrijkste deel besloeg 3 vierkante kilometer. Het was één en al tropisch regenwoud, nauwelijks gecommercialiseerd. In het park liepen neusbeertjes rond die wel gewend waren aan mensen. Telkens kwamen ze bij iedereen kijken of er niets te eten was.

Het was indrukwekkend hoe sommige tempels boven de jungle uitstaken. Bij tempel 4, de  hoogste met zijn 65 meter, gingen we langs houten trappen naar boven. Daar konden we tot aan Belize kijken. We gingen ook nog bij een andere tempel naar boven (met trappen); toen we boven kwamen, zag Freddy langs de andere kant een pad naar beneden. Hij veronderstelde dat dit veel gemakkelijker was dan die trappen maar het pad naar beneden was echter heel glibberig. Ik gleed uit en de videocamera sloeg tegen de grond. Freddy liet de reisgids vallen en die donderde naar beneden. Ik kroop dan maar al zittend naar beneden, mijn broek en jas zagen er lief uit!!

Om 14u gingen we met het busje terug naar het hotel. Acht uur rondlopen in het park vonden we eigelijk wel een beetje te lang. We zaten dan ook al een tijdje op het terras met een biertje.

Toen we op de dam naar Flores waren, zagen we in de verte een storm op ons afkomen. Die rolde over het water en kwam heel snel dichterbij. Bij het uitstappen aan het hotel was het al aan het stortregenen. Na tien stappen waren we al direct kletsnat. Op de binnenplaats van het hotel kwam de overloop binnen!


Dag 22: vrijdag 30 oktober

Om 6u vertrokken we met hetzelfde minibusje van de dag voordien, alle bagage ging boven op de bus. Na twee en een half uur waren we in Sayaxché, een dorpje gelegen aan de Rio de la Pasión. Daar kregen we ontbijt met gebakken eieren. Voor de facultatieve excursies naar Aguateca en El Ceibal betaalden we aan Annemiek 18 dollar per persoon.

Daarna stapten we op onze boot, een “lancha”, dit was een lange smalle boot en het belangrijkste transportmiddel in deze streek. Deze bracht ons in anderhalf uur naar een posada aan het meer van Petexbatún. We kregen begeleiding van 6 soldaten met het geweer in de aanslag, heel indrukwekkend allemaal. Toen we aan de posada kwamen, stonden de rookpotten tegen de muggen al klaar. De posada had heel eenvoudige tweepersoonshutten zonder elektriciteit. Uit de douche kwam koud water uit de rivier en in het badkamertje zaten kakkerlakken.

Na de middag gingen we met 8 personen naar de ruïnes van Aguateca. Hier kwamen slechts  zelden toeristen omdat de ruïnes door de jungle overwoekerd waren. De escorte van het leger ging met ons mee. Het lopen door het tropische regenwoud maakte deze tocht tot een heel aparte en onvergetelijke ervaring. Er zwermden miljoenen muggen rondom ons, iedereen liep met een tak rond het gezicht te zwaaien om de muggen weg te houden. Aguateca lag op een rotsplateau, afgeschermd door een diepe kloof. Eerst moesten we die kloof door om er te komen. Werkelijk prachtig allemaal, deze tocht was echt de moeite waard.

Rond 16u waren we terug in de posada waar we eerst onze klamboe omhoog hingen. Het restaurant uit de brochure was gewoon een ruimte waar we konden samen zitten; daar dronken we een biertje en ’s avonds werd er voor ons gekookt. Hele dunne soep en dan een stoofschotel met veel groenten, weinig aardappelen en heel weinig vlees.

 

Dag 23: zaterdag 31 oktober

Buiten onze verwachting hebben we nog goed geslapen onder onze klamboe. We moesten om 6u30 vertrekken, dus om 6u op. Er was geen water en daarom namen we een “wettie douche”.

Deze eau de cologne doekjes waren werkelijk onmisbaar op zulke reizen. Het klimaat was hier heel erg vochtig; ook als we helemaal niets deden, liep het zweet ons af. Het was eigelijk een dikke tegenslag dat we ons niet konden wassen; ook al was het met koud water dan waren we toch een beetje verfrist.

Deze dag stond er een excursie naar El Ceibal op het programma. De ruïnes lagen twee uur varen stroomopwaarts over de Rio de la Pasión. Deze ruïnes waren iets meer gerestaureerd en gemakkelijker bereikbaar. We moesten de entree van 25 quetzales niet betalen omdat ze er aan het werken waren. Nu liet de videocamera het afweten, waarschijnlijk ook van het vocht.

