Spanje Andalusië reisverhaal

Reisverhalen en foto's van Freddy en Linda

The world is a book and those who do not travel read only a page

Reisverhaal Andalusië

30 september - 16 oktober 2014


Na jarenlang verre reizen te hebben gemaakt, wordt het nu de tijd om Europa te bezoeken. We kiezen er voor om niet meer in groep te reizen maar alleen, met ons tweetjes en een auto te huren.

Riksja Travel, een Nederlandse organisatie, heeft volgens ons daarvoor het ideale aanbod. We stellen de reis samen met diverse bouwstenen die we kunnen stapelen zoals wijzelf het willen.

Het is de eerste keer dat we op deze manier reizen en daar hebben we ook weer dingen uit geleerd, net zoals we dingen leerden uit onze eerdere verre reizen.

Deze manier van reizen bevalt ons enorm, we gaan en staan waar we willen, wanneer we het willen en hoe we het willen. Geen verplichtingen, puur reizen en genieten!


Dag 1: dinsdag 30 september

We vliegen met Brussels Airlines naar Málaga.

Op weg naar de luchthaven van Zaventem is er terug een gigantische file zoals altijd in dit land. Gelukkig hebben we vluchthavenvervoer want anders zit je al vol stress om toch maar op tijd te komen.

Aangezien we zo laat arriveren in Zaventem moeten we daar ook niet te lang meer wachten. Gelukkig maar want de drankjes en broodjes zijn hier gigantisch duur.

Ook de security check stelt niet veel voor in vergelijking met de verre bestemmingen die we vroeger bezochten. Of misschien zijn ze op Zaventem heel wat soepeler?

De vlucht vertrekt met een kwartier vertraging, dit is al een minpunt in vergelijking met Ryanair want die vertrekken altijd stipt op tijd, soms is het verwonderlijk hoeveel tijd sommige mensen nodig hebben om hun handbagage in de boxen bovenaan te steken en daarna hun plaats in te nemen. Als ze dan pas zitten, beseffen ze dat ze toch nog iets nodig hebben uit hun handbagage. Dus terug oponthoud want niemand kan nog passeren in de smalle vliegtuiggang.

Na twee en een half uur landen we in Málaga. Na het afhalen van onze bagage gaan we naar het afhaalpunt van onze huurauto. We hebben nog geluk ook want voor de prijs die we betaalden voor een Opel Corsa categorie a krijgen we een Renault Megane cat d.

Van Riksja Travel hebben we een routebeschrijving naar het eerste hotel, de Cortijo del Arte in Pizarra. We hebben ook onze GPS mee. Op zeker moment stuurt onze GPS ons het centrum van Pizarra binnen, een wirwar van smalle en steile straatjes. We beseffen dat we niet in het centrum moeten zijn want het hotel ligt er een eind buiten, het probleem is dat we altijd maar rondjes draaien in die straatjes. Uiteindelijk komen we toch op de goede weg en vinden kort daarna onze bestemming. Het hotel was in vroegere tijden een oude koeienboerderij en is verbouwd tot een origineel en gezellig hotel. Het ligt in een schitterende omgeving, heeft een fantastische patio, zwembad, bar en een goed restaurant.

Als welkomsdrink krijgen we al direct een Alhambra bier, het lokale bier dat wel lekker is.

We krijgen een uitgebreide routebeschrijving naar alle hotels op onze route van deze reis. ' s Avonds is er typisch tapasdiner, inbegrepen in ons arrangement van dit hotel. Freddy heeft zijn twijfels of dit wel genoeg zal zijn als avondeten want zoveel hebben we vandaag nog niet gehad.

Wel, het tapasmenu is gigantisch, we krijgen het gewoon niet op. Er komen een aantal verschillende soorten tapas plus een fles rode Spaanse wijn. Het feit dat we ' s avonds laat nog buiten op het terras tussen de palmbomen kunnen zitten, maakt het helemaal af.

Aan de tafel naast ons zit een koppel uit Hoegaarden waarmee we in gesprek geraken en daardoor belanden we ook vrij laat in bed.


Dag 2: woensdag 1 oktober

De wekker loopt af om 7u en om 8u zitten we aan het ontbijt, ja, op het terras, heerlijk vakantiegevoel!

Rond 9u rijden we de parking af richting Granada. We rijden door het binnenland, langs Campillos en Ardales, daar gaan we de grote weg af op zoek naar de stuwmeren van El Chorro/Pantano de Guadalhorce. We zien wel het dorpje Andales, witte huisjes tegen een berg aangebouwd met op de top de ruïnes van een Moors fort maar de stuwmeren vinden we niet. In Spanje is het niet zo eenvoudig om de juiste weg te vinden en ook de GPS laat het soms afweten maar dat wisten we van tevoren daarom dat we ook een routebeschrijving kregen van de reisorganisatie maar toch....

Dus maar verder op weg naar Cájar, een dorpje niet ver buiten Granada. Onderweg drinken we koffie in één van de vele "ventas" langs de weg, eet- en drinkgelegenheden die 24u per dag geopend zijn.

Onderweg zien we uitgestrekte landschappen met olijfbomen, zover we kunnen kijken, zien we enkel olijfbomen, massa's zelfs.

Rond de middag arriveren we in hotel La Garapa in Cájar, een verbouwde boerderij met typisch Andalusische inrichting met spectaculair uitzicht op de Sierra Nevada. Het hotel ligt weerom in een rustige omgeving.

We checken in en rijden met de taxi naar het centrum. Granada is een grote stad, druk, veel verkeer en we zijn al blij dat we hier niet zelf met de auto moeten rijden.

Rond de wijk met de kathedraal, de Capilla Real en het Palacio de la Madraza wemelt het van de toeristen, er zijn ontelbare souvenirwinkeltjes en het is er een gigantische drukte.

Aan de kathedraal stappen we op de hop on hop off bus, een toeristische dubbeldekkers bus met open dak die een route aandoet met bepaalde stopplaatsen waar je telkens in en uit kan stappen. Bepaalde plaatsen zoals het wereldbekende Spaanse warenhuis El Corte Inglès interesseren ons niet. We zijn niet naar Andalusië gekomen om te shoppen en dus blijven we op de bus zitten. Het Alhambra is voor morgen maar we stappen wel uit bij een aantal andere plaatsen.

Tussendoor gaan we een toast eten met ham en kaas, vergezeld van een Alhambra bier en dat kost ons alles samen 4,40 euro. Geen geld toch?

Heel interessant is het monasterio de San Jerónimo, een klooster uit de 16e eeuw met mooie fresco's, monumenten en altaren. De kerk is een pareltje, fenomenaal en meer dan een bezoek waard.

Ook de Plaza de Toros is een topper, de stierenarena waar beroemde toreadors eeuwige roem vergaarden. De rondleiding met audiogids is compleet, we komen overal, ook in de kapel waar de toreadors bidden voor het gevecht plaatsvindt, zelfs in de operatiezaal die klaar staat voor als het gevecht mis zou gaan en de toreador ernstig verwond zou zijn. We staan boven op de roosters van de hokken waar de stieren wachten tot het gevecht zal plaats vinden. Daarna komen we in de arena zelf, niet dat we ons nu al een toreador wanen maar je kan je voorstellen hoe het voelt als de ogen van een massa mensen op je gericht is. We lopen op het binnenplein waar de dode stier naar toe gesleept wordt na het verloren gevecht. De winnende toreador krijgt de staart en de oren van de stier.

