Belle-Île-en-Mer reisverhaal

Reisverhalen en foto's van Freddy en Linda

The world is a book and those who do not travel read only a page

Belle-Île-en-Mer

20 tot 23 mei 2019


Belle-Île, het grootste eiland van Bretagne ligt zo’n 20 km ten zuiden van het Presqu’île de Quiberon. Het eiland is ongeveer 17 km lang en 5 à 10 km breed.
Deze bestemming stond al twee jaar lang op het verlanglijstje maar telkens was er wel iets anders waar we de voorkeur aan gaven. Dit jaar is het er dus eindelijk van gekomen.
Volgens bepaalde infobronnen is de maand mei een geschikte maand want in de zomermaanden is het er gigantisch druk. Er wonen ongeveer 5000 mensen op het eiland maar in de maanden juli en augustus wordt dat uitgebreid tot maar liefst 35.000 met alle toeristen erbij!

Na wat opzoekingswerk via het internet boeken we een overtocht vanuit Quiberon naar Le Palais op Belle-Île bij Compagnie Océane. We geven er de voorkeur aan om de overtocht te doen met onze eigen wagen in plaats van een wagen te huren op het eiland. Men kan er ook fietsen en scooters huren maar daar wagen we ons niet aan, comfort primeert op een zekere leeftijd! De overtocht zelf duurt ongeveer 45 minuten.
Er zijn ontelbare hotels en Chambres d’Hôtes (bed and breakfast) op het eiland en na wat zoekwerk boeken we bij Chambres d’Hôtes Les Couleurs d’Herlin in de omgeving van Bangor. Een pracht van een locatie met twee mooie kamers, een pracht van een terras en een fantastische tuin met grote palmbomen.


Maandag 20 mei

We zijn veel te vroeg aan de haven in Quiberon maar we hebben geluk, er is immers nog plaats op een ferry die eerder vertrekt. In plaats van 12u30 vertrekken we dus om 11u15, we hoeven enkel onze tickets om te wisselen aan de balie binnen het infogebouw.
Rond 12u meren we dus aan in Le Palais wat beschouwd wordt als de “hoofdstad” van het eiland, het is een vissershaven en heeft tal van restaurants en winkeltjes. Kenmerkend voor Le Palais is een imposante citadel die teruggaat tot de elfde eeuw, de Citadelle Vauban.
Het verkennen van deze plaats is voor later, eerst rijden we naar Bangor en onderweg zien we een wegwijzer naar Crèperie Chez Renée waar we een “complet” eten, een gekende Bretoense galette met ei, kaas en hesp.
Na het eten gaan we ons aanmelden bij onze overnachtingsplaats Les Couleurs d’Herlin. Bij de verwelkoming door de eigenaresse Emilie Penet denken we echt dat we in het paradijs terecht zijn gekomen, het is er erg rustig en aangenaam.
Daarna rijden we terug naar Le Palais en aan de Porte Vauban en Porte Bangor stoppen we en gaan een eindje op de wallen lopen, overblijfselen van de oude stadsmuren en vestingwerken.
Via de voetgangersbrug over de sluis bereiken we de Citadelle Vauban, de blikvanger van Le Palais. Via een grote sleuf uitgehouwen in de rotsen komen we aan de ingang, na het betalen van het ingangsgeld krijgen we een plannetje met nummers die ons langs een route voert met alle verdedigingswerken. Het hele complex is immens en fantastisch om te bezoeken, vanaf het Bastion de la Mer en het Bastion du Daughin krijgen we prachtige uitzichten over de stad en de haven.
Het is schitterend weer en daarna is het tijd om een rondje te lopen in de haven. We gaan iets drinken op het terras van Hotel Atlantique, gelegen bij de aankomstplaats van de ferry van Compagnie Océane, het is er leuk zitten en alles te bekijken wat er in de haven gebeurt.
’s Avonds gaan we er een “Fruit de Mer” eten, een zeevruchtenschotel, ze zijn niet te vergelijken met hetgeen we hier in België voorgeschoteld krijgen als zeevruchtenschotel, daarvoor moet je echt naar Frankrijk komen.


