Nepal reisverhaal

Reisverhalen en foto's van Freddy en Linda

The world is a book and those who do not travel read only a page

Reisverhaal Nepal

18 oktober - 10 november 1997


Dag 1: zondag 19 oktober

Met de luchtvaartmaatschappij SAS vlogen we van Schiphol naar Kopenhagen. We stegen op om 17u20 en daar landden we om 18u20. Om 20u20 vlogen we naar Delhi, een vlucht van 7 uur.

 

Dag 2: maandag 20 oktober

In Delhi kwamen we om 7u20 ’s morgens aan, het was er toen al 19°. In de luchthaven zaten we in transit, de vlucht naar Kathmandu met Indian Airways had een uur vertraging en dus stegen we maar op om 12u20. Bij het inchecken in Delhi werd iedereen gefouilleerd. De duurtijd van de vlucht bedroeg anderhalf uur en zo landden we in Kathmandu om 14u35 (In Nepal was het 15 minuten later dan in Delhi) Toen we uit de luchthaven kwamen, werd er een krans met bloemen rond onze hals gelegd bij wijze van welkom. De transfer naar het hotel gebeurde met een taxi uit 1974, wij zaten als haringen in een ton gepropt terwijl de taxi de hele weg luid claxonneerde. In Nepal reed men links. Op weg naar het hotel kregen we een echte cultuurshock. We geloofden onze eigen ogen niet. Het was gewoon niet te geloven dat mensen nog leefden op deze manier, vuil, smerig en arm. Overal was het één complete chaos en de koeien liepen vrij in de straten.

Ons hotel Norling, een leuk en proper hotel, lag in de Thamel wijk, het toeristische gedeelte van Kathmandu. ’s Avonds kwamen we samen met de begeleider, Chris Corsten, voor de verdere informatie. Dit gebeurde in een restaurant waar we aansluitend ook aten n.l. Popular Tibetan Meal voor 210 Nr. Het bier, een fles San Miguel van 650 ml, kostte 100 Nr.

Voor 80$ kregen we 4540 Nepalese Roepies. De Trekking Permit kostte 35$.

 

Dag 3: dinsdag 21 oktober

Deze morgen waren wij als eersten aan het ontbijt, om 7u al. Daarna reden we met de taxi  naar Boudhanath, een stoepa die als schrijn diende voor het Tibetaanse boeddhisme. Hier verzamelden zich de laatste jaren veel Tibetaanse vluchtelingen. Het meest opmerkelijke  waren de opgeschilderde ogen bij de ingang. De stoepa had een diameter van meer dan 100 meter. Boeddhisten beschouwden deze tempel als een bijzonder krachtig heiligdom waar vele wensen in vervulling gingen. De koepel was wit van kleur maar werd overgoten met saffraankleurige verfstof, zodat hij op een lotusbloem leek. Volgens het oude ritueel liep iedereen rechtsom rond de stoepa terwijl men de gebedsmolens draaide en gebeden prevelde.

Te voet gingen we dan naar Pashupatinath, de  belangrijkste Hindu tempel van Nepal en één van de meest belangrijke Shiva tempels. Pashupatinath was een heilige plek voor hindoes. De tempel zelf was verboden voor niet-hindoes. Op de westelijke oever gebeurden crematies, er was een gedeelte bestemd voor burgers, het andere was voor leden van de koninklijke familie en hoogwaardigheidsbekleders. De ceremonies werden verricht door mannelijke nakomelingen van de overledene. Zij waren allen in het wit gekleed want wit was de rouwkleur. Als het lijk verbrand  was, werd de as in de Bagmati rivier gegooid. De toeristen zaten zich te vergapen aan de miserie van die  mensen maar toch was het een fascinerend schouwspel.

Overal rondom liepen of zaten sadhu’s, dit waren hindoes die het kastenstelsel afgezworen hadden en bedelden om in hun levensonderhoud te voorzien. Zij droegen kleurrijke gewaden en waren beschilderd in  hun aangezicht. 