Aan de buitenkant van de arena zijn de onderste verdiepingen ingenomen door bars en restaurants dus drinken we een koel biertje. Daarna nemen we een taxi terug naar het hotel. We eten daar in het restaurant een te grote entrecote die we niet helemaal op krijgen.


Dag 3: donderdag 2 oktober

Vandaag staat het bezoek aan het Alhambra op de agenda. Volgens onze informatie zou dit zeker een hoogtepunt van deze reis moeten zijn.

We hebben tickets gereserveerd voor de namiddag dus slapen we tot iets vóór 9u en gaan daarna ontbijten. Rond 11u laten we een taxi naar het hotel komen die ons naar het Alhambra brengt. Kwestie van organisatie daar vinden we het een beetje een chaos. Aangezien Freddy een reservering heeft voor 65 plus kunnen we onze tickets niet afhalen aan de automatische kassa' s dus gaan we in de rij staan. Het schiet wel goed op en op korte tijd hebben we ons echte ticket in handen.

We zouden pas om 14u binnen kunnen maar we moeten om dat uur ook de paleizen binnen gaan dus vraag ik in mijn beste Spaans hoe het nu eigenlijk in zijn werk gaat. Volgens de uitleg kunnen we 15 minuten vóór tijd het complex binnen.

We gaan dus maar iets drinken in het straatje naast het Alhambra waar alle bars, restaurants en winkeltjes zijn. In één van de winkeltjes kopen we een petje want het is  hier toch warmer dan we verwacht hebben, daarom hebben we ons eigen petje ook thuis gelaten en daar hebben we nu spijt van. Maar ja, zo hebben we al een leuk souvenir.

We maken dat we op tijd aan de inkom terug zijn, daar staan al mensen te schuiven en aan te dringen terwijl ze een kaart voor de paleizen hebben met het tijdstip van 19u!

We willen ook wel op tijd zijn en zo staan we algauw op de eerste rij en betreden ook als eersten van de namiddagshift het complex. Exact kwart voor twee wordt ons ticket gescand. We lopen naar de ingang van het Nasrid paleis en gaan in de rij staan. Ook daar staan mensen te schuiven die pas een half uur en zelfs een uur later binnen kunnen, die worden dan ook uit de rij gehaald.

Het koninklijk paleis of de Palacios Nazaríes is van een ongekende schoonheid en werkelijk een hoogtepunt. De binnenmuren staan vol versieringen en zijn gegraveerd met inscripties uit de Koran. Het interieur is werkelijk geraffineerd. Elke zaal en elke patio zijn een pareltje.

Het Alcazaba staat in schril contrast met het koninklijk paleis. Wat het paleis aan verfijning en elegantie inhoudt, is het Alcazaba echt een Moorse burcht, vol kracht. Vanaf de wachttoren hebben we een schitterend zicht op het immens grote Granada.

De Generalife is een tuin vol schaduw, fonteintjes, weelderig bloeiende bloemen en wandelpaden. Rustig is het er niet want daarvoor loopt er teveel volk rond. We bezoeken het zomerpaleis van de Nasridische vorsten, niet zo mooi als het Nasrid paleis maar toch de moeite waard.

Het Alhambra staat op de UNESCO Werelderfgoedlijst en we begrijpen heel goed waarom het zoveel bezoekers aantrekt. Het is iets wat je moet gezien hebben, zeker weten.

In eerste instantie hadden we twijfels over onze keuze van 14u als ingangstijd voor de paleizen maar achteraf blijkt dat een goede keuze want in de namiddag staat er een gigantische rij wachtenden.

Er worden ook ingangskaarten verkocht enkel voor het Alcazaba en het Generalife, zonder ingang voor het Nasrid paleis en dat begrijpen we niet goed want dit paleis is echt het hoogtepunt en zonder het paleis is het bezoek niet eens de helft waard.

Als we terug willen lopen naar de uitgang begint het te regenen, gelukkig hebben we twee kleine parapluutjes in de rugzak. We nemen een taxi naar het hotel en een half uurtje later begint het te onweren, donder, bliksem en hagel. Vanuit onze kamer zien we de bergen van de Sierra Nevada al helemaal niet meer.


Dag 4: vrijdag 3 oktober

Rond half negen gaan we ontbijten en daarna rijden we richting Iznájar. Een eind voor we Iznájar bereiken, zien we al uit de verte het grote stuwmeer. Dit levert prachtige panorama's op, tevens omdat we ook zicht hebben op de glooiende heuvels vol olijfbomen. Dit is echt dé olijven route van Andalusië.

Langs de brug die het stuwmeer als het ware in tweeën deelt, rijden we Iznájar binnen. Daarvoor moeten we met de auto eerst een flinke klim maken want het dorpje ligt in de hoogte en kijkt uit over het meer. Het is één van die spectaculaire witte dorpjes met ultra smalle straten en witte huisjes. Oude mannen en vrouwen slaan een praatje of zitten op het terras van een kleine bar te genieten van een drankje. Niets is gehaast. De typisch zuiderse sfeer. Heerlijk!

Ik loop de straatjes in tot helemaal boven, wat al een heus klimmetje is, tot aan de kapel en het fort maar beide zijn dicht. Het is een doolhof waar je al vlug zou verdwalen. Dus loop ik terug naar beneden waar Freddy wacht bij de auto.

We rijden verder naar Rute, het centrum van de anijs. Er is een anijsmuseum waar je de anijslikeuren kan proeven. De bodega die we willen bezoeken is, hoe raad je het?, ja gesloten.

Dus maar weer verder, nu richting Lucena waar zich op een hoogte van 900 meter het klooster bevindt van Nostra Seniore de Virgin de Arceli. Eerst zien we wegwijzers naar het klooster maar op zeker ogenblik houden die op en we vinden het niet.

Het is echt niet zo gemakkelijk rijden in Andalusië, de GPS laat het vaak afweten maar dat is normaal hier in deze streek. Het duurt dan een tijdje vooraleer die weer weet waar we zijn en dan is het improviseren.

We rijden dus maar naar het hotel Haciënda Minerva dat ongeveer 3 km buiten Zuheros ligt. Het wegeltje ernaartoe is niet meer dan een breed geitenpad tussen de olijfbomen, juist breed genoeg voor een auto. We vragen ons af wat er gebeurt als er een tegenligger komt.

Het hotel zelf is fenomenaal, een verbouwde boerderij met bogen, trappen, kleine patio's, fonteintjes en bloemen, een waar doolhof maar wondermooi, zeker door de speciale omgeving. We lunchen hier en gaan dan het hotel verkennen. We hebben al veel gereisd maar nooit waren we in een hotel als dit.

Deze namiddag doen we rustig aan, beetje relaxen mag wel. Het waren al drukke dagen en er komt nog zoveel meer.

Voor vanavond hebben we gereserveerd in het restaurant van het hotel dat zich bevindt in de voormalige schuur van de boerderij. Hier worden lokale gerechten geserveerd en het eten is ook heel erg lekker.


Dag 5: zaterdag 4 oktober

Deze morgen hebben we een afspraak in Montilla in een bedrijf waar ze olijfolie maken. Dus moeten we vroeg uit bed en rond 8u45 zijn we al de weg op. Het is ongeveer 40 minuten rijden naar de olijfmolen maar we kennen ondertussen de werking van de GPS hier en onze afspraak is om 10u.