Dinsdag 21 mei
Om 8u30 krijgen we een goed ontbijt voorgeschoteld door onze gastvrouw Emilie. Zij doet erg haar best om ons ook de nodige informatie te geven wat er te zien is op het eiland. Onze route voor vandaag staat grotendeels vast maar toch krijgen we van haar de tip om eerst naar de Plages Herlin et Baluden te gaan. Het zijn lieflijke, kleine stranden die we kunnen aanschouwen vanaf de klippen. Het is er heel rustig, er staat enkel een camper waarvan de bewoners nog in dromenland zijn.
Daarna rijden we terug naar Le Palais en rijden richting Sauzon. Onderweg zoeken we naar een weggetje naar Pointe de Taillefer, een semafoor die mooie uitzichten biedt. We vinden het echter niet, niet alles op het eiland is supergoed aangegeven en soms is het even zoeken. Dus rijden we maar verder naar Sauzon, een mooi haventje met kleurrijke huizen die bijdragen aan de charme van het dorp. Het ligt in een pittoreske omgeving en de uitloper van de rivier strekt zich een kilometer landinwaarts uit. Aan de haven zijn er restaurants en winkels, de huizen van de bewoners liggen op een helling boven de haven. Het is er kleinschaliger maar stukken gezelliger dan in Le Palais. Het is natuurlijk nog vroeg en er lopen weinig mensen maar hier heb je niet de drukte van het binnenkomen en uitvaren van de ferry’s, dan toch niet in mei, hoogstwaarschijnlijk zal het in de maanden juli en augustus wel anders zijn.
We drinken een koffie op het terras van La Petite Table, het is nog vroeg maar de zon schijnt en de temperatuur is meer dan aangenaam.
Onze volgende bestemming is La Pointe des Poulains, een magnifieke locatie, alleen bereikbaar bij eb, mooie wandelpaden leiden ons naar het Fort en het museum van Sarah Bernhardt en de vuurtoren. Het fort laten we even links liggen en we wandelen naar de vuurtoren want momenteel is het laag water en is die te bereiken. Het uitzicht op de vuurtoren, het strand en de kliffen langs alle kanten is fascinerend. Het water is kalm, langs de ene kant gelukkig maar thuis hebben we een grote kader van Les Poulains met storm en dat is werkelijk spectaculair. Ik betwijfel echter of we met zo’n storm hier op de rotsen zouden kunnen lopen, misschien wel, misschien niet, we hebben er het raden naar.
Een paar honderd meter terug richting Sauzon komen we aan La Ferme de Sarah, een restaurant dat ons aanbevolen werd door Emilie, onze gastvrouw. Beneden is er een clubgebouw van de golfclub en een golfterrein, op de eerste verdieping is het restaurant en het terras. Het eten is er superlekker en we hebben er uitzicht op de Phare des Poulains.
Volgende stop op onze rondrit is Stêr-Vraz en Stêr-Ouen, een vogelreservaat op een schiereiland van 17 ha dat gevormd wordt door diepe kreken aan de voet van de kust. Het reservaat werd opgericht ter bescherming van diverse vogelsoorten die hier nu hun thuis gevonden hebben en er veelvuldig voorkomen. Op het eiland zijn ook heel wat fietswegen want hier wordt veelvuldig gewandeld en gefietst. Ergens moeten we ons door de minder goede bewegwijzering vergist hebben en op die manier komen we op een fietspad terecht met onze auto. Het is hobbelen en hobbelen en uiteindelijk komen we aan een plek met uitzicht op een lieflijk strandje waar we aan de kant wel wagens geparkeerd zien staan maar we kunnen geen kant op en er zit niets anders op dan terugkeren van waar we komen.
Vervolgens rijden we naar Le Jardin Eden du Voyageur, een tuin van 3000 m² met een fraaie collectie planten en kruiden uit de hele wereld. Het is even zoeken maar uiteindelijk vinden we het wel, de tuin is echter gesloten en gaat pas morgen terug open. Het ziet er kleinschalig uit en de parking klein en niet goed onderhouden, er kunnen amper een paar wagens op. We houden het voor bekeken en zijn van plan om morgen niet meer terug te keren.
Op een kruispunt waar de twee menhirs Jean et Jeanne staan, slaan we linksaf en volgen de wegwijzers Poney Bleu die ons leidt naar Plage de Donnant, een zandstrand dat door hoge kliffen wordt omringd. Blijkbaar heerst hier een sterke stroming waardoor zwemmen een gevaarlijke aangelegenheid wordt.
We rijden terug naar de hoofdweg waar de menhirs staan. Op het eiland zijn niet echt veel hoofdwegen en op die manier moet je al meerdere keren terug rijden langs dezelfde weg. Aan een volgend kruispunt slaan we terug linksaf richting Kervilahouen met als doel Aiguilles de Port Coton. Onderweg komen we aan een kleine afslag naar de Grand Phare waar een mooi Café Brasserie is, Le Kervi, met een groot terras en kleine souvenirwinkel. Het is fantastisch weer en een drankje gaat er wel in dus stoppen we daar voor een welverdiende pauze. De Grand Phare is vandaag gesloten en dus gaan we morgen terug keren naar hier om deze te bezoeken.
Als we de weg vervolgen komen we aan de Aiguilles de Port Coton en we staan echt versteld van het magnifieke uitzicht. De rotsnaalden die oprijzen uit de zee, horen tot de meest fantastische bezienswaardigheden van deze Bretoense kust. Claude Monet heeft deze op doek geschilderd en daardoor zijn ze ook wereldberoemd. Volgens onze informatie vormt het kolkende zeewater hier een witte schuimlaag bij storm, spijtig genoeg, of misschien ook niet, is het nu volle zon en fantastische temperaturen. We hebben geen klagen!
We rijden terug naar onze Chambres d’hôtes waar we even gaan uitrusten en ’s avonds rijden we naar Le Palais voor het diner. Tot nog toe hebben we altijd al geluk gehad met parking, we vinden wel altijd een plaatsje op de Place de la Republique waar het gratis parkeren is. We lopen een rondje in de haven en zien op zeker ogenblik een bord met de vermelding dat er mosselen te krijgen zijn. Het gaat dit keer om Restaurant L’Odyssée aan de Arrière Port, de gastheer is heel vriendelijk en de mosselen zijn lekker.