Toen we hier weggingen, raakten we de weg kwijt. De straten hadden geen naambordjes en dus was het niet zo eenvoudig om met een plan te werken. We namen dan maar een Tempo, een luidruchtig overdekte driewielige scooter. Deze was weinig comfortabel en niet geschikt voor de onverharde wegen. We stopten bij Durbar Square, het centrum van Kathmandu. Op dit plein stonden meer dan 50 monumenten en tempels. Het was heel chaotisch met voetgangers, taxi’s, tempo’s, handkarren en dragers die allemaal kris kras door elkaar liepen en reden. We zagen een verkoper met een stok waaraan tientallen bamboefluiten bengelden. Voortdurend kwam men ons vragen of we geen gids nodig hadden. Belangrijkste bezienswaardigheden waren: de Kasthamandap tempel, dit gebouw werd opgetrokken uit het hout van één enkele boom en was een paar eeuwen oud. Het oude paleis Hanuman Dhoka, dat zijn ceremoniële en rituele betekenis behouden had en De Jagannath Tempel met zijn mooie erotische afbeeldingen.

In de Kumari Bahal leefde de godin Kumari Devi. Dit was een jong meisje dat beschikte over de 32 schoonheden. Zij werd gekozen uit de Sakya-kaste, haar horoscoop mocht niet botsen met die van de koning en zij was niet ouder dan drie jaar. Zij werd gescheiden van haar familie, droeg een rood gewaad en haar voeten mochten de grond nooit raken. Zij werd vereerd door de hogepriester en verleende audiëntie aan gelovigen die offergaven aanboden en smeekbedes prevelden. Zij bleef Kumari godin tot ze de eerste keer menstrueerde en dan werd ze herenigd met haar familie. Zij bleef haar hele verdere leven alleen want de legende zegde dat de man van de ex-Kumari jong zou sterven.

Op de markt zagen we een masker dat we persé wilden hebben. Het was het enige masker met zwart haar maar ze vroegen er 300$ voor. Dat vonden we te veel en we liepen dan een paar keer rond de markt en tenslotte konden we het kopen voor 70$!

’s Avonds aten we terug met de hele groep. We boekten ook een rondvlucht boven de Mount Everest, deze ging door na de trekking en kostte 99$ per persoon.


Dag 4: woensdag 22 oktober

Deze morgen gingen we te voet naar Swayambunath. Wanneer we door de nauwe straten liepen en de kleine huisjes zagen met de houten balkons erboven, de geluiden en de geuren, of zouden we maar zeggen stank, het vele vuil langs de straat, dan waanden we ons terug in de middeleeuwen. Mensen wasten zich in een plas met vuil water. Verkopers vielen ons constant lastig met de meest denkbare prullen die ze verkochten en bedelaars hielden de handen op. Gehandicapten kwamen naar ons toe gekropen voor een aalmoes.

Swayambunath, ook gekend als de apentempel, lag  op de top van een heuvel en was een belangrijke tempel voor de boeddhisten. Eerst een steile klim en dan nog eens 365 treden naar boven. Onderweg zagen we tientallen apen en oranje en geel geschilderde boeddhabeelden. Eenmaal boven zagen we de stoepa met de opgeschilderde ogen en aan de voet waren er talrijke offerplaatsen. Hier ook liepen de gelovigen rechtsom rond de stoepa. Men had hier ook een prachtig uitzicht over Kathmandu.

Terug beneden namen we een taxi naar de post. We moesten in de rij staan om postzegels te kopen en daarna reden we met de taxi naar het Durbar Square van Patan. Patan was de tweede grootste stad in de Kathmandu vallei maar het had het grootste Durbar Square met  een uitgebreide verzameling tempels, pagodes en zuilen. Op het plein was een café met een dakterras, hier zaten we een tijdje want we hadden hier een prachtzicht op de bedrijvigheid van het hele plein. We brachten ook een bezoek aan de Gouden tempel, een boeddhistisch klooster. De ingang werd bewaakt door geschilderde leeuwfiguren. De voorgevel was verzilverd en verguld en voorzien van prachtige afbeeldingen. De gebedsmolens waren ook hier talrijk aanwezig en benadrukten de Tibetaanse invloeden.