We presteren het om toch verkeerd te rijden. Op zeker moment staan we in de Calle Nueva Carteya, een onooglijk straatje waar geen olijfmolen te bekennen is. Ik vraag de weg aan een vrouw die me heel geduldig en traag de juiste weg uitlegt. Het blijkt dat er hier een verschil is tussen een Calle en een Carretera. We moeten dus de Carretera Nueva Carteya hebben, daarvoor moeten we eerst terug beneden geraken (ja, ook Montilla ligt weer in de hoogte), er zijn verschillende straatjes met éénrichtingsverkeer, dan moeten we wat verder een brug over, dan een drietal kilometer de weg volgen en daar op de linkerkant is de Molino de aceite Juan Colin.

Ik ben op dit moment heel gelukkig met de twee jaar avondschool Spaans die we gevolgd hebben!

Aan de molen staat de gids ons al op te wachten, gelukkig zijn we deze morgen zo vroeg vertrokken en zijn we maar 5 minuten te laat.

Van het jonge meisje krijgen we een ganse uitleg over de olijfbomen, het groeien van de olijven, de oogst en de verwerking tot olijfolie. Alles van de olijf, van de schil tot de pit wordt gebruikt voor ofwel olie, cosmetica, verwarming etc. We bekijken de machines die gebruikt worden bij het proces, zien de machines van veel vroegere tijden en krijgen ook nog een video te zien waar alles getoond wordt zoals het werkelijk gebeurt zodat we ons ook daarvan een voorstelling kunnen geven.

Daarna kunnen we twee soorten olijfolie proeven, hier is dat het standaard ontbijt, ze gieten een beetje olijfolie op een stuk brood en dat is wel heel lekker.

We kopen twee flesjes voor thuis, hebben we ook daar nog een beetje het vakantie gevoel.

Na het bezoek rijden we naar Córdoba. Als we de stad binnen rijden, rijden we (hoe kan het anders!) verkeerd. We missen de afslag voor de betalende parkings van het historische centrum en dus draaien we ons ergens waar het in feite niet mag maar ja. Córdoba is gelukkig niet zo een grote stad en minder druk dan Granada. We staan algauw aan de parking niet ver van de Mezquita. Die is volzet maar we blijven wachten, we zijn de derde in rij. Lang moeten we niet wachten, elke keer een auto de parking verlaat, mag er een andere binnen en na een kwartier kunnen we al naar binnen rijden en zegt men ons waar de vrije plaats is, voor ons was dat een verdieping lager op nummer 36, helemaal geen slecht systeem, zo moet je niet gaan zoeken.

Eerst gaan we iets drinken op een terras, zalig met dit warme weer want het is al rond de dertig graden. Daarna gaan we de Mezquita bezoeken, oorspronkelijk een moskee, nu een kathedraal met de rode bogen als grootste kenmerk. We lopen er een tijdje binnen en vinden het geheel wel indrukwekkend. Langs de andere kant lopen we weer naar buiten en komen in de toeristische straatjes achter de Mezquita terecht, een mix van souvenirwinkeltjes, tapasbars, ijsjesbars, restaurants en honderden toeristen. Aan zoiets hebben we een hekel dus gaan we maar eerst wat tapas eten om later naar het Alcazar te gaan.

In een tapasbar met 101 verschillende tapas bestellen we een aantal dingen, het is de eerste keer dat we dat doen en hebben geen flauw idee wat ze bedoelen met een tapa en wat dus de hoeveelheid is. We krijgen een hele schaal met verschillende tapas en dat is echt wel te veel. We krijgen het gewoon niet op en hebben dus vandaag wel degelijk iets geleerd n.l. volgende keer wat minder bestellen!

We lopen naar het Alcázar de los Reyes, het fort van de katholieke koningen, gebouwd in 1328. Binnenin bevinden zich prachtige Romeinse mozaïeken en vanaf de belvedère in de toren is er een fantastisch uitzicht over de stad en de rivier Guadalquivir. De tuinen zijn een pareltje, fraai aangelegd met prieeltjes, fonteinen, kleurrijke bloemen, schaduwrijke plekken, mooie palmbomen en standbeelden van de katholieke vorsten.

In de vroege avond rijden we terug naar het hotel in Zuheros. En weer verwonderen we ons hoe rustig het is op de wegen buiten de centra.

's Avonds genieten we van een goede fles rode wijn die we onderweg kochten in een benzinestation, heel wat goedkoper dan bij de wijnhandelaar in de toeristische straatjes in Córdoba.


Dag 6: zondag 5 oktober

Vandaag gaan we laat ontbijten want we willen er een rustige dag van maken. Rond elf uur verlaten we het hotel en rijden richting Sevilla. Het is een rit van ongeveer 170 km en onderweg stoppen we aan een area de servicios om iets te drinken.

Op onze weg richting Sevilla zien we het oogsten van de olijven. Met een machine waarop een tang bevestigd is, nemen ze de stam van de boom vast en gaan die schudden. Onderaan de boom is een net en daar vallen de olijven in. Het is hetzelfde systeem dat ons gisteren uitgelegd is aan de molen.

We zien ook het landschap veranderen, de glooiende heuvels verdwijnen en alles wordt vlak, zover we kunnen kijken is er geen heuvel meer te zien. Alles is ook heel dor en droog want de streek van Sevilla is de warmste van heel Andalusië.

Rond half twee arriveren we aan de Haciënda de Oran, terug een verbouwde boerderij dat op een immens groot domein ligt. We komen er niet zomaar in, het domein is beveiligd, de poort is dicht en we moeten ons aanmelden. Na de poort moeten we nog een paar honderd meters rijden om aan de ingang van het hotel te komen.

We drinken iets aan een tafeltje in de tuin in de schaduw, het is inmiddels 33 graden!

Daarna rijden we naar Los Palacios waar verschillende mogelijkheden zijn om iets te eten. We hebben geen zin in tapas en stappen een restaurant binnen dat afgeladen vol zit met Spaanse families, het is immers zondag vandaag en uitgaansdag. Iedereen zit in zijn beste kledij aan de dis, kleine kinderen hebben hun beste pakje aan, hier is zondag nog echt familiedag. Het eten is hier echt subliem lekker èn goedkoop ook nog.

Op de terugweg rijden we weer verkeerd, leren we het dan nooit?

Als we op onze kamer terug komen, zit er een gekko op de muur, nuttige beesten want ze eten de vliegen en het ongedierte op. Ik had er geen flauw idee van dat er ook hier gekko's leefden.

In het hotel maken we er een luilekkere avond van, voorbereidingen voor morgen want Sevilla binnen rijden met de auto en daar parking zoeken is niet evident. Een taxi vanaf hier kost ongeveer 45 euro dus dat is teveel, we zitten immers nog 30 km van de stad af. De eigenaar van het hotel helpt ons om de weg uit te stippelen, hopelijk gaat het morgen zo vlot als hij het uitlegt. We bestellen twee biertjes en men brengt ons een grote fles van 1,1 liter. Ja zo hebben we alvast bier voldoende om het een tijdje vol te houden!

Zo drinken we ons moed in om morgen vlot naar en door Sevilla te rijden!


Dag 7: maandag 6 oktober

Gisterenavond vroeg de eigenaar ons nog wanneer we wilden ontbijten, normaal begint het ontbijt pas om half tien tot twaalf maar omdat er te weinig gasten zijn op dit moment (het is winterseizoen hier!, ja winter met 33 graden) kunnen we kiezen.

We ontbijten dus om 9u en rijden daarna naar Sevilla. De eigenaar van het hotel heeft ons heel goed de weg uitgelegd en we rijden zomaar de juiste parking binnen, het kan niet beter.

We nemen onmiddellijk de hop on hop off bus aan de Torre del Oro. De eerste stop waar we afstappen is de Plaza de España, een gigantisch gebouw in boogvorm en verschillende stijlen met mooie keramiektegels en 4 bruggen. Er zijn 48 panelen die de Spaanse provincies weergeven. Het plein werd ontworpen ter ere van de expo.