Terug in Sayaxché namen we de bus naar El Bethel, een dorpje aan de Usumacintarivier, die de grens vormde tussen Guatemala en Mexico. We sliepen in een eenvoudig junglekamp dat toebehoorde aan een coöperatie van indianen. Er waren voorzieningen voor toeristen: houten huisjes en gemeenschappelijke toiletten en douches (met koud water). Zo probeerden de indianen mee te profiteren van het toerisme. Er was geen elektriciteit maar de bungalows waren wel proper en er waren weinig muggen.

Het avondeten was een succes: goede soep, rijst met vlees en groenten en fruit. We spendeerden dan onze laatste quetzales aan bier want de volgende dag zouden we terug naar Mexico gaan.

 

Dag 24: zondag 1 november

Terug om 6u uit bed. We stonken nu al geweldig naar zweet en muggenmelk.  Deze avond zouden we echter terug in een goed hotel zitten waar we ons uitgebreid konden wassen.

Er stonden terug kleine kinderen klaar om onze bagage naar de boot te dragen waarmee we  naar Yaxchilan gingen. Dit was een ruïne die gedeeltelijk uitgegraven werd. Bij aankomst daar, zagen we de brulapen die heel veel lawaai maakten. Spijtig dat ik het niet kon filmen, dat geluid was echt de moeite.

Met de lancha gingen we terug over de rivier en stapten we over op een ruime bus met veel vrije plaatsen. Onderweg moesten we eruit voor een militaire controle.

Om 16u waren we in hotel Maya Tulipanes in Palenque. De kamers waren nog niet schoongemaakt dus moesten we nog even wachten op onze warme douche. De videocamera hebben we goed droog geblazen met de haardroger zodat die weer in orde was. ’s Avonds is het heel hard beginnen regenen zodat we met de hele groep in het hotel aten.


Dag 25: maandag 2 november

’s Morgens gingen we naar de ruïnes van Palenque. Het was licht bewolkt maar toch was het tamelijk warm.

Aan de ingang stonden Lancadón-indianen met lange witte kleden aan, zij verkochten pijl en boog. Van deze stam zouden nog maar 500 indianen overgebleven zijn.

Palenque is één van de best bewaarde ruïnesteden uit het klassieke Maya tijdperk. Het opmerkelijkste gebouw was de Templo de las Inscripciones. In 1952 werd er een graftombe van een Maya priesterkoning ontdekt. Eerst moesten we langs een 67 treden tellende, heel glibberige trap naar beneden en daar zagen we de sarcofaag. In de andere tempels zoals de Tempel van de Zon, de Tempel van het Kruis en de Tempel van de Graaf waren vele wandreliëfs van Maya priesters en krijgers te zien. Om 10u45 kwamen we met de groep terug samen om een wandeling te maken naar de andere uitgang. Hierbij passeerden we verschillende watervalletjes.

Daarna bezochten we de watervallen van Agua Azul. Deze strekten zich terrasvormig uit in  de rivier. Normaal zou het water hier azuurblauw zijn maar door de veelvuldige regen was het nu eerder bruinachtig. Alles was hier echter overdreven toeristisch.

Op de terugweg stopten we bij de watervallen van Misol-Ha. Deze waterval was veel indrukwekkender. Het water stortte zich met grote kracht naar beneden. Langs de achterkant konden we er onderdoor lopen het geen een paar mensen van de groep dan ook deden. Ze werden kletsnat want het water sloeg helemaal naar binnen.

Rond 17u waren we terug in Palenque. Hier bereikten ons de eerste berichten over de orkaan Mitch. Deze had al heel wat ellende veroorzaakt, er waren veel doden en veel huizen en wegen waren gewoon weggeblazen. Dit was dan ook de oorzaak van het slechte weer dat we tijdens deze reis al hadden!

Nadien wandelden we nog naar de hoofdstraat, er waren veel winkels en restaurants maar verder was er niet veel te zien. Ter gelegenheid van de Día de los Muertos waren de graven op het kerkhof versierd met bloemen en kaarsjes. Hele families nuttigden hun eetmaal op het graf van de overledene. Ze brachten ook een bord mee voor hun overleden familielid zodat het leek of ze samen zouden feestvieren.

Na een cocktail en een grote pizza gingen we terug naar het hotel. ’s Avonds kreeg ik weer krampen en maagpijn.

 

Dag 26: dinsdag 3 november

Om 6u vertrok de bus en na 2u rijden, stopten we aan een eettentje voor het ontbijt. Alle bagage moest binnen in de bus want verderop stond de weg blank (een resultaat van de  orkaan Mitch). Om ongeveer 10u zijn we gestrand want de hele weg stond onder water met een sterke stroming. Een bus was wat te hard door het water gereden en door de stroming was hij van de weg gesukkeld. Een heel spektakel. Omrijden kon niet want dan moesten we helemaal terug naar Palenque. Dus zat er niets anders op dan te wachten. Met vrachtwagens trokken ze de gestrande bus weg en na een uurtje konden we verder. Door dit oponthoud werden de Maya ruïnes in Kabah van het programma geschrapt.