Daarna gingen we naar de Tempel van de 1000 boeddha’s, opgetrokken uit terracotta platen en bedekt met duizenden afbeeldingen van boeddha en verschillende bloemmotieven. De tempel lag in een wijk van metaalbewerkers met kleine werkplaatsen en winkels. Overal konden we binnen kijken en zagen we een klein donker hok. We zagen ook het kabinet van een tandarts, het zou ons maar overkomen dat we hier naar de tandarts moesten.

 

Dag 5: donderdag 23 oktober

Deze morgen konden we wat langer slapen want we moesten maar om 10u30 klaar zijn om te  vertrekken naar Baktapur. 

Baktapur was de meest middeleeuwse stad van de drie koningssteden. Toen we in de stad arriveerden, was er juist een festival aan de gang, Festival 1997. Overal was een massa volk op de been, er waren voorstellingen met dans en zang in verschillende klederdrachten. De tempels waren prachtig versierd en er heerste een aparte sfeer. Op de pleinen zagen we pottenbakken en graan dorsen. Het was hier veel rustiger dan in Kathmandu en Patan. Er waren geen  verkopers die ons voortdurend lastig vielen, het was aangenaam en een echte verademing. Hier zagen we nog de traditionele levenswijze van de bewoners.

’s Avonds aten we weer met de hele groep: typisch Nepali Dinner, heel lekker.

 

Dag 6: vrijdag 24 oktober

Afspraak voor het ontbijt om 5u45. Toen we in het restaurant kwamen, was er nog geen Nepalees te zien. We moesten ze nog wakker maken ook want ze hadden zich overslapen. Het duurde dan ook eindeloos eer we iets te eten kregen.

Terwijl we wachtten op het ontbijt, konden we van op het dakterras naar beneden kijken in de straten. Het was alsof we met de teletijdmachine naar de middeleeuwen verhuisd waren. De mensen kwamen met hun groente naar de markt, er was een straatveger, echt ongelooflijk. Baktapur had echt een aparte charme die nauwelijks te beschrijven viel.

We waren nauwelijks een uurtje op weg toen we in de file stonden. Op de bergweg naar Pokhara waren twee bussen op mekaar ingereden en uiteindelijk stonden we daar anderhalf uur. Naar Pokhara was het 200 kilometer en een heel slechte weg. Rond 13u aten we een sandwich, we waren toen goed halverwege. De buschauffeur was een beetje een halve gek want hij wou waarschijnlijk de verloren tijd inhalen. Met al die putten en bulten in de weg en de slechte veringen van de bus werden we behoorlijk door elkaar geschud. De raampjes schoven altijd open en het tochtte ook. Op het laatst werd het wel koud in de bus.

Rond 17u waren we dan in Pokhara, eerst namen we een douche en dan gingen we eten, een typisch Indisch gerecht dit keer maar het Nepalees van de vorige dag was toch lekkerder.

 

Dag 7: zaterdag 25 oktober

Lang geslapen. Ik had geen zin in eieren voor het ontbijt, dus vroeg ik een kip sandwich maar daar lagen frieten bij, niet zo geschikt als ontbijt.

Pokhara was een toeristische trekpleister en het belangrijkste vertrekpunt voor trektochten  door het Annapurna massief. Het was lager gelegen dan Kathmandu en daardoor was het er lekker warm. Hier ook liepen de koeien vrij door de straten, overal zagen we slapende honden liggen en bergen vuil langs de straatkant. Er waren ontelbare winkeltjes met alles wat nodig was om een trekking te maken. Het meer Phewa Tal was het centrum, hier konden we zwemmen en bootje varen. De tijd leek te zijn stilgevallen in de jaren zestig, overal zagen we hippies lopen. De streek werd omgeven met enkele van de hoogste bergtoppen ter wereld: de Dhaulagiri, Annapurna en Machhapuchare. Een prachtige achtergrond voor het nemen van foto’s. We wandelden ook door het niet-toeristische gedeelte en dit was veel interessanter.