Dan bezoeken we de wijk Triana aan de overkant van de Rio Guadalquivir, de vroegere zigeuner wijk waar nu nog veel artiesten wonen. We lopen in de Calle San Jacinto waar veel kleine bars zijn en op het einde van de straat komen we op de Puente De Triana. Het is tijd om iets te drinken en we moeten toegeven dat de sangria toch veel lekkerder smaakt dan bij ons. Of speelt het vakantie gevoel mee?

We nemen terug de bus naar de wijk Macarena, een familiale wijk waar het kerkelijke en familiale leven centraal staat. We zien de restanten van de vroegere stadsmuren. De basiliek met het levensgrote Mariabeeld dat met Semana Santos door de straten wordt gedragen, is helaas dicht.

Deze hop on hop off bus is een stuk beter dan deze in Granada. Er is meer uitleg over de bezienswaardigheden en gebouwen die we passeren, in verschillende talen, een echte aanrader! We komen op plaatsen die te ver weg zijn om alles te voet te doen.

Volgende stop waar we afstappen is de Plaza del Duque. Het is ondertussen bijna half drie in de middag en de honger begint te knagen. We eten een lekkere en super grote pizza in een Italiaans restaurant in een zijstraatje van het plein.

Na het eten willen we te voet naar de kathedraal lopen maar we lopen verkeerd. Dus niet alleen met de auto rijden we verkeerd, ook te voet gaat het mis. Dus nemen we op de Plaza del Duque terug de bus naar de Torre del Oro, daar lopen we richting Real Alcazar en waar komen we terecht, niet in het Alcazar, neen, wel in de Antigua Fábrica de Tabascos, de oude tabaksfabriek, een enorm gebouw dat nu onderdeel is van de universiteit. Als we eindelijk aan de kathedraal en het Real Alcazar komen, zijn die dicht dus dat bezoek zal voor morgen zijn.

We lopen nog wat rondjes in de Barrio Santa Cruz, een romantische wijk met smalle en bochtige straatjes, witte huizen met bloeiende bloemen op het balkon. Aan vele vensters zijn er ijzeren tralies en vele huizen hebben een patio dat je kan bewonderen door het smeedijzeren rooster in de poort.

's Avonds rijden we terug naar het hotel. Wat deze morgen heel simpel leek, lijkt in het schemerdonker al iets moeilijker maar we raken heelhuids in het hotel en bij een grote fles Cruzcampo bier kijken we terug op een geslaagde dag.


Dag 8: dinsdag 7 oktober

We ontbijten rond 9u en rijden daarna terug naar Sevilla, we hebben geen problemen en rijden terug de juiste parking binnen die gelegen is aan de Torre del Oro.

We wandelen naar het Real Alcazar waar al een hele rij mensen staan te wachten. Een gedeelte van de tuinen zijn niet te bezichtigen omdat ze daar een film aan het draaien zijn. De entree bedraagt 9,50 euro maar omdat Freddy gepensioneerd is, krijgt hij vermindering, hij betaalt 2 euro. Het complex bestaat uit verschillende patio's, salons, paleizen en woonvertrekken. De verschillende zalen zijn de moeite waard om te bezichtigen en vormen een mix van Arabische en christelijke cultuur. De tuinen vormen een oase van rust middenin een drukke stad.

Aan de achterzijde van de kathedraal gaan we op een terras iets drinken, de sangria kost er tien euro, dik betaald vinden we toch.

Ook aan de kathedraal staat een lange rij mensen te schuiven, ook hier krijgt Freddy weer 4 euro korting als gepensioneerde, op die manier krijgen we de dure sangria nog terug betaald. Oorspronkelijk was dit de Grote Moskee maar in de 15e eeuw werd de moskee vervangen door een christelijk bouwwerk en het werd uiteindelijk een indrukwekkende kathedraal. Van de moskee is enkel nog de Patio de los Naranjos en de Giraldatoren over. Vanaf deze toren krijg je een schitterend zicht op de stad. De kathedraal zelf is imposant en ook in de schatkamer zien we diverse waardevolle dingen in zilver en puur goud.

Als we de kathedraal buiten komen is het alweer 33 graden en bloedheet in de zon.

Ondertussen is het al twee uur in de namiddag en we gaan een broodje eten. Als de rekening komt, schrikken we ons te pletter, voor twee broodjes met seranno ham en twee glazen wijn betalen we maar liefst 31 euro. Deze broodjes kosten ons meer dan de ultra grote pizza bij de Italiaan gisteren!

We wandelen naar de Plaza de Toros de la Maestranza, volgens kenners de beroemdste en mooiste arena ter wereld. Van buiten ziet hij er in elk geval formidabel mooi uit. We betalen 7 euro entree voor een volwassene en 4 euro voor een gepensioneerde. Voorbij de kassa blijkt dat het een begeleide rondgang is. De gids doet de uitleg eerst in Spaans en dan Engels. We komen eventjes in de arena en lopen daarna naar het museum, niemand mag de groep verlaten, men mag niet filmen of fotograferen met flits en al zeker geen foto's nemen van de gids zelf. Beelden of voorwerpen mogen niet aangeraakt worden. We krijgen het algauw op onze heupen, we zijn hier niet gekomen voor haar uitleg maar om de arena te zien. Na het museum krijgen we nog de kapel te zien waar de toreadors bidden vóór het gevecht en dat is het. Na een dik half uur staan we weer op straat. Dit is echt alweer geldklopperij, hoe zuig ik een toerist het beste en meeste uit? Dan was de arena in Granada van een ander niveau en veel interessanter dan dit bekakt gedoe hier in Sevilla.

Daarna stappen we terug op de hop on hop off bus en gaan het Pabelíon Navegacíon bekijken dat aan de andere kant van de rivier ligt. De entree is gratis door ons ticket van de bus. De tentoonstelling die opgericht werd ter gelegenheid van Expo '92 geeft de geschiedenis weer van de scheepvaart door de eeuwen heen. Het is een beetje tijdverdrijf en het gebouw heeft airco wat mooi meegenomen is in deze hitte.

Hierna stappen we terug op de bus en rijden mee tot het begin/eindpunt de Torro del Oro waar we de auto nemen om terug naar het hotel te rijden. Dit gaat helemaal goed zonder één keertje verkeerd te rijden. Blijkbaar zijn in het hotel slechts twee kamers bezet en als we een grote fles bier bestellen, krijgen we een bordje met kaas en salami als extraatje.


Dag 9: woensdag 8 oktober

Na het ontbijt rijden we richting Montejaque. Het eerste deel van de rit is het landschap nog erg vlak met een bijna zwart gekleurde grond die droog is en blijkbaar niet echt vruchtbaar. Hier zien we geen olijfbomen dus de grond zal hier niet geschikt voor zijn.

Naarmate we meer richting Ronda rijden, zien we het landschap veranderen. We komen in de Sierra Montellano en hier beginnen terug de glooiende heuvels. Er is terug meer begroeiing, allerlei bomen en struiken maar geen olijfbomen. Voorbij Algodonales zien we hoge bergen met daartussen het stuwmeer van Zahara, het levert spectaculaire vergezichten op maar spijtig genoeg kunnen we nergens stoppen om foto's te nemen. Op de achtergrond zien we het witte dorpje Zahara de la Sierra liggen. Op de top van de heuvel waartegen het dorp aanleunt, zien we de restanten van een Moors kasteel uit de 12e eeuw.