De lunch gebruikten we aan de Golf van Mexico, visfilet opgevuld met garnalen en tomatensaus.

De versnellingen van de bus kraakten al een hele tijd onheilspellend en om 16u15 was het dan zover: ze werkten helemaal niet meer. Er was al snel een politiewagen bij ons want we stonden nog altijd op de weg. Een eindje verder was er een parking met een dranktentje en daar duwden we de bus dan maar naartoe. Alles bij elkaar duurde het nog meer dan twee uur eer de bus hersteld was. Toen was het al donker en moesten we nog twee uur rijden naar Ticul.

Het dorpje Ticul was bekend om zijn fraai aardewerk maar de winkels waren al allemaal dicht. Volgens de brochure was dit de enige plaats waar men zich kon laten vervoeren per fietstaxi maar daar hadden we geen tijd meer voor.

In hotel Plaza namen we nog een douche en kropen we onmiddellijk in bed. Honger hadden we niet aangezien we zo laat geluncht hadden.

 

Dag 27: woensdag 4 november

Tijdens het ontbijt werd er door iedereen gestemd of we nog naar Kabah zouden gaan of niet. Er werd unaniem gestemd om niet meer te gaan en zo vertrokken we rechtstreeks naar Uxmal. Onderweg stopten we eerst voor een korte wandeling door een dorpje met typische ovalen Maya huisjes.

De ruïnes in Uxmal waren de meest barokke ruïnes die we tot dan toe gezien hadden. De gebouwen boden een homogeen architectonisch geheel. Het imposantste gebouw was de Piramide van de Tovenaar. De  vorm was ovaal, net zoals de hutten waarin de autochtone bewoners van Yucatán momenteel nog steeds woonden. De piramide was hoog en steil, op dat moment was het verboden om hem te beklimmen. Ook het Nonnenklooster was indrukwekkend, een vierkant gebouwencomplex met Chac maskers en schitterende mozaïeken.

Na de middag waren we in Mérida, waar we logeerden in hotel Dolores Alba. Mérida was een grote stad met veel industrie eromheen, er woonden bijna 700.000 mensen. De Plaza Mayor was heel druk met veel verkeer. Op zondag echter was het er heel rustig want dan werd het verkeer geweerd. We bezochten het Palacio de Gobierno, gebouwd in 1892, er waren hier ook enkele muurschilderingen. Het rustige Santa Lucia park was een verademing. In een winkeltje kochten we 2 CD’s met mariachi en marimba muziek.

Rond 22u lagen we in bed want de volgende dag zouden we terug om 5u uit bed moeten.


Dag 28: donderdag 5 november

Rond 8u30 waren we in Chichén Itzá, heel vroeg voordat de grote stroom toeristen kwam want Chichén Itzá werd dagelijks bezocht door duizenden mensen. Er waren grote parkeerplaatsen en ontelbare souvenirwinkels. Alles was ontzettend keurig onderhouden en dat gaf een onrealistische indruk, net alsof alles pas gebouwd was.

Er was maar één piramide die men kon  beklimmen n.l. de Piramide van Kukulcán. Deze was aan de basis 55,5 meter groot en had een hoogte van 25 meter. Er waren negen verdiepingen. Uit het aantal traptreden kon men de Maya kalender afleiden, die evenals de onze 365 dagen kende, maar een andere verdeling in maanden had.

Andere hoogtepunten waren De Tempel van de Krijgslieden met zuilen in de vormen van  slangen en daarnaast de Groep van de 1000 Zuilen. El Caracol (de slak) was een klassiek astronomisch observatorium. Het balspeelveld was één van de grootste die ooit werden gevonden. Ook hier mocht de bal niet met de hand of de voet worden aangeraakt; deze  moest met behulp van ellebogen, heupen en hoofd door de holte van een  ronde steen, op zeker 2 meter hoogte worden gespeeld. De wedstrijden hadden veel al een ceremonieel karakter: de verliezers werden geofferd. De Tzompantli oogde heel luguber, het was een muur met gebeeldhouwde schedels ter nagedachtenis aan diegenen die geofferd werden.

De zon scheen en het was heel goed weer. In het begin was het heel rustig maar rond 10 à 11 uur begonnen de toeristen toe te stromen. Er waren heel wat Amerikanen die een houding hadden alsof het allemaal aan hen toebehoorde. Dit was wel anders dan aan het begin van onze reis: de eerste drie weken zagen we niet zoveel andere toeristen en dat was heel aangenaam. Deze laatste week hier in Yucatán was het een beetje massatoerisme en daar houden we niet zo van.