’s Namiddags reorganiseerden we onze bagage, voor de trekking hadden we 1 drager per 2 personen en die droeg 20 kilogram. Alleen het hoogstnodige ging mee in de rugzak, de rest lieten we achter in het hotel.

’s Avonds aten we in het Hungry Eye Restaurant, hier waren optredens met Nepalese muziek. We aten lekkere biefstuk maar het was wel het duurste restaurant dat we tot nu toe hadden.

 

Dag 8: zondag 26 oktober

Om 8u vertrokken we voor de trekking, eerst anderhalf uur met de bus naar Jhobang, gelegen op 1060 meter. Dan gingen we te voet verder, samen met de dragers en onze plaatselijke gids. Het was een redelijk zware tocht want onze reisgenoten maakten er een echte loopwedstrijd van en hielden een hoog tempo aan.

Rond de middag aten we iets in een lodge, dat duurde enorm lang en in de late namiddag  waren we in de lodge waar we zouden overnachten n.l. Tikhedhunga gelegen op 1540 meter. De kamertjes in de lodge waren heel klein met houten bedden en er was geen elektriciteit. Het diner bestelden we allemaal samen, een eetmaal voor de vegetariërs en een maal voor de niet-vegetariërs. Zo ging alles sneller.

Onze kamer (als je dat een kamer kon noemen, het was meer een hok) lag een beetje ongelukkig, juist naast de toiletten. Binnenin had je nochtans geen geurhinder. Er was wel meer kans op ongedierte als je zo dicht bij de toiletten zat. Toen we gingen slapen, zat er een grote spin.

 

Dag 9: maandag 27 oktober

We hadden heel slecht geslapen en namen ‘s morgens een wettie-douche, niet zo gezellig maar wel efficiënt. We gingen al vroeg weg want er wachtte ons een zware dag. Eerst ging het heel steil naar omhoog, wel best lastig want het pad bestond bijna volledig uit trappen. De temperatuur steeg al vlug zodat het terug goed warm werd. Het ging heel wat beter dan gisteren, iedereen ging gewoon op eigen tempo. In het begin waren we de laatste maar op het einde konden we ons tempo wat opdrijven.

’s Middags namen we niet zo een lange pauze want als je te lang bleef zitten, koelden de spieren af. Toen we in Goropani (2750 meter) aankwamen, namen we gauw een heerlijke ijskoude douche. De lodge was heel wat beter en mooier dan die van de dag ervoor. We trakteerden de dragers dan op een lokale wijn. Het waren heel vriendelijke jongens die onze rugzakken zomaar naar boven droegen alsof het niets was. Wij liepen met zware bergschoenen aan onze voeten en dan hadden we het soms nog moeilijk. Zij liepen met simpele strandslippers over de rotsen, niet te geloven gewoon. En dat voor 200 Rs per dag!

Het diner bestond uit tomatensoep en macaroni met appeltaart achteraf. Nadien zaten we gezellig samen rond het vuur en weer lagen we heel vroeg in bed (om 19u30)


Dag 10: dinsdag 28 oktober

Vroeg uit de veren want om 5u vertrokken we al naar Poon Hill voor de zonsopgang, gelegen  op 3193 meter. Het was een hele klim en achteraf bleek deze eigenlijk verloren moeite. Er waren te veel wolken, dus geen zonsopgang. We stonden wel met de voeten in de sneeuw en we hadden een prachtig panorama over de omliggende bergen. Het was eveneens berekoud.

Na het ontbijt gingen we op pad, eerst hadden we terug een hele klim en na een tijdje zaten we goed in de sneeuw en de modder. Soms was het wel gevaarlijk. In Durali (2987 meter) begon het te regenen. Het pad liep nu naar beneden, heel moeilijk en slecht voor de knieën. Onze drager maakte een loopstok voor ons hetgeen het lopen gemakkelijker maakte.

Toen we om 16u in onze lodge kwamen, waren we beiden zo moe dat we ons onmiddellijk op bed neerlegden. ’s Avonds werd ik ziek en kreeg daarbij ook nog diarree. Van ellende huilde ik dan maar een potje. Een trekking was meedogenloos maar eenmaal je er aan begonnen was, kon je niet meer terug. Er zat niets anders op dan op de tanden te bijten en door te gaan.