De smalle weg die naar het dorp Montejaque leidt, levert fantastische beelden op van een afwisselend landschap met indrukwekkende kalkstenen rotsformaties. Montejaque is een typisch wit dorp met smalle straatjes. We parkeren onze auto aan het begin van het dorp aangezien er in het centrum niet mag geparkeerd worden. De receptie van Casas de Montejaque bevindt zich in een smal straatje dat we niet onmiddellijk vinden maar we worden vriendelijk de weg getoond door een paar oude vrouwtjes.

De huisjes liggen rond een zwembad middenin het dorpje. We kunnen kiezen tussen een huisje met terras maar zonder keuken ofwel een huisje met keuken maar zonder terras. Ja, dan is de keuze snel gemaakt want ik ga hier echt niet staan koken dus wordt het een huisje met terras. De huisjes binnenin zijn erg ruim met alles op en aan. Ze zijn uitgehouwen in de rotsen evenals het terras. Formidabele locatie, zou ik zeggen.

In de supermarkt haal ik dranken en chips, in het huisje is alles aanwezig van ijskast tot borden en glazen. Het ontbijt moeten we zelf maken maar aangezien we nooit ontbijten (behalve op reis als het inbegrepen is) zal het 's morgens bij een kop koffie blijven.

Op ons terras(je) drinken we een bier en lopen daarna naar de Plaza de la Constitucíon, het dorpsplein dat heel compact is maar wel fotogeniek. We zien er het

gemeentehuis en de fonkelende witte kerk. De witte kerktoren met de bergen op de achtergrond is weer een foto waard.

In een klein dorscafeetje waar ook de lokale bevolking een tapa komt eten, stappen we binnen en eten calamares en hamburguesa, allebei lekker en totaal anders dan bij ons.

Na deze kleine maaltijd genieten we van de siësta zoals alle Spanjaarden hier doen. Er is wel een klein verschil, onze siësta blijft maar duren en de hele verdere dag doen we niets meer dan luieren. ' s Avonds als de zon ondergaat, wordt het hier wel fris want we zitten dan ook op 687 meter hoogte. En je gelooft het of niet, we zetten de verwarming aan in onze kamer, het verschil met de 33 graden van gisteren in Sevilla is enorm.


Dag 10: donderdag 9 oktober

Slecht geslapen op een slechte matras, je kan niet alles hebben natuurlijk.

We maken een paar nescafé's, gemakkelijk, alles is voorhanden, waterkoker, koffiezet, tassen, we hebben geen klagen.

Daarna rijden we naar Ronda, amper een half uurtje rijden en dank zij de routebeschrijving in ons pakket van de reisorganisatie vinden we gemakkelijk de betalende parking dicht tegen het oude centum. Ronda is een romantische stad die op een 165m hoog, loodrecht rotsplateau ligt dat door de Rio Guedelevín in tweeën wordt gedeeld.

Als we uit de parking komen volgen we een autovrije straat vol winkels en café's.

Halverwege de straat komen we aan het Plaza del Socorro met diverse terrasjes en de Iglesia del Socorro.

Aan het einde van deze straat zien we de Plaza de Toros waar we linksaf gaan naar de Puente Nuevo, de wereldberoemde brug en een pareltje van 18e eeuwse bouwkunst. Zo'n 130m diep kan je afdalen en een wandeling maken in de kloof.

We lopen een rondje in de oude stad die heel veel charme tentoonspreidt. We bezoeken het Casa Don Bosco, een herenhuis waar we in de tuinen een fabelachtig uitzicht hebben over de vallei. Op de Plaza María Auxiliadora lopen we het steile weggetje naar beneden van waar we weer een ander uitzicht hebben over de brug. Het naar boven lopen gaat iets langzamer want het is toch wel erg steil op sommige stukken.

Op het plein in restaurante El Campillo gaan we op het terras iets eten, Freddy houdt het bij de bekende Filete de pollo (kipfilet) maar ik wil de Rabo de Toro (de staart van de stier) proeven, dit is in deze streken een specialiteit dus dat kan ik niet laten voorbij gaan. Achteraf heb ik er geen spijt van want het is heel lekker.

We bezoeken het Palacio Mondragón, het belangrijkste paleis in Ronda, daterend uit de 14e eeuw. Er zijn drie patio's met mooie mozaïeken en houten plafonds. Vanaf het binnenhof hebben we een spectaculair uitzicht over de vallei.

In het centrum staat de kathedraal van Santa María La Mayor, oorspronkelijk een moskee maar nu een mix van verschillende stijlen. Het is een waar pareltje, prachtig zelfs.

Als we langs een andere weg terug naar de brug lopen, komen we de Minarete de San Sebastian tegen. De minaret was in de 14e eeuw onderdeel van een moskee maar later werd dit een kerk. Ook deze raakte in verval en het enige overblijfsel nu is de minaret.

We brengen ook nog een bezoek aan de Plaza de Toros, de oudste, meest aanbeden arena voor stierenvechten in Spanje. Ook hier kunnen we net zoals in Granada vrij rondlopen, zelfs in het museum, terug heel wat beter geregeld dan in Sevilla.

Na dit bezoek rijden we terug naar Montejaque, we beginnen het te leren want ook nu weer komen we zonder verdere problemen op de juiste plaats aan. Wat we hier in Spanje al gezien hebben, is dat de Spaanse chauffeurs heel gedisciplineerd zijn in het verkeer. Overal wordt netjes voorrang verleend en aan de zebrapaden wordt altijd gestopt, zonder uitzondering.


Dag 11: vrijdag 10 oktober

Rond 10u verlaten we het hotel en rijden richting Arcos de la Frontera. We gaan niet rechtstreeks naar het hotel maar rijden eerst door naar Jerez de la Frontera waar we een afspraak hebben in een bodega om sherry te proeven.

Vannacht heeft het blijkbaar geregend want alles is nat. Er hangen veel wolken en we vrezen het ergste voor het weer gedurende de verdere dag.

Voorbij Algodonales wordt het landschap terug vlakker en we zien verschillende katoenvelden langs de kant van de weg. De lucht wordt alsmaar donkerder en het begint toch weer te regenen.

In hotel restaurante La Cueva gaan we koffie drinken en een tapa eten, het hotel ligt naast het snelheidscircuit van Jerez en we horen de brullende motoren. Naarmate we dichter bij Jerez de la Frontera komen, valt de regen met bakken uit de lucht. In de stad zelf gaan we een tijdje aan de kant van de weg staan want we zien geen meter voor ons. Stilaan vermindert de regen en wanneer we bij Bodega Tradicíon komen, zijn we te vroeg want de rondleiding begint pas om 13u.

Deze bodega is speciaal en exclusief en focust alleen op sherry wijnen van meer dan 20 en 30 jaar oud. Ze hebben zelf geen wijngaarden maar kopen de druiven aan. Sherry wordt enkel gemaakt van witte druiven. De kelders herbergen 1200 vaten van 500 liter elk, de zalen worden de kathedralen van de wijn genoemd omdat ze zo hoog zijn.

Daarna worden we rondgeleid door een kunstgalerij met schilderijen van beroemde Spaanse schilders. We snappen niet echt wat dit te maken heeft met sherry want er wordt meer uitleg gegeven over de schilderwerken dan over de sherry. Blijkbaar hebben de eigenaars hun geld belegd in kunst en zijn ze daar uitermate fier op zodat ze alle bezoekers er willen van laten genieten.

Dan volgt de proeverij, in volgorde mogen we volgende sherry's proeven: de Amontillado, de Oloroso, de Palo Cortado, de Cream Sherry en als afsluiter de Brandy.