Woensdag 22 mei
Om 8u30 ontbijt en andermaal krijgen we weer voldoende informatie van Emilie.
Vandaag rijden we een route langs de andere kant van het eiland, daarvoor rijden we andermaal richting Le Palais maar vóór de Porte Bangor slaan we naar rechts en zo komen we aan een fantastisch uitzichtpunt over de haven met op de achtergrond de citadel. Plage de Ramonette is het strand van Le Palais en grenst aan de gelijknamige landtong.
Volgende stop is de Plage de Port Yorc’h dat omringd wordt door de Pointe de Bugul en de Pointe du Gros-Rocher met aan beide kanten een historisch monument dat er een beetje uitziet als een klein Middeleeuws fort.
Plage des Grands Sables is het grootste strand van het eiland en is 1800 meter lang. Er liggen overblijfselen en bunkers van vestingwerken. Zowel de Engelsen als de Nederlanders probeerden er meermaals te landen. De Engelsen hebben het eiland veroverd in 1572 en 1761 en hielden het bezet. Pas in 1763 kwam Belle-Île door het Verdrag van Parijs terug in Franse handen. Door de Citadelle Vauban en de diverse schansen langs de kust was het eiland in feite een versterkte rots.
We rijden richting Kerdonis met de gelijknamige vuurtoren die de schepen tussen Hoedic en Belle-Île de weg wijst. We hebben er een fantastisch uitzicht op de Plage de Port Andro, een mooi zandstrand.
Daarna rijden we naar Locmaria, een klein maar sfeervol dorp met kleurrijke huizen en reuzenbloempotten in het midden van de straat. De Eglise Notre-Dame uit de 11e eeuw en gerenoveerd in de 17e eeuw is de blikvanger, binnen in de kerk hangt een scheepsmodel aan het plafond. In de Crèperie L’Equipage waar ze een uitgebreide keuze aan diverse galettes hebben, gaan we eten op het terras wat heel aangenaam is door het mooie weer.
Daarna dalen we een weggetje af naar Port-Maria, een diepe inkeping in de rotsen. Het is er momenteel laag water waardoor een mooi en groot zandstrand te zien is. Het is een geweldige en imponerende omgeving, en zeker de moeite waard.
Pointe du Skeul is weer een ander paar mouwen, we vinden wel fietspaden en wandelpaden ernaartoe maar geen deftige weg voor auto’s. Omdat we geen zin hebben om terug op een soort geitenpad te belanden, laten we het maar zo en rijden naar de Pointe de Pouldon. We krijgen daar een spectaculair landschap te zien met hoge kliffen die ook weer typerend zijn voor de Côte Sauvage, met heidevelden, bloemen en grassen in een unieke en natuurlijke omgeving.
Aangezien Le Grand Phare gisteren gesloten was maar we de vuurtoren toch willen bezoeken, rijden we er terug naartoe. Alom prijzen we ons gelukkig dat we buiten het seizoen gekomen zijn. Het is er niet druk en ik ben de enige die er zin in heeft om de 213 trappen te beklimmen naar boven. In de zomermaanden is het er druk en mogen er maar 19 mensen gelijktijdig naar boven. Na de 213 stenen trappen moet je nog 2 erg steile ijzeren trappen beklimmen om echt op het balkon terecht te komen. Het bestijgen en afdalen van de trappen is nu al een beetje overweldigend en ik kan me al een beetje de chaos voorstellen bij tweerichtingsverkeer.
De vuurtoren werd in 1836 in gebruik genomen, is 52 meter hoog en heeft een bereik van ongeveer 48 km. Het schitterende uitzicht over het eiland en de omringende eilandjes maakt het echt wel spectaculair!
We stoppen terug in Brasserie Le Kervi en genieten van een drankje op het terras. Het is onze laatste dag hier en we kijken met genoegen terug op een mooie vakantie.
We hebben wel nog één ding op de planning staan namelijk een bezoek aan Brasserie La Morgat waar een ambachtelijk bier gebrouwen wordt. Er zijn vier soorten bier namelijk blonde, blanche, ambrée et triple die we allemaal mogen proeven na een rondleiding met uitleg en geschiedenis die op een ludieke manier gegeven wordt.
Na het bezoek aan de brouwerij en alle proeverijen wordt het tijd dat we ook een hapje eten en dus rijden we naar Le Palais waar we kijken bij La Parenthèse, gelegen aan de Place du Général Bigarré, of er plaats is. Het restaurant heeft een reputatie dat je er drie dagen van tevoren moet reserveren. Wij zijn er vroeg en hebben geluk, misschien zal het in de zomermaanden wel echt nodig zijn om te reserveren. Het restaurant heeft geen vaste kaart, het menu wijzigt dagelijks naargelang de plaatselijke invoer van vis en vlees. Het eten is van een hoger niveau en is een grandioze afsluiter van deze dag.