 

Dag 11: woensdag 29 oktober

Deze nacht had ik redelijk geslapen maar ik was nog altijd hondsmoe, niet te geloven. Eerst Imodium en antibioticum ingenomen tegen de diarree en om 8u30 gingen we terug op pad. Het landschap varieerde van een subtropische jungle tot een hooggelegen en droog plateau. Rondom waren er hoge bergpieken en diepe valleien en er was een weelderige flora.  Regelmatig wandelden we door kleine dorpjes waar vriendelijke mensen tegen elke voorbijganger Namaste (goeiedag) zegden.

Men had ons gezegd dat het een lichte wandeling zou worden maar na een tijdje werd Freddy ziek. Het was zielig om te zien hoe hij zich voortsleepte. Ik zou hem willen helpen hebben maar ik wist niet hoe. Misschien waren we echt wel te voorbarig geweest om te denken dat we zo’n trekking zouden aankunnen en waren we toch niet genoeg geoefend.

Op sommige plaatsen was het ook gevaarlijk, we liepen langs een afgrond en ik was bang dat hij zou vallen.

Rond 16u kwamen we aan in Chomrong waar we logeerden in hotel Moonlight, een propere lodge met grote kamers. Freddy ging dan onmiddellijk op bed liggen. Ik nam eerst een gratis warme douche. In sommige andere lodges moesten we betalen voor een warme douche, ongeveer 35 Rs.

Om 7u20 lagen we al in onze slaapzak!

 

Dag 12: donderdag 30 oktober

Deze morgen beslisten we om niet mee te gaan naar het Annapurna Base Camp en hier in Chomrong te blijven. Freddy was echt niet sterk genoeg om naar boven te gaan.

Het programma zag er als volgt uit:

Dag 5: naar Dovan (2600 m)

Dag 6: Machupuhare Base Camp (3700 m)

Dag 7: Annapurna Base Camp (4130 m)

Dag 8: naar Bambooy

Dag 9: ongeveer om 12u lunch in Chomrong (dit was dus op maandag 3 november)

Freddy gaf me wel de kans om alleen mee te gaan maar dat wilde ik niet. Ik ging me dan toch alleen maar zorgen maken. Het was wel heel jammer want dit was de enige kans om het Base Camp te zien. Eén van de dragers, Jay, bleef bij ons en de rest trok verder. Die zouden we dan terugzien binnen een paar dagen. Freddy lag een groot deel van de dag op bed en rustte. Ik zat in de zon te luieren maar na de middag kroop de zon echter achter de wolken en dan werd het wel fris.

’s Avonds was het hier feest, een soort festival, een Tibetaanse zang- en dansgroep ging van lodge naar lodge en gaf een voorstelling.

Voor het eten zat men hier allemaal bij elkaar rond één tafel. Onder de tafel brandde een petroleumvuurtje zodat het goed warm was in de lodge. Tamelijk laat op de avond kwam er nog een groep toe met een radio en die hielden nog een party, het was een heel kabaal.


Dag 13: vrijdag 31 oktober

De hele dag deden we niets en rustten we uit. Freddy was nog altijd niet beter, waarschijnlijk had hij last van uitdroging en ook van de hoogte.

In de voormiddag was het lekker warm in de zon maar in de namiddag werd het geweldig koud. Ik kroop dan maar in mijn slaapzak want ik kon mij niet verwarmen.

’s Avonds waagden we ons aan het nationale gerecht Dal Bhat. Het bestond uit gekookte rijst met een linzensaus en het werd geserveerd met groenten en een schepje groente in het zuur (atjar) De Nepalese bevolking at dit gerecht twee maal per dag, elke dag hetzelfde maar het was wel heel voedzaam en lekker.