De eerste drie zijn droge sherry's, de vierde is een mierzoete sherry die echt veel te zoet is maar dat is natuurlijk smaak en daar kan je niet over oordelen.

De prijzen die gevraagd worden voor een fles zijn eveneens meer dan speciaal en exclusief, voor een fles Palo Cortado, de sherry die ikzelf het lekkerst vind, vragen ze maar liefst 63 euro. We laten de exclusieve sherry waar ze is en rijden naar ons hotel Haciënda El Santiscal in de omgeving van Arcos de la Frontera.

Het is terug een charme hotel gevestigd in een omgebouwd 15e eeuws landhuis, er is een patio, tuin, zwembad, salon, kortom weer alles op en aan. We drinken een Cruzcampo biertje dat ons veel beter smaakt dan de exclusieve sherry van de bodega.

We besluiten om in het hotel te eten, dit moeten we op voorhand bestellen want blijkbaar hebben ze of een kleine keuken, of we zitten echt buiten het seizoen, of iedereen eet buiten de deur.

Als we om half acht het restaurant binnen komen, zien we dat er 1 tafel gedekt is dus we zijn de enigen die hier dineren. De locatie is wel schitterend, we zitten in de veranda met uitzicht over het zwembad en de weidse omgeving daarachter. We bestellen een fles wijn van de kaart maar die hebben ze niet en dus willen ze ons de duurste fles aanbevelen. We zeggen dat we die te duur vinden en dan bestellen we maar de vino de la casa. Het menu dat bestaat uit een soepje, hoofdgerecht en dessert komt er in sneltempo aan en een goed half uur later is alles op. Onze fles wijn is nog niet half leeg en dus nemen we ze mee naar de kamer. We begrijpen nu waarom we de enige gasten zijn en nemen ons voor om morgen ook ergens anders te eten.


Dag 12: zaterdag 11 oktober

Het ontbijt gebruiken we in de mooie veranda met uitzicht op de omgeving. Er is geen buffet, alles wordt aan tafel gebracht. Voor we aan deze reis begonnen, heb ik gelezen dat het ontbijt in Spanje niet veel voorstelt maar daar mogen we niet over klagen. Bij alle ontbijten die we al gehad hebben, was er genoeg keuze.

Rond 10u vertrekken we voor een rondrit langs de witte dorpjes. We rijden langs El Bosque en Benamahoma. We hebben al ondervonden dat die witte dorpjes erg mooi en fotogeniek zijn uit de verte maar eens je in het dorpje zelf komt, is het minder. Je ziet dan wel de smalle en steile straatjes maar je mist het totaalbeeld van het witte dorp tegen de heuvels aangebouwd, de witte huizen in de totale omgeving. Plus het probleem dat het niet gemakkelijk is om ergens te parkeren, niet aan het begin van het dorp en al zeker niet in de smalle straatjes waar nauwelijks een auto kan passeren. Dus gaan we zeker niet alle dorpen binnen rijden.

Voor we het dorp Grazalema bereiken, hebben we een uitzichtspunt op 1103 meter hoogte, het Puento del Boyar waar we uitkijken op het Parque Natural de la Sierra de Grazalema, daar voorbij gaan we richting Zahara de la Sierra en daarbij moeten we de spectaculaire bergpas Puerto de las Palomas over. Op de top, op een hoogte van 1350 meter is er terug een uitzichtspunt. Het parque natural gaat hier over in de Sierra Margarita. De weg slingert zich tussen de bergen met scherpe haarspeldbochten en telkens we uit een bocht komen, levert dit weer andere beelden op. Op de weg naar boven en beneden zien we een groot aantal fietsers, niet alleen jonge mensen, ook ouderen. Naar boven is niet evident en er wordt heel wat zweet gelaten.

Voordat we het witte dorp Zahara de la Sierra bereiken, zien we al van ver het gigantische stuwmeer, Embalse de Zahara, eerst van heel hoog waarna we geleidelijk afdalen. Er is nog een uitzichtspunt, de Puento de los Acebuches maar dat stelt niet veel voor. Aan de rand van het dorpje gaan we iets drinken en de kasteelruïne bekijken waar we een prachtig zicht hebben over de weidse omgeving.

We besluiten om naar Setenil de las Bodegas te rijden, hiervoor moeten we over een brug over het stuwmeer waardoor we het meer zien op gelijke hoogte maar dit is minder spectaculair. Even verder is de weg gedeeltelijk weg gespoeld, er rijden twee auto's voor ons en we kijken het even aan want ook zij betrouwen het zaakje blijkbaar niet. Maar bij de eerste gaat alles goed en dus rijden we ook maar door. De tweede in rij, die het eerst allemaal aankijkt, rijdt nu ook door.

Het landschap is nu weer totaal anders, geen bomen of struiken, eerder een woestijnlandschap, dor en zonder enige vegetatie. Soms zien we kleine velden met jonge olijfbomen maar niet in grote hoeveelheid, waarschijnlijk is de grond niet zo geschikt hiervoor.

Het is overal rustig, weinig verkeer, ik vraag me af of het in het toeristische seizoen ook zo rustig is?

Wanneer we in Setinil de las Bodegas aankomen, hebben we een probleem. We kunnen geen vrije parkeerplaats vinden en op zeker moment komen we in een straatje dat nauwelijks iets breder is dan een auto, we kunnen niet keren, er rest ons alleen de optie om verder te rijden. Het wordt een hel, we klappen de spiegels in en rijden met de moed der wanhoop verder. De auto die voor ons rijdt, is blijkbaar ook van toeristen want ze vragen verschillende keren de weg maar niemand weet het want de mensen die hier rondlopen en op de terrassen zitten, zijn ook allemaal toeristen. We rijden door de grotachtige straten waar het dorpje zo beroemd om is. De overhangende rand van een kloof dient als natuurlijk dak zodat het zicht op de lucht geblokkeerd wordt.

Uiteindelijk komen we toch buiten het dorpje terecht en zijn al blij dat we geen schade hebben aan de auto. We vinden niets van parkeerplaats en besluiten dan maar verder te rijden. Onze escapades staan op film want tijdens ons waaghalsritje heb ik gefilmd. Ik begrijp nu ten volle waarom alle auto's hier zo beschadigd zijn. Wanneer men hier de auto parkeert, is dat op een paar luttele centimeters afstand van een muur. Hoe doen ze het toch?

We stellen de GPS in op Arcos de la Frontera en rijden terug. Aan Venta Marcelino stoppen we om iets te eten want het is ondertussen 3u in de namiddag en we hebben na het ontbijt niets meer gegeten. We bestellen geen tapas maar een comida dat we kunnen kiezen van de kaart. Het is lekker en vrij goedkoop.

Na een uurtje rijden komen we Arcos de la Frontera binnen. De GPS is ingesteld op de Paseo de Andalucía waar een parking is. We ondervinden terug hetzelfde probleem, hét grote probleem in deze streken, de GPS stopt op sommige cruciale momenten met verdere bewegwijzering en dan is het even paniek en manueel zoeken. Niet altijd evident. De schrik slaat ons al om het hart dat we terug in die nauwe straatjes gaan terecht komen. Sommige straten zijn zo steil dat je niets ziet als je boven komt en dan is daar juist een stopplaats of een voorrangsweg. Op zeker moment zien we wegwijzers naar de parking en uiteindelijk rijden we de parking binnen waar heel veel vrije plaatsen zijn want ondertussen is het al 5u in de namiddag.