Donderdag 23 mei
Onze laatste dag, ontbijt om 8u30, koffer van de kamer halen, afscheid van onze gastvrouw en naar Le Palais rijden.
Op de Place de la Republique vindt de dagelijkse ochtendmarkt plaats dus kunnen we daar ook niet parkeren. We vinden een plaatsje langs de Quai J. Le Blanc en gaan even kijken op het marktje waar alle soorten verse vis te koop is. Voor een kilo kreeft vragen ze 27 euro, als je dat vergelijkt met de prijzen bij ons, weet je het wel. Hier zijn ze dan nog levendig vers.
We gaan iets drinken op een terras aan de haven waar de ferry komt en gaat. Het weer begint te veranderen, er zijn meer wolken en voor de komende dagen zijn de weersvoorspellingen niet zo goed. We prijzen ons gelukkig met het weer van de voorbije dagen, volle zon, 20 à 22 graden, wat wil een mens nog meer? Misschien een tempête????
Als de ferry van 11 uur vertrekt, gaan we de auto in de rij zetten. Onze ferry vertrekt om 12u45 dus is het nog even wachten maar algauw kunnen we aan boord. Met weemoed zien we Le Palais en Belle-Île verdwijnen en om 13u30 zijn we terug in Quiberon.
Het was een unieke vakantie waar we met veel plezier aan terug denken. Een topper!!!