De eigenaresse van de lodge was een vriendelijke jonge vrouw die twee kinderen van 7 en 8 jaar oud had. De dag voordien hadden we die kinderen hier gezien maar nu waren ze weer  naar Pokhara naar school. Ze kwamen maar twee maal per jaar naar huis en haar echtgenoot ging elke twee maanden naar Pokhara bij de kinderen om het schoolgeld te betalen. Deze kinderen kregen nog de kans om naar school te gaan omdat hun ouders bemiddeld waren door hun inkomsten uit het toerisme. De meeste kinderen uit de bergen kregen die kans helemaal niet, ook heel wat kinderen uit de dorpen en steden gingen niet naar school gewoon omdat hun ouders het schoolgeld niet konden betalen.

 

Dag 14: zaterdag 1 november

We sliepen lang en hadden een laat ontbijt. Ik had een serieuze verkoudheid opgelopen. Na het ontbijt gingen we de omgeving verkennen maar na een uurtje waren we alweer terug want het ging nog niet zo goed.

We zaten dan nog wat in de zon en met Jay speelden we een gezelschapsspel. Rond 4u werd het terug heel erg koud en kropen we weer in onze slaapzak. Freddy werd maar niet beter en daardoor dachten we dat het meer hoogteziekte was dan zouttekort of uitputting. We deden al een paar dagen ORS zakjes in het drinkwater maar hij recupereerde niet.

Vanavond hadden we elektriciteit wat hier een zeldzaamheid was want meestal moesten we ons behelpen met kaarsen. Blijkbaar was Freddy niet de enige die ziek was, er waren hier drie mensen die zich niet goed voelden. De eigenaresse lachte nog dat ze het uithangbord met lodge ging veranderen in hospitaal. Er waren wel verschillende trekkers die hier een rustdag hielden voor ze naar boven gingen. Dat was het voordeel van individueel reizen, je kon op eigen tempo gaan. Verschillende trekkers deden er veel langer over om naar boven te gaan omdat zij regelmatig een rustdag hadden. Wij hadden in ons programma geen enkele rustdag en eigenlijk was dat vrij zwaar.

 

Dag 15: zondag 2 november

In de bergen was het eten weinig gevarieerd, vlees was er helemaal niet te krijgen, wel eieren en kaas maar alle dagen eieren eten hing op de duur ook je strot uit. Vlees konden we alleen maar krijgen in de steden zoals Pokhara en Kathmandu. 

We zaten terug in de zon te niksen en op zichzelf was dat wel zalig maar nu begon de verveling wel toe te slaan. Het was hier wel mooi met die hoge bergpieken rondom maar we zaten altijd op hetzelfde te kijken. Rond de middag kwamen de wolken dan op en dan verdwenen de bergpieken. Leesboeken hadden we niet meegenomen want het was de bedoeling dat we naar boven zouden gaan maar nu hadden we daar natuurlijk spijt van want die waren wel welkom geweest. 

En weer lagen we om 20u in bed.


Dag 16: maandag 3 november

Heel slecht geslapen. De kamers waren heel gehorig en alles wat men zei en deed kon men horen in de andere kamers. De avond voordien was er veel lawaai en deze morgen om 5u was het terug een heel kabaal, met de deuren gooien en dergelijke. Sommige trekkers hielden er geen rekening mee dat er ook nog andere gasten waren in de lodge.

‘s Middags kwamen de andere leden van de groep terug beneden en iedereen zag er heel moe uit, het was vrij zwaar geweest. In het Base Camp hing een geweldige mist zodat ze eigenlijk niet zoveel gezien hadden. Rond 14u gingen we gezamenlijk verder naar Jhinu, een tweetal uur lopen en altijd dalen dus dat was best lastig voor de knieën. Toen we in de  Namaste Lodge kwamen, bleek dat er geen warme douche was. Dit was een teleurstelling voor de rest van de groep want die hadden zich al vijf dagen niet kunnen wassen. De eigenaar van de lodge was ooit kapitein geweest in het leger, het was echter een vieze oude man. De lodge was vuil en smerig en overal zaten kakkerlakken. Het toilet was al niet veel beter. In feite hadden we nog geluk dat we in Chomrong konden achterblijven want dit was echt een propere lodge. Elke dag werd er grondig schoongemaakt, zowel de kamers als de toiletten en de douche. Stel je voor dat je hier 5 dagen zou moeten blijven in die vieze lodge!