We lopen naar omhoog naar het Castillo en de Plaza del Cabildo met het Balcón de Arcos waar er een doorkijk is op de riviervallei. Hiervan hebben we meer verwacht want er is niets te zien. We lopen nog even door maar komen tot de conclusie dat er hier in feite helemaal niets spectaculair te zien valt. Er zijn wel de nauwe straatjes met de gebruikelijke bars, winkels en restaurants maar om nu te zeggen dat Arcos de la Frontera één van de mooiste witte dorpen is, is meer dan overdreven. Het is zoals we al eerder zegden, witte dorpen zijn het mooist uit de verte.


Dag 13: zondag 12 oktober

Gisterenavond rond 10u begon het hier te onweren, gelukkig zaten we al op onze kamer. De hel barstte echt los, donder, bliksem, heel hard waaien, enorm zelfs, de regen plensde in volle kracht naar beneden.

Deze morgen word ik wakker door het rinkelen van de wekker. Ik zie door het raampje dat het al licht is en kijk daardoor nogmaals goed naar de wekker. Op de wekker is het 8u zoals ik gepland heb om op te staan. Op mijn horloge is het echter al 9u! Ofwel is de batterij niet goed meer ofwel heb ik de wekker verkeerd gezet. Het is nu niet echt een probleem, we rijden vandaag naar de kust en er is dus geen haast bij. Dit is één van de voordelen van het alleen reizen, we doen wat we willen, wanneer we het willen, geen enkele verplichting.

Na het ontbijt besluiten we om naar Zahara de los Atunes te rijden via El Puerto de Santa María. Volgens ons reisboekje is dit een verbazingwekkend pittoresk stadje. Wanneer we er rondlopen, lijkt ons dit sterk overdreven. Het lijkt ons een grauw, oninteressant stadje met vuile, vervallen huizen en gebouwen. Overal lopen bedelaars hetgeen een heel onaangenaam beeld geeft van deze stad. In de kathedraal is een gebedsdienst maar het interieur is toch weinig interessant dus lopen we terug naar buiten. Door de lege straten, het is immers zondag en alles is dicht, lopen we naar de Plaza de Toros die, jaja, ook dicht is. Op dat moment begint het te onweren, eerst met wat lichte regen maar daarna toch iets harder. We lopen een bar binnen die in de gewelven van de Plaza de Toros is ingebouwd en als we goed en wel zitten, begint het te gieten, werkelijk alle sluizen open. De straten staan op korte tijd blank. De bui duurt echter niet lang en korte tijd later is het weer droog en schijnt de zon volop.

Naar het Castillo lopen we niet meer want ook dit is dicht op zondag. We hebben er genoeg van en rijden verder richting hotel. Onderweg eten we nog een belegd broodje in een venta langs de autoweg en rond 3u in de namiddag komen we aan in Hotel Antonio in Zahara de los Atunes. Er zijn 4 sterren kamers maar wij zitten in de 2 sterren kamers aan het strand. Het restaurant van het hotel zit propvol, het is immers zondag en familiedag maar het is ook Nationale Feestdag. In de kleine bar moeten we ons tussen de gasten door wurmen om een biertje te drinken, het is er een hele drukte.

We lopen even het strand op waar er tamelijk veel wind is, hetgeen logisch is want we zitten hier aan de Costa de la Luz en niet aan de Costa del Sol. We zitten niet ver van Tarifa, een waar surfersparadijs.

Verder wordt het een rustige namiddag, pure relax.

Uit puur gemak gaan we vanavond eten in het restaurant van het hotel. Het restaurant neigt naar een meer dan sterren restaurant met navenante prijzen dus vragen we ons af waar de logica zit om twee sterren kamers te combineren met zo een restaurant. We hebben lekker gegeten, dat is niet het probleem maar de combinatie klopt helemaal niet. Ook wat het betreft over wifi op de kamers is het nul komma nul, een groot gedoe maar geen connectie met internet. We hebben al heel goeie hotels gehad maar dit is echt het minste van het minste omdat alle aandacht gaat naar het restaurant.


Dag 14: maandag 13 oktober

Deze morgen slapen we uit. In onze badkamer zit het vol mieren die al vrolijk op wandel zijn richting onze slaapkamer. Ik vermorzel er al enkele maar het is verloren werk. Dus loop ik nog voordat we gaan ontbijten naar de receptie om te melden dat er een leger mieren onze badkamer belegert. De receptionist is blijkbaar heel verbaasd en kijkt alsof hij het in Keulen hoort donderen. Mijn Spaanse woord voor mieren is nochtans juist, leve het klassieke woordenboekje, want wie leert nu op een avondschool het Spaanse woord voor mieren (las hormigas)?

Wanneer we terug komen van het ontbijt ruik ik in de badkamer dat ze gespoten hebben met een spuitbus met verdelger. Het legertje mieren is niet weg, het leger is alleen maar groter geworden. In de gang staat de poetsvrouw met haar karretje en dus ga ik haar halen en druk haar met de neus op de feiten. Ze haalt terug de bus, een heel grote bus trouwens dus ik veronderstel dat we niet de enige zijn met dit probleem, en spuit op het leger. Het leger mieren valt als vliegen, allemaal direct dood, de spuitbus bevat dus wel sterk spul.

Voor onze reis hadden we al contact opgenomen met Whale Watch Tarifa, een organisatie die trips organiseert vanuit Tarifa om walvissen en dolfijnen te spotten. Op dat moment konden ze ons niet garanderen dat de trips zouden doorgaan omdat alles afhangt van de weersomstandigheden. Deze morgen ziet het weer er helemaal niet goed uit dus vrezen we ervoor. Als ik bel naar het bureau krijg ik de melding dat er vandaag twee boottochten geprogrammeerd staan, eentje om 12u en eentje om 14u. Dus boeken we voor de tocht om 14u. We moeten wel ons telefoonnummer doorgeven zodat ze ons kunnen verwittigen indien het weer zou omslaan.

We rijden naar Tarifa en onderweg zien we een uitgestrekt landschap met honderden windmolens die elektriciteit opwekken. Ze hebben hier de ruimte en er staat meestal een stevige wind die ze hier dan ook ten volle benutten.

Tarifa is het meest zuidelijke punt van het Europese vasteland en is een paradijs voor windsurfers vanwege de onbarmhartige wind die over dit gebied blaast. Als we Tarifa naderen, zien we diverse gelegenheden voor windsurfen en kitesurfen.

We melden ons aan bij de vriendelijke vrouw in het kantoor van Whale Watch Tarifa die ons uitlegt waar we kunnen parkeren, wat er in het stadje te zien is en een hele uitleg geeft over de stromingen in de zee en de soorten dolfijnen en walvissen die we eventueel kunnen zien. Ze geven 95 % kans om dieren te zien, zo niet krijgen we een tegoedbon voor een volgende trip zodoende zijn we al quasi zeker dat we toch wel iets zullen te zien krijgen. De brochure is zelfs in het Nederlands omdat ze samenwerken met de universiteit van Leeuwarden in Nederland.

Eerst lopen we naar het Isla de las Palomas, een schiereilandje voorbij de vissershaven waar ook de vuurtoren staat, aan de ene kant is er de Middellandse Zee en aan de andere kant de Atlantische oceaan. We zien veel duikers en ook zwemmers en ik ben ervan overtuigd dat je al goed moet kunnen zwemmen omdat hier waarschijnlijk een sterke stroming staat.

Het zicht op het Castillo de Guzman El Bueno aan de haven wordt een beetje belemmerd door bulldozers die hier werken uitvoeren en daarom gaan we ook niet in het kasteel.