Toen we aan onze reis begonnen, dachten we dat de sites ons na een tijd wel zouden vervelen. Dit was echter helemaal niet het geval. Dit was nu de tiende site en alle sites waren toch anders.

Na de middag reden we naar Playa del Carmen. In hotel Maya Bric was terug een klein zwembad zoals we al gehad hebben in Antigua en Palenque. (Annemiek noemde het altijd een pierebad, wat een terechte uitdrukking was)

Er werd voorgesteld om de volgende avond gezamenlijk te eten, als afscheid. We zouden dan een enveloppe overhandigen aan Annemiek met een persoonlijke fooi van iedereen. Iedereen mocht geven wat hij wilde; het richtbedrag was ongeveer 1 gulden per dag, dus ongeveer 30 gulden per persoon, omgerekend in dollars of pesos.

Playa del Carmen was ooit een rustig dorpje aan de Caraïbische kust maar met het massatoerisme was ook het rustige en  het intieme verdwenen. In de hoofdstraat was de ene souvenirwinkel naast de andere, het ene restaurant naast het andere. In restaurant Big Lobster aten we hele dure kreeft en bij de eindafrekening kwam ook nog eens commissie bij! Alles was hier trouwens veel duurder, een biertje kostte tussen 15 en 20 pesos, dat was heel wat meer dan elders (7 à 10 pesos)

 

Dag 29: vrijdag 6 november

Nu hadden we een dagje rust na een drukke week. Aangezien we geen strandliefhebbers zijn, waren we blij dat we hier maar één dag moesten blijven. Het was heel zonnig weer en  we wandelden heel ver langs het strand. Het water was hier blauw groen van kleur. In de straten was het hier een echte modeshow, iedereen liep te pronken. Guatemala sprak ons dan ook heel wat meer aan dan dit overdreven toeristische gedoe. Veel mensen liepen hier met plastiek polsbandjes in allerlei kleuren. Annemiek legde ons uit dat dit de mensen waren die een all-in vakantie geboekt hadden. Om herkenbaar te zijn in hun hotel moesten ze dit polsbandje de hele vakantie dragen.

Een pakje Marlboro kostte hier 11 pesos, dus ook meer dan in de rest van het land.

’s Avonds hadden we afscheidsdiner met de hele groep; ik nam Filete Stroganoff en Freddy had Filete Cerdo in rode wijnsaus, allebei 99 pesos per persoon. De afscheidsavond was tenslotte maar een flauwe bedoening en om 22u30 lagen we al in bed. Deze dag hadden we ons enorm verveeld.

 

Dag 30: zaterdag 7 november

We hadden niet zo veel zin in een ontbijt en dus wilden we alleen koffie drinken. Dat hadden ze hier niet graag en dat lieten ze dan ook duidelijk merken. Stijfkoppen die we waren, wilden we dan al helemaal niets eten. Er werd hier ook meer Engels dan Spaans gesproken, als we iets vroegen in het Spaans, dan antwoordden ze in het Engels!

De reorganisatie van de bagage viel erg mee. We hadden zodanig veel souvenirs gekocht dat het even aanpassen was maar alles kon nog in de rugzakken.

’s Middags aten we in het restaurant waar we de vorige avond geweest waren. Het was hier heel rustig want iedereen lag aan het strand. De hoofdmaaltijd werd hier ’s avonds genuttigd.

Om 15u kwamen de taxi’s ons halen om ons naar de luchthaven van Cancún te brengen. Eerst namen we afscheid van Annemiek, zij was echt een pracht van een reisbegeleidster. Bij het vertrek stond het wenen me nader dan het lachen.

Op de luchthaven liepen Amerikanen rond met een t-shirt met het opschrift “I survived hurricane Mitch- Cancún”. Die Amerikanen waren echt een ongelooflijk volk; ze waren nog niet eens in de buurt geweest van de orkaan. Ze zagen ook de miserie en de wanhoop niet van de mensen die door de orkaan hun huizen of familieleden verloren waren.

Met Aeromexico vlogen we naar Mexico City waar we om 19u20 aankwamen. Na inchecken bij Air France stegen we op om 21u15 voor een vlucht van 9 uur en 15 minuten.

Toen we om 14u20 in Parijs waren, was het al zondag 8 november. Na nog een laatste vlucht landden we dan uiteindelijk in Schiphol om 17u20.

Al bij al was dit één van onze mooiste reizen: een perfecte organisatie, een goede groep, een pracht van een begeleidster en een prachtige cultuur en natuur.

 

Deze reis was een organisatie van Baobab.