 

Dag 17: dinsdag 4 november

Het eerste stuk moesten we terug afdalen, ik gleed uit op een losse steen en kwam op mijn hand terecht.

’s Middags zagen we de dragers hun dal bhat eten, niet met een vork zoals wij maar gewoon met de handen, wel een raar gezicht. In de namiddag was het terug een hele klim naar boven en het begon ook te regenen. We kwamen pas om 17u30 in Heaven’s Gate in Potana aan. Het was terug een hele lange dag.

We gaven elk 1000 roepies voor het drinkgeld van de dragers en de plaatselijke gids. Zo kreeg de gids 2000 roepies en de dragers elk 1400. Onze gids was Ram Sing Gurung, hij was 32 jaar en al 15 jaar werkzaam als gids. Hij was heel goed en sprak ook goed Engels. Zijn adres en fax: Ram Sing Gurung, Pobox 395, Pokhara, Nepal, fax 00 977 61 24856. Het werd nog een gezellige avond met de dragers en de gids en het was reeds 21u45 toen we gingen slapen. Een record hier in de bergen.

 

Dag 18: woensdag 5 november

We hadden deze nacht goed geslapen omdat we erg moe waren. Het was hier een redelijke propere lodge met propere kamers, de eetzaal was iets minder maar we hadden al erger gehad. Als de kamers een eind van de toiletten lagen dan ging het nog maar anders zat er veel ongedierte.

Het was terug een zonnige dag. De gids had gezegd dat het een wandeling was van twee uur maar het was wel steil naar beneden, dus best pittig en slecht voor de knieën. Iets voor de middag was iedereen beneden en reden we met de bus terug naar Pokhara. Eenmaal  beneden kwamen we terecht in het lawaai, boven in de bergen was het heel rustig maar hier was het een en al gewoel en getoeter van auto’s. Iedereen gaf de dragers nog t-shirts en oude kleren waarmee ze heel gelukkig waren. Deze mensen droegen gescheurde kleren met ontelbare vlekken erop, echte vodden. Wij gooiden soms kleren weg die niet eens versleten waren, gewoon omdat ze uit de mode waren of omdat we ze niet graag droegen. Toen we terug op onze kamer waren, was het de grote schoonmaakbeurt: uitgebreid douchen, scheren, nagels knippen. Toen we een paar kleren uitwasten, was het water ongelooflijk vuil.

Daarna gingen we wat wandelen en dronken we een biertje. ’s Avonds aten we een grote biefstuk want het vlees hadden we wel wat gemist.


Dag 19: donderdag 6 november

Heel goed geslapen. Het was een hele luxe om eens niet in een slaapzak te moeten slapen. Na het ontbijt kochten we een paar souvenirs.

Het drinken was hier weer goedkoper, een cola kostte hier 20 Rs maar in de bergen was dat 30 of zelfs 40 Rs. Water kostte hier 25 Rs voor een fles, in Chomrong was dat 60 Rs en in het Base Camp was het zelfs 130 Rs. Bier kostte 90 Rs, in de bergen 110 tot 120 Rs. Hoe hoger je kwam, hoe duurder alles werd, dat kwam omdat alles door dragers of ezels naar boven moest gedragen worden.

’s Avonds lagen we terug vroeg in bed.

 

Dag 20: vrijdag 7 november

Deze morgen hoorden we de wekker niet. Iemand van de groep kwam ons wakker maken want we vertrokken met de bus naar Kathmandu. Deze keer zaten er ook nog andere toeristen op de bus en daardoor hadden we niet zo veel plaats, we zaten met twee op een heel klein bankje.

Rond 15u waren we in de hoofdstad, tamelijk geradbraakt. Eerst brachten we de bagage op de kamer en gingen we op souvenirjacht in Thamel. Nadien dronken we een biertje bij Tom and Jerry, dit was een café waar de leden van de expedities kwamen. Het was een heel leuk café trouwens met goede muziek. Ontelbare verkopers vielen ons weer lastig met hun tijgerbalsem, muziekjes, damborden, er waren geldwisselaars, hasjiesrokers, te veel om op te noemen. Een groot verschil met de rust van de bergen.