De boottocht is een beetje verlaat maar rond kwart voor drie varen we dan toch weg. Van op zee zien we de rots van Gibraltar met de straat van Gibraltar en aan de overkant ligt Marokko.

Na een dik half uur varen zien we de eerste dolfijnen en griendwalvissen. Het is echt magnifiek, de dieren zijn eerst op een paar tiental meter verwijderd maar na een tijdje komen ze dichter bij de boot. Echt spectaculair! Een onvergetelijke ervaring!

De tocht duurt ongeveer twee uur en daarna gaan we iets eten in een restaurant aan de haven want we hebben geen zin om terug in het restaurant van het hotel te eten.

Als we de weg terug rijden naar het hotel zien we koeienwachters te paard. Het lijkt een beetje Amerikaans.

In een benzinestation kopen we een fles wijn en drinken die uit op ons terrasje met zicht op een paar palmbomen met het geluid van de golven op de achtergrond. Ja, dit is vakantie!


Dag 15: dinsdag 14 oktober

Vandaag beginnen we de dag heel rustig. Om half elf zitten we nog aan het ontbijt.

Het begint licht te regenen en we weten niet goed wat te doen.

Dus gaan we een rondje rijden met de auto, we beginnen met Vejer de la Frontera maar dit is weer één van die typische witte dorpen, auto parkeren aan de rand van het dorp en te voet naar boven. Doordat we vinden dat die dorpen veel mooier zijn langs de buitenkant doen we geen enkele moeite, we nemen een foto en rijden door.

Ondertussen is het opgehouden met regenen en schijnt al weer de zon.

We zetten de GPS af en volgen op de Michelin kaart hoe we willen rijden, via een klein onooglijk dorpje met de naam Benalup-Casas Viejas rijden we naar het Embalse de Barbate, een groot stuwmeer maar helaas niet één van de mooiste, op deze manier rijden we door het Parque Natural de los Alcornocales. In Alcalá de los Gazules nemen we de A2304 naar Puerto de Gallis, een meer dan pittoreske route met kronkelende bergwegen. Waar de weg zich splitst naar ofwel Ubrique, ofwel Jimena de la Frontera is een venta waar we iets gaan drinken, we zitten er op ongeveer 400 meter hoogte en dat voel je ook, het is er fris. In de open haard liggen nog houtblokken te smeulen. Er wordt ons gevraagd of we ook iets willen eten maar het is er niet al te proper dus laten we dat maar aan ons voorbij gaan.

We volgen dan de CA8201 met aan de linkerzijde het Reserva Nacional de Cortes de la Frontera, hier zijn heuvels (bergen?) van 720 en 840 meter hoog. Vanaf Alcalá de los Gazules tot in Jimena de la Frontera is het 57 km bergweg en gedurende deze rit komen we amper 5 andere wagens tegen. Het is hier heel rustig rijden, een waar plezier.

Vanaf daar komen we terug op de grotere weg terecht en rijden via Algeciras langs de kustweg richting Zahara de los Atunes. Omdat de weg op 340 meter hoogte ligt, zien we vanuit de hoogte Gibraltar en Tarifa liggen met aan de overzijde de kust van Marokko.

Het is al een stuk in de late namiddag als we terug zijn in het hotel waar we de verdere dag door brengen op ons terrasje naast de wuivende palmbomen.

Als afsluiter gaan we nog maar eens eten in het restaurant van het hotel, dit hebben we verdiend, vinden we zelf toch. We gaan voor de ganzenlever als voorgerecht en als hoofdgerecht eten we een groot stuk gegrilde tonijn.


Dag 16: woensdag 15 oktober

Gisteren was hier geen mier te zien in de badkamer maar deze morgen lopen er al weer een paar vrolijk rond. Ik ben al blij dat we hier vertrekken anders kan ik alweer bij de receptie gaan klagen. Nu trek ik het me niet aan, de volgende klant kan aan de klaagmuur gaan staan.

Na het ontbijt rijden we langs de kust richting Pizarra, een rit van ongeveer 180 km en bij de Mirador El estrecho kijken we uit op de rots van Gibraltar en de straat van Gibraltar met aan de overkant Marokko.

Op zeker moment kunnen we kiezen tussen de tolweg AP7 of de gewone weg A7, we besluiten om de gewone weg te nemen langs de kust omdat we toch tijd genoeg hebben. Zo passeren we alle badplaatsen en zien af en toe de zee. De drukte op de weg valt heel goed mee. Op de ringweg rond Marbella moeten we het binnenland in richting de witte dorpjes Ojén en Monda. De weg gaat hier weer omhoog met prachtige vergezichten en aan de Mirador Real hebben we een fantastisch uitzichtspunt over het witte dorpje Ojén en de bergen van de Sierra de las Nieves.

De temperatuur gaat weer naar omhoog en de thermometer geeft al gauw 27 graden aan, blijkbaar is het alleen aan de Costa de la Luz frisser, dat zal ook wel komen door de harde wind die er altijd waait.

In een venta gaan we iets drinken en dan is het nog een half uur rijden naar de Cortijo del Arte, het eerste hotel van onze reis waar we nu naar terug keren om morgen een beetje meer relax naar de luchthaven te rijden.

Hoe dichter we Pizarra naderen, hoe spectaculairder de vergezichten op de omgeving.

Waar we op de eerste dag van onze reis verkeerd reden om het hotel te bereiken, doen we het nu van de eerste keer goed en we bereiken het hotel zonder problemen. Het voelt een beetje als thuis komen, de receptioniste is uitermate vriendelijk en wanneer we vragen of zij onze boarding cards voor onze vlucht van morgen kan uitprinten is dit geen enkel probleem. Als welkomsdrink kiezen we een Alhambra biertje dat we rustig uit drinken waarna we relaxen op de patio van het hotel.

's Avonds gaan we terug de tapas menu eten in het restaurant van het hotel. Het terras waar we twee weken geleden zaten, is nu gesloten en de tafels binnen zijn gedekt. We gaan zitten en zijn gedurende enige tijd de enige klanten. Daarna komt er een jong koppeltje binnen uit Duitsland. Zij hebben dezelfde map in handen zoals wij gekregen hebben in het begin van de reis en doen dus ook blijkbaar een rondreis. Ook zij zitten met hun tablet de route te bekijken voor morgen. Weer stel ik mij de vraag, waarom deze info niet opsturen voor het begin van de reis zodat iedereen alle tijd heeft om dit te bekijken.

De Menu de tapas is terug lekker, we krijgen twee dezelfde bordjes als vorige keer en drie andere, het brood, dessert en de fles wijn zijn ook inbegrepen.


Dag 17: donderdag 16 oktober

Onze laatste dag in Spanje. We slapen tot 9u, gaan ontbijten en rijden op ons gemak naar de luchthaven. Met de beschrijving die we kregen van het autoverhuurbedrijf gaat alles vlot en staan we al onmiddellijk op de juiste plaats bij Enterprise Atesa. De auto wordt gekeurd en goed bevonden en dus wordt de waarborg gecrediteerd van onze credit card. Wanneer we de kilometerteller checken, blijkt dat we iets meer dan 2000 kilometer afgelegd hebben.

We lopen naar terminal 3 waar de vluchten van Brussels Airlines vertrekken. We doden de tijd tot we onze bagage kunnen afleveren, de security check verloopt allemaal heel vlotjes.

Normaal stijgt de vlucht op om 15u20 maar typisch voor Brussels Airlines is dit weer een half uur te laat. Iets na 18u landen we in Zaventem waar onze chauffeur van het luchthavenvervoer ons al staat op te wachten. Een geslaagd einde van deze heerlijke vakantie!