Weer lagen we vroeg in bed want we moesten de volgende dag om 5u opstaan voor de mountainflight boven de Everest.

 

Dag 21: zaterdag 8 november 

Een kop koffie en met de taxi naar de luchthaven. De mountainflight was met maatschappij  Buddha Air. We moesten voor 6u30 inchecken, vertrek om 7u30, duur van de vlucht 1 uur. Er was heel dichte mist dus werd de vlucht altijd maar uitgesteld. Uiteindelijk stegen we dan toch om 9u op. We vlogen met een klein vliegtuigje met 16 personen, 8 langs elke kant en iedereen zat aan een venstertje.  We hadden een prachtig zicht op al die bergen. Alles was perfect georganiseerd, de piloot riep door de micro welke bergen we zagen en de stewardessen liepen  rond om uitleg te geven. De Everest was een pracht van een berg met een machtige top, het was niet te geloven dat je deze berg kon beklimmen. Overal rondom was sneeuw en ijs met gletsjers en bergmeren ertussen.

Kort voor de middag waren we terug in het hotel en wandelden we nog wat rond in de omgeving o.a. naar het Narayanhiti-paleis, de officiële residentie van de koning van Nepal. Het was niet toegankelijk op deze dag dus namen we een kijkje op Durbar Marg, hier waren veel luchtvaartmaatschappijen en reisagentschappen gevestigd en ook de duurdere hotels. Aan het eind van de straat stond een standbeeld van koning Mahendra, de vader van de huidige koning.

 

Dag 22: zondag 9 november

Na het ontbijt reden we met een taxi naar de luchthaven. We waren nog niet goed uit de taxi gestapt of een paar mannetjes boden al aan om onze bagage te dragen. Toen we in het gebouw kwamen, zagen we al onmiddellijk een aankondiging dat de vlucht uitgesteld was tot 15u15. Dat begon al goed. Aangezien we nog een nacht in Delhi zouden blijven, was daar een city sightseeing gepland maar deze zou dus waarschijnlijk niet doorgaan. Eenmaal door de douane kregen we een gratis snack wegens de vertraging en dan maar wachten.

Om 16u30 kwamen we aan in Delhi (in India is het een kwartier vroeger dan in Nepal)

Buiten de luchthaven stond de vertegenwoordiger van Sawadee ons op te wachten en met een luxebus reden we naar het hotel. De man aan de receptie wou geen geld wisselen en we liepen dan maar de straat op. Ons hotel lag in een straat met ontelbare juwelenwinkels maar buiten op straat was het een echte vuilhoop en een onhoudbare stank!! Overal stond een enorme mensenmenigte, het was hier nog slechter dan in Nepal. Naast het hotel was een restaurant waar je kon betalen met Visa en daar hebben we dan maar gegeten, kip met curry, heel erg pikant, de curry was hier niet geel maar oranje. Het was wel heel lekker, heel anders dan bij ons.

Op onze kamer hadden we een tweepersoonsbed, lakens waren er niet wel dekens die niet al te fris roken. Het was ook geweldig warm op de kamer, de ventilator maakte een enorm lawaai en de airco was een museumstuk waar we niet durfden aankomen.

 

Dag 23: maandag 10 november

Heel slecht geslapen, de bus kwam om 6u30 en toen we beneden kwamen, lagen de Indiërs nog te slapen in de receptie. Buiten op straat lagen er ook nog verschillende mensen te slapen langs de kant onder een deken.

Na het inchecken was er bij de douane weer heel wat geleuter met papiertjes invullen en labels aan de handbagage vastmaken. Doordat we geen 24 uur in India geweest waren, moesten we ook geen luchthavenbelasting betalen. Om 10u stegen we op voor een vlucht van 8 uur.

We waren terug in Schiphol om 13u40 plaatselijke tijd

 

Deze reis was een organisatie van Sawadee.